Schoonmaker paradiso werner tierolf

‘DE EERSTE ochtend dat ik in Paradiso werkte, dacht ik: Godsamme, feestje gehad? En dat dacht ik de volgende ochtend en de ochtend daarna weer. Ik heb me regelmatig afgevraagd of ik moest proberen die puinzooi op te ruimen of dat ik maar beter de deur kon dichtspijkeren en de boel onbewoonbaar verklaren. Maar uiteindelijk vind je zelfs in de grootste zwijnestal je draai. Ik eet er alweer elf jaar van.

Elke ochtend komen we opdraven. Soms zijn we ook ’s avonds aanwezig tijdens feesten, om ervoor te zorgen dat de puinzooi beperkt blijft. Een beetje de tafeltjes schoonhouden. En tussen twee programma’s in even de boel opfrissen, zo goed en zo kwaad als het gaat. Maar soms is het allemaal héél krap gepland. We hebben wel eens dat de schoonmaak er ’s ochtends om zes uur pas in kan, terwijl dan de opbouw van het volgende programma alweer begint. Dan moet je werken terwijl er van alles in de zaal gebeurt. Wij zijn hier dus behoorlijk goed in improviseren.’
‘PARADISO HEEFT een eigen schoonmaakafdeling. Ik ben daarvan het hoofd, maar ik sop lekker met mijn jongens mee. Vroeger hadden de meeste bedrijven hun eigen schoonmakers. Maar in de tijd van de grote bezuinigingen zijn ze taken gaan afstoten. De schoonmaak werd vaak ondergebracht bij gespecialiseerde bedrijven. Wij hebben dat ook wel geprobeerd, maar dat was geen succes. Eigenlijk kan niemand die maffe pieken van Paradiso opvangen.
Als ik nieuwe mensen aanneem, hou ik hetzelfde praatje als Churchill. Alleen beloof ik ze geen bloed, zweet en tranen, maar bloed, zweet, kots en stront. Er zijn er die dan al zeggen: voor geen goud. Het kan ook zijn dat iemand al dweilende over zijn nek gaat. Dan gaan we om de tafel zitten en raad ik aan om naar iets anders uit te kijken. Het lost zichzelf altijd op. Na verloop van tijd komt zo iemand me dan vertellen dat-ie wat anders heeft gevonden. Geen druk, geen officiële waarschuwingen, zoals bij schoonmaakbedrijven.
We hebben nu last van krapte op de arbeidsmarkt. Mensen willen niet meer schoonmaken. Komt door de economische situatie. Het gaat te goed met Nederland. Best zonde, want het is géén klotewerk en we hebben een toffe ploeg. Je draagt alleen wel een reputatie met je mee. Ik wind er zelf nooit doekjes om, dus als mensen me vragen wat ik doe, zeg ik: “Ik ben schoonmaker.” Krijg je van die vertrokken bekken. Op het moment dat de naam Paradiso genoemd wordt, wordt het opeens wél weer interessant. Maar als ik dat er niet bij zeg, valt het gesprek meteen dood.
Toen ik nog bij een schoonmaakbedrijf werkte, maakte ik soms vervelende dingen mee. Keerden ze gewoon een asbak voor m'n neus om. Of ik dat even wilde opruimen. Het is vooral het middenkader dat dat doet. Mensen die zich hebben ingelikt. Vooral sommige directiesecretaresses zijn vreselijk.
Voor mij is teambuilding heel belangrijk. We beginnen altijd met koffie en een beetje ouwehoeren, en dat doen we halverwege de ochtend nog een keer. Verder hebben we een GSO, Groot Schoonmaak Overleg. Vier keer per jaar om de tafel met alle schoonmakers. Beetje gal spuwen, beetje suggesties leveren. Tijdens het GSO prikken we een datum voor het “schoonmaak-uitje”. Met zijn allen grootschalig bier hijsen. Voor de teamgeest.’
'HET VUIL DAT je aantreft, verschilt per programma. Een bijbellezing levert hooguit wat bekertjes en sigarepeukjes op. Maar als er de hele nacht lang een housefeest heeft staan blazen, dan krijg je het hele scenario. Kots, condooms op de vreemdste plaatsen, stront op de plees, ladingen bekertjes door het hele pand. En dan heb ik het nog niet eens over de moederkoek. Eerst wordt puin geruimd in de zaal. Dan hou je een korst over: de moederkoek, bestaande uit bier, fris, zweet en vuil. De koek is keihard als je ’s ochtends gaat schoonmaken. Ik heb hier wel eens van die stropdasmannetjes, vertegenwoordigers van bedrijven die schrob-zuigmachines leveren. Die komen binnen met allerlei babbels over hoe hun machine de zaak in een mum van tijd blinkend schoon krijgt. Die hoef ik alleen maar even ’s ochtends rond te leiden, en dan vertrekken ze weer, met rollende ogen. Tegen onze moederkoek kan geen schoonmaakmachine op. Het enige wat werkt is de brandslang d'r op zetten, laten weken en dweilen.
