Paul Nizan herdacht

Schrijven is niet genoeg

Paul Nizan, vriend van Jean-Paul Sartre, wordt bij de belangrijkste Franse romanschrijvers van begin twintigste eeuw geschaard. Maar hij geloofde meer in de handeling dan in het schrijven.

In 2005 werd de Franse schrijver en filosoof Jean-Paul Sartre op velerlei manieren herdacht. In dat jaar viel immers zijn honderdste geboorte- en zijn 25ste sterfdag. De reacties waren verschillend, over het algemeen meer negatief dan positief. Terwijl Bernard-Henri Lévy in 2002 nog een lijvig boek kon publiceren met de veelzeggende titel Le siècle de Sartre, waren de meningen nu zeer verdeeld. Aan de ene kant gaf men toe dat zich de laatste jaren de behoefte voordoet aan «normen en waarden», aan een ethische reflectie, dus wellicht ook aan een terugkeer naar het «humanisme» van de existentiefilosoof. Maar in het algemeen wees men er vooral op dat het literaire werk van Sartre, in het bijzonder zijn toneelstukken, niet tot het beste van de twintigste-eeuwse Franse literatuur behoorde. Bovendien wekt zijn politieke engagement nu, na de val van het communisme, enige scepsis.

Maar toch, herdenkingen als deze hebben het voordeel dat wij opnieuw, en wellicht genuanceerder, naar het verleden kijken. De geschiedenis wordt rijker! En er is nog iets: het bijkomende voordeel dat men ook naar andere personen uit die tijd, naar vrienden en tijdgenoten kijkt. In dit geval gaat het in het bijzonder om een studiegenoot van Sartre, de schrijver en filosoof Paul Nizan, die in 2005 eveneens herdacht kon worden: hij was immers in hetzelfde jaar geboren als Sartre en sneuvelde in 1940 bij Duinkerken, vorig jaar 65 jaar geleden. Terwijl Sartre meende zich politiek te kunnen engageren via het schrijven, omdat de littérature engagée de maatschappij zou helpen veranderen, geloofde Nizan alleen in de handeling. Hij schreef wel, net als zijn vriend, maar engageerde zich ook op een andere wijze. Hij werd in 1924 lid van de communistische partij, nam in 1934 deel aan het beroemde eerste schrijverscongres van de Sovjet-Unie, maar hij brak met de partij in 1939, toen Ribbentrop en Molotov een vredesverdrag tekenden. Doordat hij vrij gauw daarna stierf, kon hij aan zijn relatie tot de partij niets meer veranderen en werd hij dus na de oorlog door harde stalinisten als Maurice Thorez, maar ook door een schrijver als Aragon als verrader beschouwd. Hiertegen verzette Sartre zich toen hij in zijn bekende voorwoord bij Nizans Aden Arabie zijn vriend in bescherming nam (het boek verscheen in 1931, maar de tekst van Sartre dateert van de herdruk uit 1960).

Medium nizan

Nizans belangrijkste romans zijn Antoine Bloyé (1933) en La conspiration die in 1938 de Prix Interallié kreeg, een van de vier grote Franse literaire prijzen. Sommige critici menen dat Nizan een van de belangrijkste Franse romanschrijvers is uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Misschien is dit wat overdreven, maar zijn romans zijn in ieder geval zeer realistische kronieken over het leven in Frankrijk aan het begin van de twintigste eeuw en, meer in het bijzonder, uitermate aangrijpende verhalen over mannen die maatschappelijk gezien niet precies weten waar ze thuishoren, zodat er met de jaren bij hen een groeiend en soms zelfs tragisch gevoel van onbehagen groeit. Een arbeider die zich omhoogwerkt, een intellectueel die zich het lot van de arbeiders aantrekt, zij voelen zich nergens thuis, noch tussen de arbeiders noch tussen de burgers.

De romans bevatten uitgebreide beschrijvingen van milieus, gezinnen, maar ook van straten en steden, zodat de lezer af en toe het gevoel krijgt niet zozeer een roman als wel een sociologische studie of zelfs een gids te lezen, bijvoorbeeld over Saint-Nazaire omstreeks 1900, in Antoine Bloyé. Deze roman, die verscheen toen Paul Nizan 28 jaar oud was, is in feite een afrekening met de vaderfiguur. Antoine Bloyé werkt als gewetensvolle spoorwegambtenaar heel hard – in Parijs, Orléans en Saint-Nazaire – maar verwijdert zich tegelijkertijd (juist dóór het harde werken en de daardoor verkregen promotie) steeds verder van zijn employees, die de locomotieven repareren. Toch staat hier van de andere zijde niets tegenover: in de kringen van de gegoede burgerij wordt hij niet opgenomen, daarvoor mist hij de nodige beschaving, de woordenschat, de kennis van boeken en kunstwerken.

La conspiration speelt zich af in het milieu van opstandige jonge studenten waar Nizan zelf thuis was. Zij willen de maatschappij veranderen, hopen dat Hegel en Marx op scholen meer zullen worden bewonderd dan Rimbaud en Lautréamont, ze publiceren een maandblad dat ondanks de meest krasse uitspraken vanwege die absurde vrijheid van meningsuiting niet wordt vervolgd. Zij hebben plannen om spionage te bedrijven voor de Sovjet-Unie, maar ook dat loopt spaak. Een van de hoofdpersonen, Rosenthal, pleegt per abuis zelfmoord om zijn liefdesverdriet te tonen – hij had de vrouw van zijn gehate, zeer burgerlijke broer verleid, een ander wordt politieverklikker, de overigen maken netjes hun studie af en keren in de burgermaatschappij terug.

La conspiration is een boeiend maar voor de huidige lezer vaak moeilijk te volgen boek, omdat het bol staat van ingewikkelde zinspelingen op de Franse binnenlandse politiek van die tijd. Is het een ironisch boek? Mijn korte samenvatting wijst in die richting: revolutionaire jonge intellectuelen zijn machteloos wanneer zij op eigen houtje iets willen beginnen en zich niet bij de Partij aansluiten. Maar het is vooral ook een zeer somber boek (net als Antoine Bloyé). Nizan blijkt gefascineerd te worden door alles wat extreem is: niet alleen door de revolutie, maar ook door de dood. Alsof hij voorvoelde dat hij jong zou sterven.

Wie nu, 65 jaar later, zijn leven en werk overziet, wordt door een merkwaardige contradictie getroffen. Nizan is het oneens met zijn vriend Sartre: schrijven is niet genoeg als engagement, je moet actief de revolutie bevorderen. Desondanks moet hij zijn leven grotendeels schrijvend hebben doorgebracht: de productie is immens. Wanneer we kijken naar de bibliografie van Robert S. Thornberry (Les écrits de Paul Nizan, 2001), ontdekken we dat hij naast zijn vier romans boeken heeft vertaald en honderden artikelen heeft geschreven, niet alleen over politieke gebeurtenissen, maar ook (geëngageerde) recensies en korte essays over Victor Hugo, Georges Bernanos, Henri Michaux en anderen.

Paul Nizan is een boeiende vertegenwoordiger van het nabije verleden, van een tijdperk waarvan we veel menen te weten, maar dat in feite toch ver van ons af staat. Wij mogen blij zijn dat dankzij de herdenkingen van 2005, dankzij vooral Sartre, nu ook Nizans werken weer toegankelijk zijn.