Movies that matter: ‘Colectiv’

Schone Slaapster Roemenië

De brand in de club Colectiv in 2015 was de dodelijkste in de Roemeense geschiedenis. Uit onderzoek bleek echter dat meer mensen bezweken aan de behandeling in het ziekenhuis dan aan de brand zelf. Vervolgens ontvlamde de Roemeense woede.

Tweede dag van de protesten na de brand in de club Colectiv. 4 november 2015 © Daniel Mihailescu / AFP / ANP

‘Ik denk dat Roemenië Colectiv nodig had’, antwoordt journalist Cătălin Tolontan na een korte pauze en hij kijkt me ernstig aan. Er volgt nog een pauze. We zitten op de redactie van Libertatea, de eerste krant van het democratische Roemenië, die al een paar uur na de vlucht van dictator Ceaușescu, nu dertig jaar geleden, werd gedrukt en verspreid. Op dezelfde redactie zetelt ook de sportkrant GazetaSporturilor. Een kantoortuin met honderd mensen aan bureaus met schermen, zoals je in Amerikaanse films ziet. Ze praten onderling, je hoort vooral vrouwenstemmen.

Het is al weer vijf jaar geleden dat Roemenië wereldnieuws was met een dodelijke brand in de club Colectiv; 64 mensen kwamen om het leven en er raakten 146 gewond. De dramatische gebeurtenissen waren een nieuw turning point in de Roemeense geschiedenis, qua omvang niet te vergelijken met de revolutie van 25 jaar eerder, maar qua gevolgen op de lange termijn eveneens van enorm belang. Opnieuw een keerpunt met menselijke offers. En wéér was er een sleutelrol weggelegd voor de media, welteverstaan voor een team sportjournalisten onder leiding van Cătălin Tolontan. Over zijn beslissende rol tijdens de nasleep van de discotheekbrand verscheen onlangs de film Colectiv.

We zitten op een eilandje tussen de honderd schermen, op twee fauteuils, met tussen ons in een tafeltje waarop ik mijn recorder heb gelegd. ‘Roemenië had Colectiv nodig, wat ronduit verschrikkelijk is!’ zegt Tolontan. Ik vraag enigszins dramatisch of Roemenië nog steeds menselijke offers nodig heeft zoals bij de revolutie van 1989. Hij weegt de dramatiek van mijn vraag in de pauze die hij neemt voordat hij haar beantwoordt. ‘“Colectiv” heeft de Roemeense maatschappij veranderd, het heeft ons allemaal veranderd. Het was een grens waarna we zijn begonnen ons leven serieus te nemen.’

Hij vertelt het verhaal van de anticommunistische dissident Gheorghe Ursu, die tijdens het regime van Ceaușescu in de gevangenis werd vermoord; de Roemeen die Ursu in opdracht van de geheime dienst doodde, vermoordde jaren later een stewardess in Malmö en de Deense journalist die erover schreef vroeg zich in zijn artikel af: ‘Hechten die mensen eigenlijk wel evenveel waarde aan het leven als wij?’ Tolontan herinnert me eraan dat we onderweg naar het redactiegebouw zijn overgestoken bij een zebrapad. ‘Alleen voor jou, zelf doe ik dat nooit, wij doen dat nooit’, lacht hij.

Het is slechts enkele uren voor de Roemeense perspremière van de film Colectiv in Boekarest, die zal worden gevolgd door een tournee van regionale voorpremières door heel Roemenië. De documentaire gaat over de nasleep van de dodelijkste brand in de Roemeense moderne geschiedenis. In de nacht van 30 oktober 2015 ontstond tijdens een concert van een Roemeense rockband in de discotheek Colectiv een brand die leidde tot de dood van 64 personen – van wie 26 in de club – en 184 gewonden, waarvan er 146 moesten worden opgenomen in het ziekenhuis. Geluidsisolatieplaten vatten vlam toen er vuurwerk werd afgestoken en het vuur verspreidde zich vervolgens zo snel dat ontsnappen voor velen onmogelijk was. Mensen stierven niet alleen door verbranding, maar ook door verstikking en koolmonoxidevergiftiging en door andere gassen die vrijkwamen bij de verbranding van het polyurethaanschuim.