Om te kotsen zoeken ze een zo donker mogelijk hoekje op. Aan weerszijden van het podium hangen zwarte gordijnen, daar doen ze het graag achter. Soms vind je het niet zo makkelijk. Dan moet je op de neus af, want kots verspreidt een akelig zure lucht. Vaak hoef ik niet eens in het programma te kijken om te weten wat er de avond van tevoren in huis is geweest. Met name studentenfeesten ruik ik al bij de zij-ingang. Het aroma komt je tegemoet zodra je het deurtje opendoet, zeg maar.
Sinds een paar jaartjes hebben we een toiletjuffrouw. Daardoor blijft de ellende op de plees beperkt. Zij zorgt ervoor dat de bekertjes buiten blijven. Die verstoppen namelijk de afvoer. En dan kunnen wij weer strontruimen. Verder hebben we tegenwoordig makkelijk oplosbaar toiletpapier. Maar maandverband, daar doe je niets tegen. Je denkt dat dames die zooi wel in de afvalbakjes gooien die keurig netjes naast de pot staan. Maar nee hoor. Het gaat zo, hupsakee, de plee in. Stond ik ’s middags om vier uur een klont maandverbanden te scheppen. Met de hand. Dat gaat natuurlijk wel met handschoenen aan. Van die lange, tot aan je elleboog.
Condooms vind je niet alleen op de toiletten, maar ook pal voor het podium. Je begrijpt niet hoe ze het voor elkaar krijgen, dan hebben ze dus echt en plein public een nummertje liggen maken. Ook de nooduitgangen en de kleedkamers zijn geliefd. Daar wordt ook veel wild gepist. Daar moet je goed op letten, want anders ga je het ruiken. Het lullige is alleen dat de geur van urine snel wegsterft, en pas later, als de temperatuur stijgt, weer terugkomt. Als ze tegen een gipsplaat hebben staan zeiken, dan kun je dat nooit meer schoonkrijgen. Dan moet je de hele plaat vervangen.
De kleedkamers zijn in de kelder. Je hebt bands die hun ruimte werkelijk keurig achterlaten. Maar soms sta je je echt te vergapen. Hebben ze het hele interieur plus voedsel gelanceerd. Dan zitten er broodjes en potjes jam en pindakaas tegen de muur geplakt. Over het algemeen breken vooral de kleine bands de tent af. Het grappige is dat bekende bands de kleedruimte meestal behandelen als hun eigen huiskamer.’
'NA ELF JAAR denk je: mij krijgen ze niet meer op de kast. Maar laatst hadden ze me toch weer te pakken: met confetti. Daarmee krijg je elke schoonmaker over de rooie. Als wij ’s ochtends komen zit het vastgeplakt en krijg je het nauwelijks weg. De laatste keer was tijdens de Gay Games. Ik had het nog nooit zo erg gezien. Kilo’s en kilo’s van dat spul. Ze hadden het rondgeblazen met zo'n ding waarmee je de bladeren je tuin uit jaagt. Het zat werkelijk overal. Het was de bedoeling dat we om twaalf uur ’s middags de zaal schoon zouden hebben. Om zes uur ’s avonds heb ik de handdoek in de ring gegooid. Er was geen beginnen aan. Confetti, daar moet je als schoonmaker mee leren leven.
Er is één jaarlijks terugkerend programma dat werkelijk de schrik van de schoonmaak is. Naarmate dat programma nadert, wordt het moeilijk mensen in te roosteren. Mijn doorgewinterde krachten weten wat ze voor hun kiezen krijgen. Echt totale chaos. Kleine zaal, balkon, hal, grote zaal, kelder, kleedkamers: alles is smerig. Dan moet ik mijn mensen aan het handje vasthouden en hou ik ze alleen op de been door ze te verzekeren dat er leven is na deze klus.
Vorig jaar zijn we bij wijze van schoonmaak-uitje met z'n allen naar dat feest gegaan. We hebben het helemaal uitgezeten en vervolgens zijn we gaan schoonmaken. Dat was voor mij een hele openbaring. Pure waanzin. Overal decorstukken en maffe mensen. De twaalfhonderd man die binnen waren, gingen volledig uit hun dak. Er gebeurden de raarste dingen en bijna iedereen was onder invloed. Ook mijn schoonmakers. Maar het is ons gelukt. Een van de jongens hing die ochtend continu met zijn kop boven een bak. Daar was geen land meer mee te bezeilen, dus heb ik hem maar naar huis gestuurd. De rest steunde op twee bezems in plaats van een. We hebben niet bepaald de hoogste helderheidsgraad bereikt, maar het volgende programma kon er op tijd in. Hoe die feestgangers het uithouden is mij een raadsel. Ik ben drie dagen van slag geweest door dat geintje.’
'BIJ EEN schoonmaakbedrijf zul je me niet meer aantreffen. Hier heb je meer eer van je werk. Maar er is wel iets waar elke schoonmaker in Paradiso aan moet wennen. Als je ’s morgens aankomt, is de wereld vergaan. Met een ochtend hard werken breng je de boel terug naar een vorm van westerse beschaving en da’s prachtig. Maar binnen vierentwintig uur vergaat de wereld opnieuw. Hoe je daarmee omgaat, is een persoonlijke kwestie. Het helpt als je bedenkt dat de ravage die je aantreft jouw brood is.’