Fotografie: ‘Een prachtig moment’

Schoonheid en gewoonheid

Rinko Kawauchi, Aila 57, 2004. In: Een prachtig moment © Han Nefkens H+F Collection / Huis Marseille / Courtesy ROSEGALLERY

In de rode stijlkamer in Huis Marseille hangt een viertal beelden uit Naoya Hatakeyama’s serie River (1993-1994). Ze tonen een deel van de Sumida-rivier die kalm en onopvallend door Tokio kabbelt. De aan weerszijden oprijzende achtergevels zorgen voor een Grand-Canyon-achtig effect, alsof de Sumida zich een weg in de stad heeft gesleten. Doordat de beelden precies tweemaal zo hoog als breed zijn en de horizon in het midden valt, ontstaat de illusie dat het om twee afzonderlijke, vierkante foto’s gaat. Er is vrijwel niets te zien, maar je kunt er lang naar kijken.

De vraag wat het werk van de zeven Japanse fotografen die zijn samengebracht onder de noemer Een prachtig moment verbindt dient zich zo nu en dan aan, maar het lijkt raadzaam deze te negeren. Om iets zinnigs te zeggen over een breder gedeelde esthetiek lijkt de dwarsdoorsnede uiteindelijk te klein – of de variatie te groot. Eraan toegeven zou er slechts toe leiden dat onbeduidende gelijkenissen voor belangwekkende verbanden worden aangezien.

De close-ups van golven in panoramaformaat van Syoin Kajii, een boeddhistische monnik, zijn niet allemaal even onderscheidend. Maar daartegenover staan bijvoorbeeld prachtige, oudere collages die Toshiko Okanoue begin jaren vijftig maakte van door de geallieerden achtergelten tijdschriften. Op het oog net zo oud, maar in werkelijkheid hedendaags is een gigantische, digitaal gemanipuleerde zilvergelatine-afdruk van Yuki Onodera waarop te veel lichaamsdelen met zichzelf verknoopt zijn geraakt. De bewerkingen van Chino Otsuka zijn subtieler. In grote lijsten hangen aandoenlijke familiekiekjes: jeugdfoto’s waaraan de fotografe zichzelf heeft toegevoegd. Ze houdt als volwassene haar jongere ik gezelschap en maakt het verstrijken van de tijd tegelijk zichtbaar en ongedaan.

Er hangt meer werk van Hatakeyama. Twee grote foto’s uit 1995. Een soort vormstudies naar het idee van de explosie en onderdeel van de reeks Blast; even sereen als indrukwekkend. Uit dezelfde serie ook een sequentie uit 1998: Blast (#5414) t/m Blast (#5419). Er is niets anders te zien dan brokstukken. Groot en klein, bruin en grijs. Ze hangen op ieder beeld stil en volledig contextloos in de lucht, er is niets behalve het stopgezette geweld zelf. Dat wat van de knal overblijft wanneer je het geluid achterwege laat.

Het zijn de grote afdrukken van Rinko Kawauchi die de meeste intensiteit uitstralen. Hier is het kleine, alledaagse tafereel uitvergroot totdat de kleuren en de textuur de beelden niet minder explosief maken dan de foto’s uit Blast. Een verdieping hoger hangen kleine vuurwerkfoto’s uit de reeks Hanabi. Deze zeven komen uit Utatane en Aila. Een slapend kind onder een verzameling minutieus nagemaakte vliegen. Drie dode kippen in een keuken, op het moment dat er een druppel bloed uit een snavel druipt. Een uil. Een paard. ‘Het alledaags sublieme’, noemde The Guardian haar overkoepelende onderwerp ooit. Een overdonderende combinatie van schoonheid en gewoonheid. Hoe die dingen altijd weer hand in hand blijken te gaan.


Een prachtig moment: Japanse fotografie, t/m 2 sept. in Huis Marseille; huismarseille.nl