Voor de Roemeense gezondheidszorg betekende het grote aantal slachtoffers meer dan een uitdaging. De ziekenhuizen konden het aantal gewonden nauwelijks aan en een deel van hen werd later naar het buitenland overgebracht voor een passende behandeling van de grote brandwonden. Tien dagen na de tragedie lagen er in de Roemeense ziekenhuizen nog 76 gewonden, 24 waren in kritieke toestand, 34 gewonden werden opgevangen in buitenlandse ziekenhuizen – twee in Oostenrijk, acht in Nederland, acht in België, twee in Duitsland, negen in Groot-Brittannië, drie in Israël, één in Noorwegen en één in Zwitserland. Zes van de naar het buitenland overgebrachte slachtoffers overleden alsnog. In de Roemeense ziekenhuizen overleden uiteindelijk meer mensen dan in de vlammenzee. En een deel van deze ziekenhuisdoden had niet eens grote wonden: sommigen waren over tien procent van het lichaamsoppervlak verbrand en hadden nog alle kans om te overleven. Maar iets – of iemand – heeft hen gedood.

De explosie van woede van de bevolking na de brand in Colectiv en vooral na de stroom van onthullingen van misstanden leidde tot massale betogingen tegen de Roemeense politieke klasse en tot verandering daarvan, ontslagen van politici en sluitingen van ziekenhuizen.

‘Tragedies die uit de hand lopen, gebeuren overal’, zegt Tolontan. ‘Niet de ramp op zich was het probleem. Het probleem was wat er ná “Colectiv” gebeurde.’ En dat is precies waar de film van de Roemeense regisseur Alexander Nanau over gaat: het leven na ‘Colectiv’.

demonstratie voor het regeringsgebouw Palatul Victoriei (Victoriapaleis) na de brand in Colectiv, november 2015 © Daniel Mihailescu / AFP / ANP

Nadat de eerste berichten in de media na de brand zich vooral hebben gericht op wat er allemaal mis was met de vergunningen en brandveiligheid van de club, publiceren Cătălin Tolontan en zijn collega’s Mirela Neag en Răzvan Luțac van GazetaSporturilor een jaar na het drama de resultaten van hun uitgebreide onderzoek naar de desinfectiemiddelen die in de Roemeense ziekenhuizen worden gebruikt. De conclusie: de autoriteiten onderwerpen de stoffen nooit aan laboratoriumcontroles. De toenmalige minister van Gezondheidszorg erkent dat hij niet van deze situatie op de hoogte was.

De onthullingen van Tolontans team komen aan de vooravond van de lancering van een nationaal programma ter bestrijding van ziekenhuisinfecties. De brand in Colectiv toont de omvang van het probleem: veel van de mensen die waren gered uit het vuur, minstens 37, zijn uiteindelijk bezweken aan ziekenhuisinfecties. De journalisten van Gazeta Sporturilor onthullen in hun onderzoek dat de in 350 Roemeense ziekenhuizen en operatiekamers gebruikte biociden, geproduceerd door het bedrijf Hexi Pharma, meer dan tien maal waren verdund en de patiënten onmogelijk tegen infecties konden beschermen.

‘De autoriteiten wisten het niet óf ze deden niets. Of, nog erger, ze logen ons voor’

‘In plaats van virussen en bacteriën te doden, doodden ze ons. En dit was mogelijk door de medeplichtigheid van de autoriteiten, die het óf niet wisten, óf het wel wisten maar niets deden. Of, wat erger is, ons voorlogen’, zegt Tolontan. Na de onthullingen van het team van Gazeta Sporturilor pleegt de directeur van Hexi Pharma zelfmoord, of wordt hij ‘gezelfmoord’.

