Vittorio Storaro, Writing with Light

Schrijven met licht

Vittorio Storaro

Writing with Light, Volume One: The Light

Uitg. Aperture, 312 blz., € 130

Vittorio Storaro groeide op met film. Zijn vader, die operateur was in een bioscoop, moedigde hem aan naar de filmschool te gaan. Hij werd opgeleid tot cameraman. In 1956 studeerde hij af. Hij was zestien jaar.

Twintig jaar en een kleine veertig films later stond hij voor de opgave om te midden van productionele chaos en gedrogeerde sterren het camerawerk voor Apocalypse Now te doen. Hij zou er in 1980 een Oscar voor krijgen.

Onlangs publiceerde hij een zeer lijvig overzicht van een tiental films waarvoor hij het camerawerk deed, ter illustratie van wat een bespiegeling had moeten worden over het licht en cinema: Writing with Light.

Had móeten worden. Want wat het boek ook is, een helder betoog van de gelauwerde vakman en virtuoos is het niet. Wanneer een van de meest voorname cameramannen van de twintigste eeuw een boek over licht publiceert dan mag je wat verwachten. Je hoopt dat er iets aan je wordt onthuld dat er natuurlijk altijd al was, maar dat je pas leert zien wanneer je erop wordt gewezen door de meester zelf. Je verwacht inzichten, theo rieën.

De pure omvang van het boek en het inhoudelijke gewicht van het referentiekader, talloze reproducties van schilderijen, met natuurlijk het onvermijdelijke trio Rembrandt, Vermeer en Caravaggio, kleuren die verwachting in. Storaro wil niet overkomen als een artiest die gewoon maar wat aanklooit. Je hoopt dat de man die een leven lang was gebonden aan de stille taal van het beeld, op het moment dat hij mag spreken iets te zeggen heeft. Dat hij overloopt van anekdotes, technische trucjes en mooie bespiegelingen over de botsing van het licht met objecten. Maar helaas.

On the Path of Light luidt de titel van het eerste hoofdstuk. Storaro beschrijft zijn eigen geboorte. Je moet ergens beginnen, en waarom dan niet bij het eerste levenslicht? Deze aanhef van het boek blijft ongeveer tien regels veelbelovend. Daarna verzandt zij in mystieke borrelpraat. En zonder duidelijke noodzaak worden steekwoorden in schreeuwerige kapitalen gezet en in plaats van over «Licht» spreekt Storaro liever over «Energieën» die naar een «Equilibrium» streven in het «Universele Gevecht tussen Lichtbron en Schaduw».

Zoals hij zich voor zijn camerawerk laat inspireren door talloze en uiteenlopende voorbeelden uit de kunstgeschiedenis, zo gaat hij ook in deze tekst — die zich voordoet als een hoogst persoonlijke bekentenis — bij de gehele mystieke denkwereld op bezoek. Wat inzichten hadden moeten zijn die als na lange meditatie tot hem waren gekomen, leest daarom als een anonieme folder van een New Age-centrum in Almere. Het eerste deel van het boek, 125 uitputtende pagina’s lang, is een potsierlijke optocht van clichés, helaas marcherend in dodelijke ernst.

Het niet hebben van een eigen stijl hoeft geen handicap te zijn voor een cameraman. Integendeel. De beeldhouwer van licht is de vertaler van een idee of sfeer en moet zich los van persoonlijke smaak of voorkeur het idee dienend aan die taak wijden. Weinig dingen zijn zo vervelend als een cameraman die alleen maar «mooie plaatjes» wil schieten. Echter, het niet hebben van een eigen stijl, het ontbreken van het talent jezelf los te denken van voorbeelden en invloeden, is voor een schrijver dodelijk.

In het tweede deel van het boek onthult Storaro welke schilderijen hem bij zijn werk hebben beïnvloed. Hoewel hij zijn zweverige toon nooit helemaal kwijtraakt wordt hij door de feitelijkheden gedwongen tot een zakelijker betoog. Storaro zoekt bij elke nieuwe film naar een specifieke beeldende referentie. Zo maakt hij de inspiratie voor de surrealistische lichtval in Il Conformista helder door de verwijzingen naar De Chirico, Margritte en Tamara de Lempicka.

Verrassend is de invloed van het werk van Francis Bacon op de toon van de beelden uit Last Tango in Paris. De midlifecrisis van Marlon Brando, die zich in deze film nog een keer overgeeft aan een redeloze liefde, wordt gesymboliseerd door een overdadig oranje licht.

Meer voor de hand liggend is de indeling van het epos Novecento in de vier seizoenen met bijpassend frisse, verzadigde en koele kleuren. Bij Apocalypse Now laat hij zich beïnvloeden door de tekeningen die Burn Hogarth maakte voor de strip Tarzan. Sterke kunstmatige kleuren die staan voor civilisatie, afgezet tegen de zachtere kleuren van de natuur.

Anders dan Storaro ijkte de Zweedse cameraman Sven Nykvist zijn lichtmeter niet voor iedere nieuwe film op weer een andere inspiratiebron. Als Nykvist, de vaste cameraman van Bergman, schrijft met licht, vertelt hij steeds hetzelfde verhaal. Waar Storaro steeds een ander masker opzet, is Nykvist een gezicht. En met name het gezicht van Bergman, wiens genie moeilijk voorstelbaar is zonder de verbeelding die Nykvist eraan gaf. Bij Nykvist is het licht in ingehouden barokke vorm overal aanwezig. Maar nooit zomaar. Nooit vrijelijk bewegend. Altijd lijkt het gevangen in zijn eigen banen. Het is gepredestineerd licht. Het licht van de sombere noordelijke traditie, die weinig ruimte laat voor frivole invloeden.

Waar Nykvist de wereld van één god en dus één lichtbron vertegenwoordigt, en daarbij recht tegen de Grote Stilte van het licht inkijkt, bestudeert de losgeslagen zoeker Storaro de schaduwen van steeds weer andere lichtbronnen. Een van zijn indrukwekkendste prestaties op dat gebied blijft Il Conformista. En dat is niet verbazingwekkend want Storaro ís Il Conformista.

Eveneens indrukwekkend is de stormachtige carrière van deze conformist. Zo jong al, en met zoveel overtuiging aanwezig op het wereldtoneel van de cinematografie. Dat verhaal vertelt hij in het laatste en kortste deel van het boek. Een bijna plicht matige biografie tot besluit.

Maar dat is het verhaal dat je wél wilt lezen. Hoe zijn samenwerking met Bertolucci tot stand kwam. Hoe hij begin jaren zestig koppig allerlei aanbiedingen om voor de televisie te gaan werken afsloeg, omdat hij wist dat hij voor het grotere werk bestemd was. In dit laatste deel is zijn stijl persoonlijker en minder gewild tijdloos en diepzinnig, en doet de summiere vertelling, voor het eerst in dit boek, verlangen naar meer.