Herinneringen aan J.J.

Schoonhoven aan zee

De werkelijkheid funderen als kunst, wat bedoelde Jan Schoonhoven daar toch mee? Oppassen met de werkelijkheid, er kan van alles onder vallen. Zoals licht in restjes stof.

Medium 3. 20jan 20schoonhoven 20 7c 201969 20foto 20tiemen 20van 20der 20reijken

Toen we het idee kregen voor een map hoefden we niets van elkaar te zien. Het was spannender om later, als het af was, te kijken hoe tekst en beeld zich tot elkaar verhielden. Hij was meer dan twintig jaar ouder dan ik.

De titel gunde hij mij. Schoonhoven aan zee, was dat misschien iets? Hij knikte, waarom niet. De naam had iets zeventiende-eeuws.

Een heel gebied stond me voor ogen, land dat nauwelijks is te zien, half bedekt door water. Het wad deed me aan Schoonhoven denken, het licht in z’n reliëfs en tussen z’n strepen, dat halve land.

Het hoort bij een gedicht dat ik over hem schreef.

J.J. Schoonhoven topografisch bepaald

Om en nabij Leiden,

niet ver van Haarlem,

achter Naarden,

ongeveer bij Hoorn,

vlak bij Dordrecht,

langs Wijk bij Duurstede,

onder Alkmaar,

nabij Utrecht,

op de grens van Delft,

bijna in Vianen,

dicht bij Enkhuizen,

tegen Hoek van Holland,

even voor Gouda

Mocht ik z’n werk in iets anders laten opgaan? Schoonhoven was niet zo rechtzinnig in de leer. Hij lachte alleen maar toen een reliëf, bedoeld als prijs voor een jazzmuzikant, na het door z’n vrouw Anita Schoonhoven georganiseerde optreden zoek was geraakt. De volgende dag werd het drijvend aangetroffen in een poel op een bouwterrein, alsof dit de enig juiste plek was.

‘Wat moet je toch met die eierenrekken?’ vroeg Eelke de Jong, vriend en collega bij de Haagse Post, me altijd weer. Hij bereidde een uitgave voor met zorgvuldig uitgezochte schilderijen van koeien.

Ik herinner me dat ik ’s avonds laat met Schoonhoven in de trein naar Delft zat. Hij had veel gedronken, gemengd met een keuze uit wat in die tijd geestverruimende middelen werden genoemd. Dat deerde de scherpte van zijn woorden niet. De onderwerpen hadden voor hem geen rangorde, net zoals op z’n reliëfs en tekeningen geen aandacht trekkende hoogtepunten voorkomen. Elk plekje heeft z’n rechten, niets hoeft uitgezonderd te worden.

Hij bladerde in een treinblad en scheurde er, langs de gaatjes, een kaart uit, prrrrt, een oproep van The Famous Artists School om leerlingen te werven. Schoonhoven haalde een balpen uit z’n sleetse monty-coat en begon de kaart in te vullen. Hij keek er ernstig bij en zei dat hij tegenwoordig het liefst naakten tekende. Verstond ik hem goed, naakten? Hij hoorde tot een groep die met deze klassieke beelden had afgerekend.

Een paar weken later bezorgde de post een pakketje. Ik had de naakten als dronkenmanspraat uit m’n hoofd gezet. Toen ik het handschrift zag wist ik, nog voor ik de tekeningen uitpakte, dat hij in de trein de waarheid had gesproken. Vijf naakten op papier van Heineken en van de ptt, waar hij werkte. Dan nog een wilde gouache, het lijf opgegaan in de verf, en een schets van een rechtop staande vrouw, armen over elkaar, ‘de een een beetje Duits expressionistisch en de ander wat Degas-achtig’, schreef Schoonhoven erbij.

Door veilinghuis Van Gendt werd in juni 2003 een aantal schetsen en tekeningen van Schoonhoven aangeboden, werk uit 1930-1940, toen hij in de twintig was. Veel christelijke voorstellingen, waaronder de twaalf apostelen en een aantal kerken. Een ex-libris van een ballerina die vlak bij de zee op een stapel boeken danst. Ook nog een gedicht van A. Roland Holst, Het lied buiten de wereld, met een ets van Schoonhoven, niet echt een dichter die je met de latere Nul-kunstenaar in verband zou brengen.

Het zijn gesloten voorstellingen, je komt er niet in. De zonen van Seth, dat blijven de zonen van Seth. De omgeving waarin je de tekening bekijkt doet er niet toe. Die is voorgoed buitengesloten.

Medium 05. 20jan 20schoonhoven 2c 20r 2071 20  2020 2c 201971 2c 20latex 2c 20papier 20mache cc 81 2c 20verf 20op 20paneel 2c 20106 20x 20106 20cm 2c 20stedelijk 20museum 20schiedam 1

Eind jaren vijftig, begin zestig gooit J.J. Schoonhoven alles open. Dan heeft hij het over de taak van Nul, de groep waar hij intussen bij hoort, met Armando, Henk Peeters en Jan Henderikse.