Ik vraag of hij of zijn collega’s bang zijn geweest voor de bedreigingen die zij tijdens hun onderzoek kregen. Uit de film maak je op dat zelfs hun gezinnen werden bedreigd. ‘Het gevoel van de fysieke bedreiging verdwijnt’, vertelt Tolontan. ‘Je vreest voor je gezin, maar het grootste gevaar komt niet van bedreigingen, maar bestaat erin dat je kunt instorten en doodgaan van de stress. Het feit dat je zoveel nachten achtereen niet slaapt, is veel oncomfortabeler dan eventuele bedreigingen.’

Het team van Tolontan weet ook de hand te leggen op duizenden documenten en getuigenissen van werknemers uit de Roemeense ziekenhuizen, die wijzen op een uitgebreid systeem van omkoping. Als ik hem vraag wat het moeilijkste in zijn onderzoek was, zegt hij: ‘Het publiek. En onze angst dat het publiek ons zou haten. Het was niet makkelijk om kritiek te hebben op artsen in Roemenië. De arts was god, hoe kun je een arts aanvallen? De grote professors zijn onaantastbaar. Elke Roemeen die een ziekenhuis binnengaat, doet dat met gebogen hoofd, angstig omdat hij met de dokter moet praten. Na de eerste onthullingen vroeg het publiek ons: wat zijn jullie nu aan het doen, waarom vallen jullie artsen aan? Maar wij zijn voetbaljournalisten, opgegroeid in stadions, en dat maakt dat je na verloop van tijd beter opgewassen bent tegen kritiek van het publiek. We zijn erin getraind om ertegen te kunnen, ook al raakt het ons. We hadden succes bij ons onderzoek juist omdat we voetbaljournalisten zijn, we kenden de artsen niet en hadden geen verplichtingen jegens hen.’

Met een glimlach: ‘De curator van TIFF, het filmfestival van Toronto, Tom Powers, vertelde ons na het zien van de film dat wat hij had gezien erg lijkt op wat er is gebeurd bij de Washington Post. Ook Variety schreef dat onze positie een incongruente positie is: dat sportjournalisten onderzoeksjournalistiek doen (lacht). Zelfs uw tijdschrift De Groene Amsterdammer noemde ons “ouderwetse journalisten”, wat voor ons een groot compliment is! Het publiek geloofde ons aanvankelijk niet, in november 2015 toen we begonnen te schrijven over de misstanden in de gezondheidszorg. Ze scholden ons elke dag uit. Het idee dat je artsen aanvalt, tolereren ze niet. Maar wij gingen door, we zijn niet gezwicht, want het gevaarlijkste fenomeen voor onze onafhankelijkheid als journalist is als we het publiek willen plezieren, als we het publiek niet durven tegen te spreken. We zijn gewoon ons werk blijven doen. In het algemeen is het zo dat als de media zich netjes gedragen ten opzichte van de autoriteiten, de autoriteiten zich wreed ten opzichte van de mensen gedragen…’

Ik vraag hem wanneer de mensen de straat op begonnen te gaan – wanneer de protesten zijn begonnen. ‘Toen ze door hadden wat er daadwerkelijk was gebeurd’, zegt hij. ‘“Colectiv” vond plaats op 30 oktober, ons eerste artikel verscheen op 2 november. Wij lieten hun de feiten zien en zij reageerden. De Roemeense maatschappij is veranderd, nu ligt ook in zwijgen een lading van actie besloten. Het lag vóór “Colectiv” heel erg voor de hand om dood te gaan in Roemenië, om geen waarde te hechten aan je leven. “Colectiv” heeft hier een grens getrokken. We zijn ons begonnen te bekommeren om ons leven en om onze naasten. Bepaalde zaken die waren geaccepteerd door de maatschappij worden nu niet meer geaccepteerd.’

