Schoonzwemmen onder water

In een theaterlauwe week probeerde ik wat in te halen. Overal in de stad hing die bloedmooie foto (Erwin Olaf) van die twee bloedmooie jonge mensen, als aankondiging van de dansvoorstelling Romy & July. Het uitvoerend gezelschap heet Introdans. Hun ‘danskalender’ voor het komend seizoen heet ‘humor en dansplezier voor de jeugd’. En de kwalificatie die het gezelschap zelf gebruikt voor hun dansante versie van Romeo and Juliet is consequent: fris. Nu ben ik een voorstander van humor, dansplezier voor de jeugd vind ik ook niet verkeerd, en ik ben dol op frisse herinterpretaties van klassiekers. En dit is een foute inleiding. Poging nummer twee dan maar.

Sterk geschreven scènes uit het toneel zijn altijd bruikbaar in andere kunstvormen. Shakespeare’s Romeo and Juliet bevat een aantal sterk geschreven scènes. Het moment bijvoorbeeld waarop de twee gelieven Romeo en Juliet - die deel uitmaken van twee rivaliserende families - elkaar tijdens een bal voor het eerst ontmoeten en meteen stapelverliefd op elkaar worden. Of het moment waarop twee van hun vrienden vechten, waarin Romeo op een onhandige manier tussenbeide probeert te komen, waarbij hij de dood van beiden veroorzaakt. Ook in de voorstelling van Introdans’ gastchoreograaf, de Spanjaard Ramon Oller, Romy & July, zijn dit sterke scènes. Hij zet daar een paar staaltjes van ensemble-danswerk neer die er wezen mogen. Dank ook aan de muziek van de Russische componist Serge Prokofjev, die met name voor het bal met de eerste herkenning van de twee gelieven een (veel geciteerd) topnummer componeerde.
Toch is er iets heel erg mis met deze voorstelling. En dat begint bij het decor van Ignasi Christà. Links staat een tableau met bloemen. Rechts ligt een berg autobanden (en er komt uit de coulissen een pijp, waarvan de betekenis pas in de slotscène helder wordt). Iedere voorstelling die zich baseert op het verhaal van Romeo en Julia moet zich inspannen om duidelijk te maken dat er een vete is tussen de twee families van deze kids. Dat feit wordt hier meteen in beeld gebracht. De ouders van Romeo doen in bloemen, de ouders van Julia doen in tweedehands auto’s. Beide families zijn sponsoren van het zaterdag-amateurvoetbal - getuige het knullige achteraanzicht van een soort tribune waardoor het toneelbeeld wordt beheerst. Dit toneelbeeld is dodelijk. Omdat het van alles illustreert. En de voorstelling, het dansidioom van choreograaf Ramon Oller, kwadradeert die illustratie. Waar het toneelbeeld de situatie van die twee verliefde mensenkinderen op een realistische wijze invult, kleurt de dans de ramp van hun korte levens nog eens in, als het werk van een zondagsschilder die rode tulpen een extra likje rood geeft. Ik begrijp dat Oller als choreograaf onder meer het patent heeft op heftige gevoelsbewegingen in de armen. Dansers bereiken hun prachtige effecten primair met hun voeten en hun benen. Met hun armen en handen, hun gestiek, kunnen ze hun benen en voeten als het ware lichter maken. Maar dan moeten de bewegingen wel helder en strak zijn. Bij Oller zijn ze slordig, wriemelend, warrig, onder-water-schoonzwemmen. En daarin wordt het gevoelig vertellen van het verhaal van deze gelieven net zo vervelend als het decor: illustratie, laten zien hoe erg het allemaal is. En ja, het ìs erg!
Ik zat - als kijker al snel wanhopig - te denken hoe het ánders zou kunnen. Hoe zou het bijvoorbeeld zijn als deze choreografie wordt vertoond op een totaal kaal speelvlak, met alleen een simpele loopplank in het achtertoneel (want je hebt in dit stuk wel iets van hoogteverschil nodig)? Zou dit dansmateriaal dan niet veel sterker werken? Zouden de armen van de dansers door de leegte van de ruimte niet automatisch gestrekter, strakker worden? Waardoor de gestiek gestileerder en het bewegingspatroon helder, minder nadrukkelijk emotioneel ingekleurd zou zijn? Ik weet het niet. Ik heb voor dans sowieso niet doorgeleerd. En ik wantrouw mezelf als ik tijdens een voorstelling alternatieven ga zitten bedenken voor wat ons wordt vertoond. Omdat het publiek om me heen - voor de derde keer deze zomer - het zó massaal met me oneens was, bedacht ik een reddingsboei: ik heb een grondige hekel aan laf gedanste, illustratief gedecoreerde, gevoelig ingekleurde en ongetwijfeld briljant uitgelichte verhaaltjes.
Romy & uly leek als twee druppels water op het lege plaatje dat ik als kind zo vaak moest inkleuren. In de figuren stonden cijfertjes. Die correspondeerden met kleuren. En als je die kleuren keurig had aangebracht, dan was het kunstwerk klaar. En mijn god, wat was dat saai!