Je moet ‘de werkelijkheid in essentie tonen’, schrijft hij, ‘de werkelijke werkelijkheid van materialen, van gelocaliseerde dingen in geïsoleerde duidelijkheid’. Bij hem kom je die losse dingen niet vaak tegen. Gestapeld ribkarton, dat komt er nog het dichtst bij. Het oogt armoedig, net of hij het ergens heeft gevonden.

Met zoveel werkelijkheid moet je oppassen, er kan van alles onder vallen. Dat bleek wel toen een slagersvakschool bij de opening een reliëf werd aangeboden. De directeur pakte een schaar en begon het open te knippen. Hij vermoedde dat het echte kunstwerk schuil ging in het papier-maché.

‘Hindert niets’, zei Leo Verboon van Galerie Orez, ‘dan kopen ze maar een nieuwe. Er moet wel voor twee betaald worden.’

Het inzicht van de schooldirecteur is lang niet zo gek als het lijkt. Op een namiddag in de herfst kijk ik naar een paar reliëfs. Wat kan ik er na het gedicht en het wad nog over zeggen?

Je persoonlijke geschiedenis van het licht, die zou erbij passen, gedempt in je geboortehuis, dan sluipt de scherpte erin. Het vermoeide licht in een klaslokaal, het wordt gekneveld in een doos en dan jubelt het in je eerste film. Wat steekt dat af bij het armoedige licht om de stoelen, tussen de rijen in de bioscoop.

Ik doe een paar lampen aan. Het licht schiet naar alle kanten, dat heb je nooit met een schilderij. Een lamp tegen het plafond, een fotolamp aan een plank, gordijnen open, vlug weer dicht, het herfst- en lamplicht, waar zullen de schaduwen komen.

Afdruk van het kamerlicht, als van een vinger op papier, vliegensvlugge vakjes, geen nuance slaan ze over.

De werkelijkheid funderen als kunst, wat bedoelt Schoonhoven daar toch mee? Dat hij overal op ingaat? Als hij hoort dat een geliefde haar pols heeft gebroken, tekent hij, met de telefoon in z’n hand, toch weer vlug een pols, alsof de jaren veertig nog niet voorbij zijn.

In Delft laat hij zich naakt beschilderen door Yayoi Kusama en zit hij vooraan bij het Goed brood-festival, dat is gewijd aan een diepvriesbrood, een kort bericht, dat door tientallen mensen urenlang wordt voorgedragen.

Hij raakt nog het meest aan terugwijkende voorvallen. Licht dat zich nestelt in restjes stof. In de hoeken van een vakje zie je de tussentinten van een voorval.

Jan Schoonhoven, zo wordt hij tegenwoordig genoemd. Het terughoudende J.J. klinkt beter, niet alleen omdat hij met die initialen signeerde, J.J. Schoonhoven, voluit. De puntjes achter de letters hebben iets ambtelijks, alsof ze voortkomen uit Schoonhovens werk bij het Haagse kadaster, waar hij, vanuit Delft, iedere dag met de trein naartoe ging.

Buiten is het grijs. Een deel van het licht is binnen gebleven, beslagen licht in de badkamer, licht met het laatste donker in de slaapkamer, licht in een knieholte, licht dat door matglas valt in de gang.

‘De wind maakt met de branding de ruimte hoorbaar en trekt gedwee strepen in het zand om die weer te verwaaien’, schreef ik in Schoonhoven aan zee. ‘Steeds had ik het gevoel achter me te moeten kijken, omdat wat ik voor mij zag op niets kon bogen dat boven andere gezichtspunten te prefereren viel.’

Bij J.J. Schoonhoven zie je geen portret van het licht, nee, je ziet de werking van het licht zelf. Het ritselt door elk voorval, het licht neukt de ruimte, van voren, van achteren.

Ergens in Toscane is een klooster uit de twaalfde eeuw. Groot is het niet. Het heeft een sacristie, een kapittelzaal, een slaapzaal. Het licht in de kloostergangen is niet scherp. Het voelt zacht aan, als je dat van het licht kunt zeggen.

In enkele witte zuilen met rechte hoeken zie je een voor dit klooster ongewoon reliëf. Het bestaat uit vakjes, hoeveel zijn het er, drie bij acht, vierentwintig bij elkaar.

Hier valt het Toscaanse licht, vlak bij de tuin, onbedekt naar binnen. In elk vakje wordt het anders verbogen, of het op een beperkt veld wil laten zien hoe onstandvastig het licht de aarde raakt.

K. Schippers is schrijver, dichter en essayist. De bijzondere uitgave Schoonhoven aan zee werd in 1984 uitgegeven door uitgeverij Bébert.


Beeld: (1) Jan Schoonhoven in 1969. Foto Tiemen van der Reijken / Museum Prinsenhof, Delft; (2) Jan Schoonhoven, R71-20, 1971_, latex, papier-maché, verf op paneel, 106 x 106 cm. Foto Tom Haartsen / Stedelijk Museum Schiedam._