Ik vraag een voorbeeld. ‘Ik zal je meerdere voorbeelden geven’, zegt hij. ‘De steekpenning in het ziekenhuis, de envelop, die niet afkomstig is uit het communisme, maar die er van oudsher is: tegenwoordig wordt er geen envelop meer gegeven. Dat wil zeggen: mensen hebben de moed om de dokter geen steekpenning meer te geven. Een andere reactie: er bestond een ingeburgerde gewoonte dat bijvoorbeeld brandweerlieden werden gesponsord door de restaurants of bedrijven die ze kwamen controleren; dat gebeurt tegenwoordig niet meer. Niet omdat de wet is veranderd, de wet is nog dezelfde, maar omdat de Roemenen veranderen; Roemenië is moderner geworden, een mentaliteitsverandering. Dit ook dankzij de Roemenen die uit Roemenië zijn vertrokken, plus “Colectiv”, plus de pers.’

Colectiv, de film

Colectiv is de eerste Roemeense documentaire die werd geselecteerd voor het Internationale Filmfestival van Venetië in 2019 en maakte ook indruk op de filmfestivals van Cannes, Toronto en op het Nederlandse Idfa, waar hij een van de absolute publiekslievelingen was. Op 6 oktober 2019 won de film een Golden Eye voor de beste documentaire op het internationale Filmfestival van Zürich.

Colectiv (regie: Alexander Nanau) gaat over de brand in de gelijknamige discotheek in Boekarest en de strijd tegen de corruptie in de periode na het drama dat 64 mensen het leven kostte. De documentaire vertelt het verhaal van het eerste jaar na de brand in de club Colectiv. De film volgt zowel autoriteiten als journalisten, in een permanente interactie op zoek naar de waarheid, met als hoofdpersonages Narcis Hogea, vader van Alex Hogea, een van de slachtoffers die na de brand het leven verloor; Cătălin Tolontan, Mirela Neag en Răzvan Luţac, de drie onderzoeksjournalisten van GazetaSporturilor; Camelia Roiu, arts in het Ziekenhuis voor Spoedzaken op het gebied van plastische en reconstructieve chirurgie en brandwonden in de Roemeense hoofdstad; Mariana Oprea (Tedy), een van de overlevenden van de brand; en Vlad Voiculescu, voormalig minister van Gezondheid.

Twee uur na het interview zit ik te midden van veel persmensen uit Boekarest in een enorme kelder. Het is de kelder waar dertig jaar geleden, nog tijdens de Roemeense revolutie, Libertatea werd geboren, de krant waarin Cătălin Tolontan en zijn team het resultaat van hun onderzoek publiceerden. Dit toeval doet hem enorm veel plezier, hij herhaalt het meermalen in interviews. Wanneer de vertoning van de film voor de pers begint, hoor je gedurende een uur en 49 minuten alleen nog de stemmen op het scherm.

‘De film maakt me kapot, hij werpt me terug in een heel pijnlijke periode. Sommige artikelen heb ik huilend geschreven, bijvoorbeeld het verhaal van Alexandru Hogea, die te laat naar het buitenland werd overgebracht, en in Wenen overleed’, vertelt Tolontan. Als ik hem vraag of de film een ander publiek bereikt dan hun onderzoeken die de corruptie in de gezondheidszorg onthulden, zegt hij dat hij zelf interessante dingen heeft ontdekt na het zien van de film, zoals het feit dat je de verantwoordelijkheid van de Roemeense inlichtingendienst sri voor het drama dan pas echt begrijpt. ‘Wij van Gazeta Sporturilor hadden wel onze vermoedens dat Hexi Pharma eigenlijk een bedrijf van de sriwas, en Nanau geeft die vermoedens een betekenis in de film.’

Wanneer Tolontan na afloop van de vertoning op het podium vragen van de pers in de zaal beantwoordt, zegt hij dat iemand die Colectiv ziet zijn mening over de Roemeense journalist bijstelt. De volgende dag, wanneer we samen van Boekarest naar Cluj-Napoca zullen reizen, waar de eerste voorpremière van Colectiv voor publiek zal plaatsvinden, zal hij me vertellen dat niet veel Roemeense kranten over de perspremière hebben geschreven.

