Schrijven aan de rand van de periferie

De Koerdische auteur Mehmed Uzun pleit voor een literatuur die lokale geschiedenis mengt met universele thema’s en moderne technieken. Hiermee probeert hij de Koerdische literatuur een plaats te geven binnen de wereldliteratuur.

Duizenden mensen gingen op 12 oktober vorig jaar de straat op in Diyarbakır, de grootste stad in Zuidoost-Turkije, met een overwegend Koerdische bevolking. De aanleiding: de uitvaart van de Koerdische auteur Mehmed Uzun (1953). Nog nooit, begon collega-auteur Yasar Kemal zijn begrafenistoespraak, is een letterkundige door zo veel mensen uitgeleide gedaan. Uzun genoot een grote populariteit in zijn geboortestreek, hoewel veel van zijn Koerdische lezers zijn werk liever in het Turks lazen en hoewel ‘de schepper van de Koerdische roman’ al bijna dertig jaar als vluchteling in Stockholm woonde en werkte.

In een artikel over Vargas-Llosa beschrijft Orhan Pamuk de typische positie van de zogenoemde derdewereldauteur, een schrijver in de periferie van de wereldliteratuur, een schrijver als de Peruaan Vargas-Llosa, een schrijver als Pamuk zelf. Deze positie, zegt Pamuk, wordt meer dan door de feitelijke plaats waar de auteur zijn literaire werk schrijft bepaald door de psychische afstand die de auteur voelt ten opzichte van de wereldliteratuur. De maatschappelijke problemen in zijn land van herkomst nopen de auteur tot een keuze over zijn relatie tot kunst en politiek, tot nationalisme en universaliteit. Tegelijkertijd verschaft de keur aan nieuwe, originele onderwerpen waar de derdewereldauteur uit kan putten hem al bijna vanzelf een zekere oorspronkelijkheid. Wat geldt voor Orhan Pamuk, geldt voor Mehmed Uzun in het kwadraat: als auteur uit Turkije bevindt hij zich in de periferie van de wereldliteratuur. Als Koerdische schrijver staat hij bovendien ook in het perifere Turkije in de marge. Terwijl hij als balling in Zweden tegelijkertijd in nauw contact is met het centrum van de wereldliteratuur. Het is zijn verhouding tot deze drie respectieve literaire gemeenschappen, de Koerdische, de Turkse en ‘de wereld’, die Uzuns schrijverschap heeft gekleurd. Dat komt het duidelijkst tot uiting in de taal die hij koos voor zijn romans en in zijn literatuuropvatting.

‘Als mijn moedertaal dezelfde positie had gehad als Turks, Arabisch of Perzisch, dan had ik zo ver weg, op een plaats waar ik al zoveel jaren woon, niet in een zo andere taal geschreven; dan schreef ik in het Zweeds’, zei Uzun ooit in een interview. ‘Maar de toestand van het Koerdisch is bijzonder tragisch.’ Uzuns keuze voor het Koerdisch was vooral een morele. Als Koerd uit Turkije, geboren in de provincie Diyarbakır, was zijn moedertaal een bepaald minder fortuinlijk lot beschoren dan die van zijn Turkse landgenoten. Het streven van de moderne republiek Turkije naar een nationale eenheid, een natiestaat met één volk, één taal, één godsdienst, heeft andere talen dan Turks tot kort geleden niet of nauwelijks ruimte gelaten in officiële organen als onderwijs, media en overheid. Koerdisch was beperkt tot het domein van huis, tuin en keuken.

Het schrijven van Koerdische literatuur vereiste dan ook in de eerste plaats het creëren van een Koerdische literaire taal. Uzuns poging de woordenschat van het Koerdisch te vergroten was een project dat een groot deel van zijn aandacht opeiste – hij gaf er talloze interviews over, deels in boekvorm gepubliceerd. Uzun maakte bandopnames van voordrachten van dengbêj’s, de traditionele verhalenvertellers die een grote rol spelen in de orale literaire cultuur van Koerden. Hij bestudeerde daarnaast de klassieke Koerdische literatuur uit Syrië, Irak, de Kaukasus, hedendaagse Koerdische publicaties uit dat gebied en de alledaagse omgangstaal van Koerden in Turkije. Op basis daarvan legde hij lijsten aan van woorden die gangbaar waren in zijn eigen moedertaal, het Kurmanci, maar ook in de andere Koerdische talen die in en rond Turkije worden gebruikt. Purisme streefde hij niet na: ingeburgerde woorden van Arabische, Perzische of Turkse herkomst nam hij over in zijn literaire taal, in plaats van er Koerdische neologismen voor te verzinnen.

Met zijn activiteiten voor het Koerdisch richtte Uzun zich in de eerste plaats tot zijn Koerdische lezers, en de Turkse context. In Koerdische kringen was zijn exercitie echter niet oncontroversieel. Uit Koerdisch-nationalistische hoek kreeg Uzun het verwijt dat de ‘gemeenschappelijke taal’ die hij creëerde te veel woorden bevatte van niet-Koerdische oorsprong, en daarmee te weinig echt, puur Koerdisch was. Maar ook de geringe status die het Koerdisch in de ogen van veel Koerden zelf had, een weerspiegeling van de maatschappelijke machtsverhoudingen, speelde hem parten. Voor veel lezers was het moeilijk te geloven dat er serieuze literatuur geschreven kon worden in een taal die ze voornamelijk kenden uit sprookjes en legenden. En door het ontbreken van onderwijs in het Koerdisch vonden andere Koerdische lezers zijn taalgebruik te moeilijk. Toen in 1995 de Turkse vertaling verscheen van Uzuns roman In de schaduw van een verloren liefde werd die niet alleen door Turken maar ook door veel Koerden gelezen, zegt vertaler Muhsin Kızılkaya.

