Schrijven aan de schilder

In zijn opera ‘Writing to Vermeer’, dieAndriessen maakte met filmregisseur Greenaway, laat de componist zich van zijn meest lyrische kant zien.

Water dat met bakken uit de hemel komt - dat is de belangrijkste karakteristiek van Holland als we afgaan op de nieuwe opera van Louis Andriessen en Peter Greenaway Writing to Vermeer. Wat begint met een onschuldig sopje om de zwart-witgeblokte tegelvloer te schrobben, mondt uit in heus waterballet, een kolkende dijkdoorbraak om de vijand tegen te houden.
De vaderlandse geschiedenis vormt het decor van dit stuk. De tulpencrisis, de rellen tussen katholieken en protestanten en de moord op de gebroeders De Wit (voor Greenaway aanleiding om groots uit te pakken met bloederige karkassen) vormen de dramatische lijn. Maar vraag me niet waar Writing to Vermeer over gaat! Zelden zal een opera zo'n korte synopsis hebben gehad. Johannes Vermeer, de grote afwezige, is veertien dagen op reis. De hoofdrollen zijn toebedeeld aan de drie vrouwen die deel uitmaken van zijn leven: zijn echtgenote, zijn schoonmoeder en zijn model. Ieder schrijven ze brieven aan de schilder waarin ze hun dagelijkse besognes, verlangens en verdriet verwoorden. Er is geen handeling, laat staan enige verwikkeling.
Het lijkt een manier om zowel voor de muziek als het toneelbeeld maximale vrijheid te creëren. Er is geen plot die dramaturgische eisen stelt, behalve dan dat aanzwellende water. Voor Greenaway zijn de schilderijen van Vermeer uitgangspunt. Dat leidt tot een parade van oud-Hollandse clichés, zoals melkmeisjes, koeien, eikenhouten tafels, Delfts blauw, waslijnen en regen - een wereld waar ik niet warm of koud van word. Dat laat onverlet dat Greenaway nu en dan verbijsterend mooie panorama’s neerzet. Net als in Rosa: A Horsedrama maakt hij gebruik van brandschermen en mobiele projectieschermen om beelden op te projecteren. Daarbij speelt hij een ingenieus spel met verdubbelingen van de personages. In prachtige perspectieven gevat lopen film en realiteit door elkaar heen, wat soms tot droomachtige situaties leidt en soms heel concrete informatie geeft (zoals binnenmarcherende soldatenlaarzen). Toch is de muziek van Andriessen het meest indrukwekkend. Niet eerder liet hij zich van zo'n lyrische en kwetsbare kant zien. Niet langer domineren de welgemikte klappen en monolithische akkoorden, maar klinken er ongekend ijle en melancholische melodieën. Het weefsel van het orkest, een samenvoeging van Asko en Schönberg Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw, blijft prachtig transparant, waardoor de geraffineerde orkestratie des te meer opvalt. De elektronische intermezzo’s van Michel van der Aa geven het geheel een extra dimensie. Wat de zangpartijen betreft, vertolkt door drie uitstekende stemmen, valt op dat de zangeressen niet zo extreem hoog hoeven te zingen als vaak bij Andriessen het geval is en daardoor veel meer expressie en brille in hun rol kunnen leggen.
De schoonheid die Andriessen in Writing to Vermeer etaleert betekent een radicale stap in zijn muzikale oeuvre. Dat maakt nieuwsgierig hoe hij verder zal gaan.