‘Het lag in Roemenië voor de hand om dood te gaan, om geen waarde te hechten aan je leven’

‘Waarom hebben niet alle kranten er meteen over geschreven?’ zal ik vragen en hem tegelijk vertellen hoe verrast ik zelf was toen ik in de zaal alleen maar jonge journalisten zag, kinderen bijna, net zo oud als vijf jaar geleden de doden van Colectiv. ‘Misschien vandaar’, zal hij lachen. Onderweg naar Cluj zal hij duizend keer worden gebeld door zijn team, dat met allerlei andere onderzoeken bezig is. Colectiv, de film, is een sequentie uit een onderzoek dat een maatschappij zal veranderen.

Regisseur Alexander Nanau volgt in zijn film een aantal hoofdrolspelers: het onderzoeksteam van Tolontan, de minister van Gezondheid uit het interim-kabinet van technocraten dat aantrad toen de regering was gevallen als gevolg van de demonstraties die volgden op het drama, en slachtoffers van het corrupte systeem. Op mijn vraag of Colectiv vooral een film over journalistiek is, antwoordt Nanau dat het een film over waarheid is. Zijn keuze om het team van Tolontan te filmen tijdens hun onderzoek, werd ingegeven door het feit dat zij ‘de eersten waren die de juiste vragen stelden, de eersten die de leugens van de autoriteiten in de zaak-Colectiv ontdekten’.

In Cluj zullen achthonderd mensen de première zien. Twee vertoningen zullen ervoor nodig zijn, de laatste tot na middernacht, want de zaal telt slechts vierhonderd zitplaatsen. Ook hier vooral jonge mensen in de zaal. Na afloop zullen ze minstens tien minuten applaudisseren voor de hoofdrolspelers die in de film eigenlijk zichzelf ‘spelen’, om vervolgens pertinente vragen te stellen, gevolgd door nieuw applaus. ‘De generatie die het corrupte systeem een halt kan toeroepen, die het land kan veranderen!’ roept regisseur Nanau tegen me in de hal van de Florin Piersic-bioscoop in Cluj, terwijl de generatie die het land zal veranderen de film volgt.

Er is ook veel pers tussen de jonge mensen in Cluj. De volgende ochtend, wanneer ik zal vertrekken naar Nederland, en de crew van de film plus het team van Tolontan naar de volgende vertoning in Sibiu gaat, zal Tolontan me via WhatsApp reacties van het publiek en lovende recensies in de kranten sturen. Vanwege de mist zal ik een paar uur vastzitten op het vliegveld van Cluj en kan ik de vele recensies lezen, de reacties die het offer van die jongeren in Colectiv begrijpen, reacties van jonge mensen die in een schoon Roemenië willen leven, in een Roemenië dat langzaam, als een Schone Slaapster, uit de slaap ontwaakt door een collectieve kus van de pers, migranten en de jonge generatie.

Een dag later zal ik terug in mijn adoptieland zijn, maar met een ander gevoel dan doorgaans: mijn geboorteland beweegt, het is als een verbrand lichaam uit Colectiv en heeft een proper desinfectiemiddel nodig dat voldoet aan de EU-normen en dat niet is verdund, een lichaam dat ziek is van de corruptie, maar dat uiteindelijk misschien zal genezen, mede dankzij de vele jonge lichamen in de vele zalen, geïnspireerd en aangemoedigd door een klein team van sportjournalisten die hun werk doen.

