Kijken

Schoon

Dat eenvoud uitnodigt tot creativiteit zien we in het werk van William Wordsworth en Piet Mondriaan.

© Hotze Eisma

Een buurman van mij was bezig, in de tuin van onze flat, een glijbaan in elkaar te zetten voor zijn kleine dochtertje – zodat ze spelenderwijs kon bewegen. Ik zat op afstand op een bank. Eigenlijk was ik aan het kijken naar de verschillende gestalten van bloesembomen die op bloeien stonden. Er waaide een lichte wind. De takken waren onrustig aan het wiegen. Die onvoorspelbare bewegingen hielden mij bezig. De musea zijn dicht maar in een stille tuin is ook heel wat te zien. De onderdelen van de glijbaan voor kleine Valentine, stukken groen, blauw en oranje plastic, waren verpakt in een kartonnen doos. De vader monteerde het speeltuig terwijl het meisje er opgewekt kwebbelend omheen dartelde. Toen het ding klaar was, klom ze op de ladder en gleed naar beneden. Dat deed ze een paar keer. Vooral het klimmen, zag ik, vond ze leuk. Nog leuker was het zichzelf langs de gladde helling naar boven te hijsen. Inmiddels kreeg ze oog voor de grote opengevouwen doos waarin de glijbaan verpakt was geweest. Die was een stuk geheimzinniger. Daar kon ze zelf in zitten, je kon een deksel dichtklappen, dan werd het donker. Het was haar huisje, onder een hoge boom, en haar poppenkast. In de bescherming daarvan zat ze met zichzelf te praten. De rest van de middag speelde ze een verhaal dat ze zelf aan het verzinnen was. Naar de glijbaan keek ze nauwelijks nog om. Je kon erop klimmen en dan naar beneden glijden. Dat was het en dat was te saai voor een klein meisje. In een lege doos, waarin je je kon verstoppen, was veel meer te ontdekken. Ik keek hoe ze speelde. Hoewel er een echte glijbaan voor haar klaarstond, zat ze liever in een doos. Om te spelen zocht ze een eenvoud waarin niets haar fantasie in de weg zat.

Een paar weken eerder was in onze tuin het wonderbaarlijke geel van de narcissen weer verschenen. Ik keek ernaar uit. Het is de eerste heldere kleur van het jaar. Ineens staan ze sierlijk te wuiven in het gras – heldere, eenvoudige bloemen zijn het, een schitterend geel. Als ze beginnen te bloeien is de lucht nog fris. De nachten zijn koud en vochtig. Hun geel is daarom een heel schoon geel alsof het net gewassen is. Een geel dat klatert. Ik kan er lang naar kijken, in het vroege voorjaar, ook omdat ze niet opscheppen als tulpen met hun gekrul. Eigenlijk zijn ze uitgevonden door de dichter Wordsworth die op 15 april 1802 tijdens een wandeling hun geel zag dansen, een hele stoet aan de oever van Ullswater. De aanblik was onvergetelijk. In het glasheldere gedicht, vijf jaar later, schrijft hij hoe hij liep, ‘lonely as a cloud’. Daar zag hij all at once – ‘a crowd,/ A host, of dancing Daffodils;/ Along the Lake, beneath the trees,/ Ten thousand dancing in the breeze.’

Piet Mondriaan, Compositie met gele lijnen, 1933. Olieverf op doek, hoogte 80,2, breedte 79,9, diagonaal 112,9 cm © Kunstmuseum Den Haag
Eigenlijk zijn narcissen uitgevonden door de dichter Wordsworth

Zo begint het. Jaren geleden, in een regenachtig voorjaar, waren wij op reis gegaan naar het Lake District in Noordwest-Engeland waar Wordsworth woonde. Ik wilde ernaartoe om de plekken van zijn gedichten op te zoeken. Het water van Ullswater was grijs en koud. Gele narcissen staan daar nog steeds. Een ansichtkaart die ik heb gekocht hangt nog altijd bij mij in de keuken aan het prikbord ter herinnering aan het wonderschone gedicht dat zeker een van de mooiste is in de Engelse taal. De woorden klinken zo helder als bewegend water. Het zijn woorden, in natuurlijk daglicht, die letterlijk zijn schoongemaakt. Ze zijn nu zonder verstoringen. Ze ronken niet en ze pronken niet. De woorden houden zich ingehouden. Zo lijken ze op de vier ademloos gele lijnen in Piet Mondriaans Compositie in geel en wit uit 1933.

© Ruben Kaatee

Wij liepen daar waar ik dacht dat ook Wordsworth gelopen had, langs de rand van een weiland. Het regende bijna geruisloos. De kleuren en ook de geluiden waren daardoor schoon. Later die middag belde een vriend uit Londen op. We kwamen te spreken over waar ik was: het geheim van Wordsworth ontdekken, de dichter die een gedicht meestal bij iets eenvoudigs begint. Narcissen aan het water. Of gewoon een vlinder tegen wie hij begint te spreken: ‘Stay near me – do not take thy flight!/ A little longer stay in sight!’ Zo legt de dichter meteen al vast wat hij ziet. Dan gaat het denken verder. Met welke schilder, vroeg mijn vriend, zou je Wordsworth vergelijken? Nooit was die vraag mij gesteld maar ik wist het zeker: Mondriaan, zonder twijfel. De vormen eenvoudig en schoon. Je ziet een formulering die vorm wordt. De gele lijnen in de vier hoeken van de ruit zijn verschillend breed. Even lijken ze te trillen – maar dan komen ze roerloos stil te liggen. Het kijken ernaar houdt ons bezig.

Zoals dat meisje, Valentine, in het geheim van haar sprookjesachtige doos maar bleef doorspelen.


PS Voor wie verder wil, kan ik van WilliamWordsworth Selected Poetry aanbevelen, Oxford World’s Classics, edited by Stephen Gill and Duncan Wu