Schots nee is uitgesteld ja

Edinburgh – Nadat het stembureau is gesloten laten voor- en tegenstanders van de Schotse onafhankelijkheid zich voor de ingang blijmoedig filmen en fotograferen. Een pokdalige man, van muts tot sokken uitgedost in Union Jack-parafernalia, nestelt zich tussen hen in om de overwinning op te eisen.

Iedereen kijkt met enige gêne naar deze nar. Het is een typerend moment.

Groot-Brittannië is weliswaar in stand gebleven, maar de 307 jaar oude unie tussen Engeland en Schotland is zwakker dan ooit. Britishness is de verliezer van het Schotse referendum. Liefst 45 procent van de Schotten wil een eigen land beginnen en deze golf van verlicht nationalisme heeft politici in Westminster ertoe bewogen om de parlementen in Edinburgh, Cardiff en Belfast meer macht te geven.

Een neveneffect is het voornemen om Schotse Kamerleden niet langer te laten meebeslissen over aangelegenheden die alleen Engeland aangaan, zoals zorg en onderwijs. Hierdoor ontstaat er de facto een Engels parlement, waar de Conservatieven de macht zullen hebben. Terwijl Schotland de Scandinavische kant opdrijft, zal de politieke cultuur in Engeland conservatiever worden.

Het sluit naadloos aan bij de herontdekking van Englishness. Lange tijd was Engels nationalisme onzichtbaar. Sterker, het rode kruis van Sint Joris werd met radicaal-rechts geassocieerd, maar sinds het EK voetbal van 1996 in Engeland is de vlag salonfähig geworden. Meer dan ooit klinkt het ‘Engelse’ volkslied, William Blake’s Jerusalem.

Met enige regelmaat doen politici moeite om Britishness nieuw leven in te blazen. Het is een kunstmatig concept dat prima dienst kan doen als parapluterm, bijvoorbeeld binnen de multiculturele samenleving. Het is immers makkelijker om een Brits-Pakistaan te zijn dan een Engels-Pakistaan. Bij de afgelopen Olympische Spelen was er een opleving van Britishness door de prestaties van Team GB.

De teloorgang van Britishness is echter een natuurlijk proces. Het uiteenvallen van het Britse wereldrijk gaat gepaard met de herontdekking van de eigen identiteit. Daar komt bij dat staatsbedrijven als British Rail, British Gas en British Leyland niet meer bestaan. Zodoende heeft ook de privatisering – en globalisering – meegespeeld bij de afbrokkeling van de Britse identiteit.

In Schotland leeft het gevoel van Britishness nog het meest bij de oudere generatie, die massaal ‘No, thanks’ (bij ‘Ja’ ontbrak typerend genoeg het woordje ‘please’) heeft gezegd tegen onafhankelijkheid. De jongeren lijken meer op te hebben met Scottishness, een land van sociaal-democratie, multiculti-nationalisme en swingende doedelzakmuziek. De Schotse premier Alex Salmond bracht het fraai onder woorden: een nee is een uitgesteld ja.