Toneel

Schrijnend gelijk

Toneel: Max Havelaar door Impresariaat Hummelinck Stuurman

Ger Thijs, bewerker van de bekendste Nederlandse laat negentiende-eeuwse roman, Max Havelaar van Eduard Douwes Dekker (Multatuli), schrijft in het nawoord van zijn bewerking: «Hij Douwes Dekker heeft geen gevoel voor dosering, je denkt voortdurend: ja dat weten we nu wel, dat de Javaan wordt uitgebuit.» Bij eerste lezing legde Thijs het boek voortdurend weg. Ik las Max Havelaar voor het eerst in de jaren zestig, tijdens mijn onderwijzersopleiding, voor «de lijst». Toevallig viel mijn eerste lezing samen met nieuwe onthullingen over de politionele acties in «ons» Indië (uit mijn hoofd: het rapport-Hueting, daarna een geruchtmakende Vara-tv-uitzending). Door dat toeval werd het irriterend orakelende gelijk van Havelaar een schrijnend gelijk. Ik las het boek in één adem uit.

Bij de vrije toneelvoorstelling Max Havelaar, die in de regie van de Vlaamse regisseur Ignace Cornelissen nu door het land reist, overviel me dezelfde sensatie. Ik moest me door de eerste twintig minuten («in welk dames-en-heren-toneel ben ik nu beland?») worstelen. Daarna had de voorstelling me in haar greep. En ze liet me geen seconde meer los. «Bewerken is verraad», schrijft Ger Thijs in zijn nawoord. Dat «verraad» zit hier in het schrappen van de intermediair Stern, die het pak documentatie over de ervaringen in Indië van Sjaalman (lees: Havelaar/Douwes Dekker) ten huize van Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie, tot boek omwerkt. Sjaalman gaat die bewerking, onder protectie van Droogstoppel, hier zelf maken. Tijdens zondagse bijeenkomsten (eerst ter kerke, dan op de koffie), worden de gebeurtenissen in Lebak nauwgezet gereconstrueerd, nagespeeld, als betrof het een amateurtoneelvereniging voor tussen de schuifdeuren. Iedereen doet mee, de amateur-acteurs glijden in en uit hun rol, Sjaalman is regisseur en auteur, Batavus Droogstoppel kijkt verbijsterd toe.

Thijs vergelijkt de eenmans invasie van Sjaalman in de familie Droogstoppel met Molière’s Tartuffe. Dat is precies het schot in de roos van deze bewerking. De oud-Indiëganger Sjaalman, idealist, utopist, dringt binnen in de gezelligheid van de zondagse Droogstoppel-kransjes als een goeroe, een zinsbegoochelaar, een ge schiedenis-illusionist. Thom Hoffman speelt de rol van Sjaalman perfect. Hij schakelt, van de irritante gelijkhebber naar de loser die met een knipoog geniet van de verwarringen die hij aanricht in huize Droogstoppel. Kees Hulst is als Droogstoppel zijn gedroomde tegenvoeter. Hij doorziet de regisseur Sjaalman steeds één stap te laat, zijn correcties werken niet, zijn vrouw raakt vooral in de war, zijn kinderen worden door Sjaalman gehypnotiseerd, huisvrienden raakt hij kwijt, aan het eind kan hij alleen nog maar om wraak schreeuwen.

De vormgeving van de voorstelling Max Havelaar is geniaal. André Joosten heeft een scenografie ontworpen waarin de oer-Hollandse vloerkleedjes langzaam opklimmen in een Indische klamboe, waarin degelijke, menshoge kamer planten transformeren tot de illusie van een plantage, een rimboe. Kostuumontwerper Leonie Polak geeft de toneel spelers minimale maar effectieve middelen, waarmee ze kunnen transformeren – hoogtepunt: Trudi Klever die (als mevrouw Droogstoppel) een simpel kleed om knoopt en de corrupte Indische vorst Adhipatti wordt. Licht ontwerper Max Dekker tovert tropische hitte in een Hollandse binnenkamer.

De hoogtepunten uit Multatuli’s Max Havelaar komen allemaal langs, soms bijna nonchalant. De toespraak tot de hoofden van Lebak is voorbij voor je het weet, maar de tekst zindert daarna door in je kop. Geestig, ontroerend, met mooie cliffhangers is het gevecht ten huize Droogstoppel, over wáár precies het verhaal over Saidjah en Adinda een plek moet krijgen. Droogstoppels zoon Frits (een prachtrol van Mark Ram) geeft hét ultieme argument, door de afloop zonder opsmuk te vertellen. «Het komt erin», zegt Sjaalman daarna.

Ik zag de voorstelling in de Rotterdamse schouwburg, tussen een grote groep middelbare scholieren. Roken mag in de pauze alleen buiten voor de deur. Ik hoorde daar in korte tijd veel opgewonden pubers vertellen hoe ze morgen gingen uitzoeken waar «die Max Havelaar» te lenen, te kopen of te krijgen was. Twijfels over de «canon» van het Nederlandse erfgoed? Je kunt tot begin juni terecht in schouwburgen overal in Nederland.

Max Havelaar is te zien tot en met 7 juni van Vlaardingen tot Baarn. Inlichtingen: Hummelinck Stuurman, 020-6164004, www.hummelinckstuurman.nl