Schoolleer

Gsm’s, sportschoenen met luchtzolen, scooters - hoe moeten de bollebozen van de havo en het vwo het allemaal betalen nu dit leerjaar het ‘studiehuis’ en de ‘tweede fase’ van kracht zijn? Om de overgang naar het hoger beroepsonderwijs en de universiteit zo naadloos mogelijk te doen verlopen dwingt de overheid leerlingen van de hoogste geledingen van het voortgezet onderwijs door middel van deze geestdodend naamgegeven methodieken tot meer zelfwerkzaamheid. Nu dit in de praktijk blijkt neer te komen op verlies van vrije tijd, vrezen de scholieren massaal voor hun bijbaan. Op 6 december is daarom een grootse demonstratie belegd. Eindelijk zal het weer eens druk zijn op het Malieveld, ditmaal niet omdat er idealen in het geding zijn, maar om redenen van strikt materiële aard.

Dat onderwijs-staatssecretaris Karin Adelmund de afgelopen week zo grif heeft toegegeven dat er inderdaad van alles niet deugt aan het studiehuis, dient opgevat te worden als een listige politieke manoeuvre. Adelmund heeft handig de aandacht afgeleid van het onderwijsachterstandsbeleid dat haar een week ervoor ernstig in verlegenheid bracht. De studiehuis-problematiek verdient serieuze aandacht. Vergeleken echter met het onderwijsachterstandsbeleid is het peanuts.
Tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting, waarbij het achterstandsbeleid aan de orde kwam, biggelden Adelmund de tranen over haar wangen. Allochtone kinderen hebben een ‘spectaculaire sprong voorwaarts gemaakt’, sprak de bewindsvrouw met verstikte stem. 'Waarom roept niemand dat? Waarom sterkt niemand die kinderen in hun kracht?’ Haar emoties waren ongetwijfeld authentiek. Maar dat maakt haar beleid niet beter. Het achterstandsbeleid is een stinkende puinhoop, constateerde GroenLinks-parlementariër Mohammed Rabbae.
Afgelopen weekeinde is Adelmund druk geweest met het beantwoorden van stapels fanmail die als gevolg van haar emotionele oprisping het ministerie binnenstroomden. 'Ik ga ze niet zo'n standaardbriefje van het departement sturen’, verkondigde de staatssecretaris. Al jaren geldt op het onderwijsdepartement de wandtegelwijsheid van vurig geloven in de kracht van het positieve, juist als alle feiten dat logenstraffen. Dit geloven tegen beter weten in is aan Adelmund wel besteed.
Ondertussen heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau berekend dat de taalachterstand van allochtone leerlingen op hun autochtone klasgenootjes gedurende de basisschoolloopbaan inmiddels is opgelopen tot twee jaar. Met de allochtone rekenkwaliteit is het haast net zo droevig gesteld. Vervolgens, in het voortgezet onderwijs, gaat het gros, mits niet voortijdig uitgevallen, op voor hooguit het mavo-examen. Maar de criticaster die daarvan gewag maakt krijgt onherroepelijk met Adelmund te maken. Dan trekt zij haar 'zwarte goud’ uit de hoge hoed, een benaming voor merendeels Vietnamese en Chinese wondertalentjes die handenvol klassen overslaan en spoedig zullen promoveren. In hun kielzog ziet Adelmund de nu nog minder presterende allochtone leerlingenstroom gestaag aanzwellen.
Maar als het huidige achterstandsbeleid wordt voortgezet, zal een nauwelijks te overziene groep laagopgeleide en kansarme allochtonen ontstaan. De economie hier te lande is zo veeleisend dat tegenwoordig zelfs een eenvoudige caissière ten minste een havo-diploma moet overleggen. Bij voortgang van het huidige beleid zal nog nadrukkelijker dan nu een samenhang ontstaan tussen etnische achtergrond en sociale ongelijkheid.
Om dat rampscenario te keren zullen de jaarlijkse miljoenen ter bestrijding van onderwijsachterstand zinvoller moeten worden besteed. Bijvoorbeeld door het geld direct naar scholen over te maken, zodat het terechtkomt op de plaats waar het het hardst nodig is: bij de leerling zelf. Ook dienen scholen zich primair toe te leggen op hun onderwijstaak, niet op buitenschoolse activiteiten. Niet de gezinssituatie, maar een goede Cito-score is de verantwoordelijkheid van de leraar. Extra intensief onderwijs zal pas daadwerkelijk gestalte kunnen krijgen als - anders dan nu het geval is - ook de tussenkomst van gemeenten zoveel mogelijk wordt beperkt. Op te veel onderwijsafdelingen in het land raken achterstandsgelden nogal eens zoek of worden - de aanleg van een zandbak onder het mom van taalachterstand - naar eigen goeddunken over de balk gegooid.