Schraal

De Dienst Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling en Stroom/HCBK vroegen onlangs aan beeldend kunstenaars David Veldhoen, Linda Pollack, Jan van Grunsven, Urs Pfannemoller, Erik de Lyon en Onno Dirker om ideeen te ontwikkelen voor de herinrichting van de ‘Schenkstrook’ in Den Haag.

Onder kunstenaars bestaat al een tijd een grote belangstelling voor site-specific werken, het maken of plaatsen van kunst in een context die met het leven te maken heeft, in plaats van met de moraal van een mausoleum. Steeds meer kunstenaars, of ze zich nu materieel uitdrukken door middel van objecten, of immaterieel via video of computer, zoeken naar nieuwe presentatiewijzen. Ze raken ervan doordrongen dat betekenis geen a priori meer is en dat de neutraliserende context van het museum te weinig genereert. Alleen buiten de muren van de tempel kan kunst meer zijn dan een bewaard object. Naar buiten dus…
Maar buiten weet zich doorgaans niet zo goed raad. Buiten belichaamt dat sprankelende leven in het geheel niet, integendeel, het gaat ten onder aan pragmatisme, verwaarlozing en tanende openbaarheid. In de meeste gevallen is de stedebouw die voor de buitenwereld verantwoordelijk is, een puur uitvoerende discipline die alleen bestuurlijke, technische en financiele criteria erkent. Weinig stedebouw verloopt als onderzoek, als poging een plek te leren kennen, als vorm van landinrichting. In plaats daarvan gooit men het steevast op een akkoordje met de politiek en de vastgoedsector. In de kunst gelooft men dan de remedie te hebben gevonden door de gezichtloosheid een blosje te geven. Zo ontmoeten twee eenzamen elkaar.
Wat kun je van de beeldende kunst verwachten die voor al te prozaische openbare ruimte bedoeld is? Wat de beleidsmakers verwachten is duidelijk: zij hopen op een ‘stimulerend stadsmilieu’, of 'het creeren van sfeer en identiteit’ of 'reacties op ruimtelijke situaties’ of 'een zekere omgevingsbeleving’. Datgene wat men van de kunst verwacht, heeft haar al gesteriliseerd voor ze haar werk kan doen.
Aan de kunst wordt gevraagd te voldoen aan de abstracta van de kunstwetenschap, stadssociologie en beleidsdoelen. Dat heeft niets met kunst te maken, noch met de stad, noch met de openbaarheid. Hoewel het sacraliseren en memoreren, de oude functies van het stedelijke monument, reeds lang vervaagd zijn, blijven we aan de traditie volhouden, een traditie die is geinstitutionaliseerd tot 'opdrachtenbeleid’.
Samenvattend: er bestaat een institutie 'kunstopdracht’, met commissies, nota’s, budgetten, en de onherroepelijk daaruit volgende opdrachten. Maar niemand weet wanneer en waarom kunst in een gegeven situatie als kunst gemist wordt. Stedelijk is er nauwelijks een verhaal (behalve waarover men zich zou moeten schamen wellicht) en dus kan er ook niets worden verteld. Continu moet er iets worden verzonnen. Dat is geen kunst, dat is bezigheidstherapie.
Het kan ook anders, zoals blijkt uit de opgave voor de Schenkstrook. Het initiatief van de Dienst REO om geen genoegen te nemen met de plannen van de Dienst Verkeer van de gemeente voor dit gebied, is zeer uitzonderlijk. Het schept namelijk nieuwe voorwaarden die de voornoemde schrale situatie kunnen verhelpen. Hier is de mogelijkheid geschapen te breken met een onvruchtbaar geworden traditie van kunst als afronding van een plan, of nog erger, als correctie op dat plan.
Kunst wordt de mogelijkheid geboden niet in de gebouwde omgeving te staan, maar omgeving te zijn; hier wordt zij gedachte vooraf, in plaats van object achteraf; ze is niet noodzakelijkerwijs object, maar een idee; ze wordt van een toevallig buiten opgesteld museumstuk tot deelnemer aan het verhaal van de stad. En wie weet, als alles goed gaat, wordt zij het eerste procent van het bouwbudget, en niet het laatste.
Kunst als voorwaarde voor ruimtelijke ordening, als gesprekspartner in de planningsfase, als volwassen deelnemer aan stadsontwikkeling, dat is de verdienste van deze studieopdracht. Het blijft daar niet bij: enkele van de deelnemers zal worden gevraagd de ingediende plannen verder uit te werken met het oog op daadwerkelijke realisering.