Uzun mocht dan grote affiniteit hebben met de Koerdische orale literatuur (een van zijn romans beschrijft het leven van een dengbêj), als schrijver koos hij voor een westers genre bij uitstek: de roman. Die keus lag voor de hand in het politieke klimaat waarin hij in het Turkije van begin jaren zeventig zijn loopbaan als hoofdredacteur van een Turks-Koerdisch tijdschrift begon. Iedere politicus was tegelijk ook schrijver, zoals hij later samenvatte. In de sociaal-realistische traditie, die vanaf de jaren vijftig met name onder linkse schrijvers in Turkije grote aanhang had, was de roman het voertuig bij uitstek voor politieke ideeën en maatschappelijke opvattingen.

Maar zijn jarenlange verblijf in Zweden, zijn ‘venster op de wereld en de wereldliteratuur’, gaf zijn eenmaal gemaakte keuze voor de roman gaandeweg een andere betekenis. Van een sterk politiek georiënteerd schrijver met een didactische inslag veranderde Uzun in een auteur met een literair engagement dat niet aan enige politieke of ideologische stroming gebonden was. Deze literatuuropvatting kwam voor het eerst tot zijn recht in de vierde roman die hij schreef, In de schaduw van een verloren liefde. Het was zijn roman die het eerst vertaald werd in het Turks, en vandaar in andere talen – en dat was, volgens Kızılkaya, geen toevallige keuze: deze literaire opvatting sloot beter aan bij wat in West-Europa gangbaar was.

‘Als ik ergens bij moet horen, dan zijn dat de verdrukten en ontredderden’, zo omschreef Uzun zijn engagement. Hij zette zich echter af tegen de ‘slachtofferliteratuur’ zoals die vaak door Koerdische auteurs werd geschreven. Koerdische literatuur moest in zijn visie deel uitmaken van de wereldliteratuur, maar daarvoor zouden Koerdische auteurs zich moeten openstellen voor vernieuwing in romantechnieken en moderne esthetiek.

Met zijn pleidooi voor een literatuur die lokale geschiedenis mengt met universele thema’s en moderne technieken probeert Uzun de Koerdische literatuur een plaats te geven binnen de wereldliteratuur. Met enige kwaadwilligheid zou dat pleidooi kunnen worden opgevat als een succesrecept voor boeken die in de westerse wereld goed verkopen – inderdaad precies wat succesvolle ‘derdewereldauteurs’ vaak wordt verweten. Sterker nog, het is precies wat Orhan Pamuk door Turkse lezers en recensenten geregeld voor de voeten wordt geworpen. Pamuk zou in de westerse wereld zo populair zijn omdat hij exotisch aandoende onderwerpen handig in het westerse jasje van de postmoderne roman weet te verpakken.

Maar hier zet de Koerdische schrijver in de periferie van de periferie de Turkse literaire wereld in een ander licht. Wat de Turkse kritiek de bekendste Turkse auteur zo graag verwijt, geldt volgens Uzun voor de Turkse literatuur in haar algemeenheid. In haar verwoede pogingen de westerse conventies over te nemen kan de Turkse literatuur slechts een slap aftreksel zijn van wat in Europa en Amerika ook al wordt geschreven. Uzuns bezwaar tegen de Turkse literatuur is dat ze nauwelijks ruimte biedt aan lokale variatie. Dat is een erfenis van de geschiedenis. Het nationalistische streven naar eenheid heeft ook de literatuur afgesloten van de literaire tradities die onder meer in Zuidoost-Turkije en Mesopotamië al bestonden, niet alleen de Koerdische maar ook bijvoorbeeld die van de islamitische mystiek en het Gilgamesj-epos; de drie grote godsdiensten die in hetzelfde gebied leefden. De Koerdische literatuur uit Turkije mag in Uzuns optiek dan te lokaal zijn, de Turkse literatuur is veel te weinig lokaal. En juist minderheidsgroeperingen kunnen voor de broodnodige vernieuwing in Turkse literatuur zorgen. Of die literatuur nu wordt geschreven in de minderheidstaal zelf – de weg daarvoor bereidde Uzun met zijn linguïstische activiteiten en met een anthologie van Koerdische auteurs – of in het Turks, zoals de Koerdische auteur Yasar Kemal doet.

Voor wie als literair auteur serieus genomen wil worden, is zo’n pleidooi voor lokale en universele elementen niet zonder gevaar: een auteur die succesvol is in de ‘wereldliteratuur’ wordt al snel afgeschilderd als snelle jongen met een neus voor commercieel succes. Is het succes vooralsnog bescheidener, dan dreigt de schrijver slechts gezien te worden als een symbool van verbroedering. De artikelen die na zijn dood in de Turkse pers over Uzun verschenen, roemen vooral zijn inspanningen voor het Koerdisch en zijn politieke onafhankelijkheid. Een symposium over het werk van Uzun op de Bilgi-universiteit in Istanbul, in februari vorig jaar, waaraan werd deelgenomen door Koerden, Turken en Zweden, ademde eerder een sfeer van een solidariteitsbijeenkomst dan van een literaire lezingendag. Over de waarde van Uzuns literaire werk wordt weinig gereflecteerd. Er is nog een lange weg tot het centrum van de wereldliteratuur te gaan.

Twee van Uzuns bekendste romans, In de schaduw van een verloren liefde en Licht als de liefde, duister als de dood, zijn in het Nederlands uitgebracht door De Geus (vertaald door Evert van den Broek). Ook zijn verschillende romans van Yasar Kemal (vertaald door Wim van den Munkhof) verschenen bij De Geus