In het vertraagde vliegtuig van Cluj naar Boekarest zal ik zitten naast de oud-minister van Gezondheid, Vlad Voiculescu, die ik zojuist in de film heb gezien en die zelf ook bij de première aanwezig was. Een jonge bankier, nog altijd bezig met goede-doelenprojecten voor kinderen, een jong politicus die wel iets wil veranderen in Roemenië. We zullen tot de ontdekking komen dat onze geboortedorpen niet ver van elkaar liggen, dat we elkaar in onze kindertijd hadden kunnen leren kennen als we de heuvels waren overgestoken. Hij stelt zich nu kandidaat voor de gemeenteraad van Boekarest en als ik mijn mening over zijn politieke stap geef, zal hij die nauwgezet op zijn telefoon noteren.

Mirela Neag en Catalin Tolontan in Colectiv © Alexander Nanau

Maar op dit moment zit ik nog in de grote kelder in Boekarest, tijdens de persvertoning, te midden van andere journalisten, veel jonger dan ik, en luister ik naar de twee klokkenluiders zonder wie het onderzoek van Tolontan misschien minder kans van slagen had gehad. Boekhoudster Nicoleta Ciobanu en dokter Camelia Roiu, twee moedige vrouwen (regisseur Nanau zal na de vertoning meermalen benadrukken dat degenen die tijdens het onderzoek van Tolontan bereid waren om te praten overal vrouwen waren).

De boekhoudster kreeg steun van haar collega’s en heeft de rollercoaster waarin ze terechtkwam relatief makkelijk doorstaan, maar de dokter kreeg nadat ze had gepraat enorm veel haat over zich heen en werd opgejaagd, waardoor haar leven tot een hel is geworden. Degene die werd gesteund maakt nu ook grapjes op het podium; de andere toont droog haar ontevredenheid over het systeem waarin ze nog steeds werkzaam is.

Ze heeft veel moeten doorstaan, begrijp ik uit haar relaas. Ze krijgt een minutenlange ovatie van de journalisten en ik merk dat zelfs mijn eigen lichaam op haar woorden reageert. Ik verkramp en voel me misselijk als ze vertelt hoe de gezichten van de stervenden in het brandwondencentrum met lakens werden bedekt lang voordat ze dood waren; degenen die hen hadden moeten redden lieten hen over aan de dood, omdat het ziekenhuis niet de middelen had om hen te verzorgen. Als het licht in de kelder aangaat, zie ik een van de jonge journalisten in een hoek zitten huilen.

Na het gesprek met de hoofdrolspelers op het podium zou ik maar wat graag een sigaret willen opsteken, maar ik heb niet de moed om er iemand een te vragen. Onderweg naar mijn hotel in Boekarest loop ik een avondwinkel binnen om tenminste bier te kopen. Om het woord ‘ontmenselijking’ niet meer in mijn mond te hoeven kauwen. Om in slaap te kunnen komen. Voor me in de rij staat een bedelaar van de leeftijd van de doden van Colectiv. Hij heeft een dikke, geïnfecteerde bovenlip. ‘Dani is ook dood’, zegt hij tegen de verkoper. Ik weet niet wie Dani was, maar een relaas over nog een dode aanhoren kan ik niet aan. Ontmenselijking. Ik vertrek zonder bier. In de Boekarester nacht razen de auto’s met een dodelijke snelheid om me heen.


Colectiv draait nu in heel Roemenië en krijgt lovende reacties

[kader stijl=“blauw-op-wit”]

De Groene-filmmiddag op het Movies that Matter Festival (geannuleerd)

13.00 & 15.45 uur / Film & inleiding / Filmhuis Den Haag
De Groene Amsterdammer vertoont 143 Sahara Street en Colectiv. 143 Sahara Street wordt ingeleid door Groene-redacteur Roos van der Lint. Bij Colectiv is er een nagesprek met Groene-redacteur Margreet Fogteloo en schrijver Mira Feticu. Het Movies that Matter Festival (geannuleerd) vindt plaats van 20 t/m 28 maart in Den Haag. Tientallen films en documentaires worden er vertoond, over thema’s als lhbt+, on the move, 75 jaar vrijheid en earth matters. _Informatie en kaartverkoop: moviesthatmatter.nl