Jebroer, Gouden tranen

School was niks voor mij en ik was niks voor school

Het is al een paar jaar de conclusie van die vaste momenten waarop de stand van zaken in de Nederlandse popmuziek wordt geëvalueerd (het samenstellen van de lijstjes van beste album van het jaar, Noorderslag in Groningen): het gaat goed met de Nederlandse popmuziek, en vooral heel goed met de Nederlandse hiphop.

Drie van de beste Nederpopalbums van 2013 waren albums van hiphoppers: De Jeugd van Tegenwoordig, Great Minds en The Opposites.

Spannend aan een groot deel van de Nederlandse hiphop is allereerst de muziek: de beats en samples van bijvoorbeeld Bas Bron, het muzikale brein achter De Jeugd, zijn vrijwel altijd inventief en brutaal, net als de manier waarop The Opposites de erfenis van gabber in hun hiphop verwerken. Maar er zijn ook de teksten. Over de inventiviteit van De Jeugd van Tegenwoordig op tekstueel gebied is al veel geschreven, maar nog steeds niet voldoende. Fraai zijn altijd de momenten waarop Nederhoppers gevoelig, zelfs ronduit sentimenteel durven te zijn: dan schijnt er ineens wat kitsch door in die straattaal, en is het universum van André Hazes nabij, nog steeds de koning van het invoelbare sentiment, de man bij uitstek die bewees dat volgens de gangbare kunstopvatting veel te letterlijk nog steeds kan werken, mits gebracht met de juiste snik.

Zo ook rapper Jebroer, een voormalige verhuizer uit Leiden die terechtkwam bij Nouveau Riche, een samenwerkingsverband van jonge rappers met een grote mond dat eerder de succesvolle Ms. Polska voortbracht, en die nu zelf debuteert. Wat verbaast, in de beste zin van het woord, is de variatie in de toon. De rapper die zich tot voor kort vooral leek te willen presenteren als het feestbeest van de Nederlandse hiphop, begint zijn debuutalbum als volgt: ‘Ik ben opgevoed door vrouwen/ Keek op naar de verkeerde/ Jongens op de straat waar ik toen alles van leerde/ School was niks voor mij/ En ik was niks voor school/ Ze vonden mij maar een mongool/ Met 2Pac als idool/ Mijn vader was er vaak niet/ Mijn moeder was er altijd/ Ik hou van hun allebei/ Maar ik kan meer bij mijn mama kwijt.’

De toon lijkt gezet: hier gaat iemand zijn hart uitstorten. Maar twee nummers later komt dan ineens Deal met de Rave langs: een soort hiphopversie van dronken discothekenstamper Toeter op m’n waterscooter.

De beats op zijn album zijn afkomstig van Boaz van de Beatz, de oprichter van Nouveau Riche en de man die zowel in 2011, 2012 als 2013 door het toonaangevende online hiphopmagazine State werd uitgeroepen tot de beste producer. De lompe stamper Hoesten als bejaarden dreunt zoals-ie beoogt te doen, maar ziet ondertussen nog ruimte voor een verrassing links en rechts. Het nummer roept zelfs herinneringen op aan het krankzinnige duo Aux Raus, die klonken als gabber gespeeld door kunstacademiestudenten.

En zo buitelt Jebroer door zijn debuut, op en neer schietend van pijnlijk eerlijk tot bravourig bluffend, stilstaand bij zijn aanstaande vaderschap, dan weer opscheppend over zijn persoonlijkheid van ‘etterbak’. En ondertussen gaat zijn stem door de vervormer en buitelt de ene brutale beat over de andere, en schiet hij van Kanye West terug de jaren tachtig in, om via gabber weer bij zijn held 2Pac uit te komen. En zelf, met gevoel voor dramatiek, zijn leven en muziek samen te vatten: ‘Veel drama/ Veel pijn.’

beeld: Jebroer. At Productions