Frans van Dusschoten, 6 augustus 1933

Schoolmeestersgezag

De Avro-serie Allemaal Theater legde in een terzijde vast hoe het duo Frans van Dusschoten & André van Duin begin jaren zeventig tot stand kwam. Van Dusschoten was in die jaren een gevestigde naam als zanger en imitator. Hij stond aan de vooravond van een nieuwe tournee. Zijn impresario Joop van den Ende zocht daarvoor naar een komische sidekick ter ondersteuning van de vedette. Dat werd Van Duin, een schnabbelaar, die tot dan toe alleen naam had gemaakt als parodist. Binnen een jaar bleek dat de rollen omgedraaid moesten worden. Van Dusschoten schikte zich grootmoedig in zijn nieuwe rol als aangever en kop van Jut. Hij werd daarmee beroemder dan hij op eigen vleugels geworden zou zijn.

De sketches tussen Van Duin en Van Dusschoten waren opmerkelijk vanwege hun bedwelmende succes in de zaal. De acteurs schiepen er genoegen in elkaar al improviserend in hachelijke situaties te brengen, met als bekroning het moment waarop Van Dusschoten uit zijn rol viel en de slappe lach kreeg.

Maar er is nog iets opvallends aan Van Dusschotens rol. In onze tijd wordt geroepen om het herstel van het gezag dat in Nederland ooit vanzelf sprak, het gezag van politieagenten, scheidsrechters, onderwijzers, burgemeesters, voetbaltrainers en conducteurs. Wie wil weten hoe dat gezag uit de maatschappij verdween, moet kijken naar André van Duin en Frans van Dusschoten, midden jaren zeventig. De laatste is in de sketches onveranderlijk de autoriteit: de onderwijzer, de ambtenaar van de burgerlijke stand, de arts, de betweter. Van Duin is een ongeletterde, een sukkel, die zijn jas niet ordentelijk kan sluiten, en die de vaktaal van de ander volstrekt niet begrijpt. Van Dusschotens hotemetoten strooien met Franse termen («joie de vivre») of Latijnse uitdrukkingen. Daarmee roepen zij hun debacle – en de hoon van de zaal – over zichzelf af. Van Duins types hebben een intuïtieve, slimme botheid, waarmee ze de arrogantie en de pretenties van de autoriteit demonteren en vernietigen.

Dat klassenverschil, want dat is het, is in Britse komedies nog steeds vrijwel altijd de motor van het humoristische conflict. Captain Mainwaring (Dad’s Army) lijdt voortdurend onder het feit dat hij een gewone openbare «grammar school» heeft bezocht, en zijn nuffige slapjanus van een sergeant een elitaire kostschool. In Engeland zijn die structuren nog geldig. In Nederland is het contrast tussen de klassen vrijwel verdwenen. De familie Flodder bestaat uit sarcastische profiteurs, niet uit verworpenen der aarde. De twee opa’s in Oppassen waren respectievelijk arbeider en burgemeester, maar zij leefden in polderachtige broederschap bij elkaar. De strijdbijl van de klassenstrijd zoals die ooit op tv en in Carré met venijnige humor werd uitgevochten, is met Frans van Dusschoten begraven.=Frans van Dusschoten, 25 oktober 2005.