Waar zou Claude zijn? Hangt weer bij de staljongens rond. Voor de zevende keer in acht jaar zo zwanger als een pompoen. Waarom ze een zachte kleine pruim naar haar hebben genoemd, is hem een raadsel.
Eindelijk: de illustere oude heelmeester. Was al op weg naar Amsterdam, maar kon nog net een specimen van zijn wondermiddel langs brengen. Francois gruwt van de zuur gefromageerde soep die hij moet doorslikken. Er mag geen tongetje honing doorheen en vooral geen zoete pruim van la Reine Claude, zegt de zwarte jodenzoon uit Constantinopel.
Apusse houdt hem de nap dik paardebloemensap voor, net zolang tot die leeg is. De koning droomt van koude blauwe zwaardvissen. Maar bij het wakker worden moet hij, voor het eerst sinds weken, niet meteen aan addermest en spinnekwijl denken. Hij slurpt nog een bak van de witte duivelsbrij leeg. Het komt hem de neus uit, maar de onvermoeibare Apusse trekt hem aan allebei de oren en zo zakt het toch zijn magere ibissenhals in.
Na drie dagen kan hij zowaar op eigen kracht het bed uit komen. Hij doet zijn bombazijnen onderbroek aan en al het andere wat een koning past. Stapt weer waardig de trap af, helemaal in de stemming om iemand een flinke schop te geven. Waar zijn die stinkende paardestallen ook alweer?
Het zou tot na de Eerste Wereldoorlog duren voordat de yoghurt in Frankrijk terugkwam. Georgiers en Grieken zorgden in Parijs voor aanmaak op kleine schaal. Desondanks was de hoofdpersoon in Maison Basse van Marcel Ayme in 1935 nog niet geheel zeker van de juiste schrijfwijze.