Interview met Alaa Al Aswany

‘Schrijven op zich is al geëngageerd genoeg’

Met zijn roman over de dagelijkse overlevingskunst van een aantal inwoners van Caïro schreef de Egyptische schrijver/tandarts Alaa Al Aswany een onverwachte bestseller.

Caïro. Donkere trappen leiden naar een kantoortje met tl-verlichting op de vierde verdieping. De lift is kapot. Achter de kantoorruimte bevindt zich een praktijk, deels in de verbouwing. Het is de tandartspraktijk van dr. Alaa Al Aswany (1957) in de Caïrotische wijk Garden City, een van de betere wijken in Caïro. Zijn voormalige praktijk was gesitueerd in het drukke, stoffige hart van de stad. Hier heeft hij meer dan twintig jaar gewerkt als tandarts én inspiratie opgedaan voor zijn laatste werk, The Yacoubian Building, een Arabische roman die inmiddels in negentien talen vertaald is, ook in het Nederlands.

The Yacoubian Building verhaalt op vlotte wijze over het rauwe leven van de bewoners in het flatgebouw de Yacoubian. De duistere kanten van het leven in een kosmopolitische metropool – corruptie, armoede, macht en onmacht – laat de schrijver niet ongemoeid. Al Aswany confronteert de lezers met een realiteit die anderen liever verbergen.

In het verhaal komen diverse personages voor met verschillende sociale achtergronden en uit verschillende klassen. Gebruikt u deze personages als metafoor voor de Egyptische samenleving?

Alaa Al Aswany: ‘Nee, absoluut niet. Ik doe juist precies het tegenovergestelde. Ik wil levendige, realistische karakters creëren met wie meegeleefd kan worden. Ik denk niet na over symboliek. Wat iets anders is dan dat de personages nergens voor zouden staan. Maar de lezer ontdekt zelf hun sociale problemen of politieke kwesties, door middel van de personages – hun leven, hun doen en laten – en niet door middel van voorbedachte theoretische concepten.’

De roman is zeer vernuftig uit verschillende verhaallijnen opgebouwd. Elke verhaallijn belicht het leven van een van de inwoners van de Yacoubian Building_._ Zo lezen we bijvoorbeeld over Zaki Bey, een fervent rokkenjager afkomstig uit de Pasha-familie, Taha, een jongeman uit de lage klasse die zijn geluk zoekt in de islam na enkele vernederende afwijzingen, en Hatim Rasheed, een homoseksuele eindredacteur van de Franstalige krant Le Caire.

Hoe bent u in staat geweest om al deze uitgesproken personages te verzinnen?

‘Voordat ik begon te werken aan deze roman had ik een novelle en twee bundels met korte verhalen geschreven. Vervolgens zat ik in een leerproces dat tien jaar duurde. In deze periode heb ik schrijfervaring opgebouwd die ervoor zorgde dat ik het aandurfde om te werken aan de meest complexe vorm van fictie, het verbeelden van een gecreëerde en toch realistische wereld, rijk aan levendige figuren. Heel mysterieus, maar tijdens het schrijven merkte ik dat ik samenviel met mijn personages. Ik bén de persoon die ik beschrijf.’

In tien jaar tijd verrichtte Al Aswany de nodige research, die zich concentreerde in het louche kroegleven van Caïro en die niet altijd zonder gevaar bleek.

‘Ik herinner me een voorval waarbij de politie op een van Caïro’s beruchtste plekken een inval deed. De agent vroeg naar mijn identiteit en toen bleek dat ik een dokter was, begreep hij niet wat ik daar te zoeken had. Ik veronderstelde dat hij het niet zou begrijpen als ik zou uitleggen dat ik onderzoek aan het doen was voor mijn roman. En dus zei ik dat ik net uit de Verenigde Staten kwam en dringend behoefte aan een biertje had. De agent adviseerde me om een café in een betere buurt op te zoeken.’

Bent u eigenlijk een tandarts op zoek naar avontuur?

‘Ik ben een schrijver net zoals mijn vader dat was. Een deel van mij registreert alles tot in detail: hoe iemand eruitziet, hoe een persoon beweegt, praat. Eenmaal bij het schrijfproces aangekomen gebruik ik deze gegevens alsof ik door archiefmateriaal blader. Dit geldt ook voor de patiënten die ik ontmoet in mijn praktijk. Het levert interessante verhalen op. Maar schrijver zijn is niet eenvoudig. En rijk word je er hier ook niet van. Zelfs iemand als Naguib Mahfouz heeft tot zijn pensioen voor de overheid moeten werken. Een schrijvende journalist kan door een regime worden gecontroleerd. Een literair schrijver daarentegen kan door middel van metaforen ongewenst kritisch zijn. Literatuur wordt derhalve niet gewaardeerd, met als gevolg dat er slechts een gering aantal uitgeverijen is. Omdat ik een bestseller in het Westen heb, verdien ik nu wel geld met het schrijven. Maar mijn praktijk zal ik nooit opgeven, al was het maar omdat die de nodige inspiratie brengt.’

Was het lastig om uw boek te publiceren in Egypte?

‘Ik ben niet erg geliefd bij de Egyptische overheid, niet alleen vanwege mijn literaire werk, maar ook vanwege mijn politieke activiteiten. Ik schrijf artikelen die kritisch zijn over het regime. Mijn eerste drie werken weigerde de overheid, die een deel van de uitgeverijen in handen heeft, te publiceren. Sinds 1998 probeer ik het dus via andere wegen. Vooralsnog maakt de overheid het me weliswaar lastig (ik ben bijvoorbeeld niet welkom bij de overheidsradio en -televisie), maar niet onmogelijk. Deze situatie kan overigens elk moment veranderen. Als de overheid mij dwingt te vertrekken, zal ik gaan, maar ik zal nooit het schrijverschap opgeven.’

In 2004 werd de oppositiebeweging Kifaya! (vertaald: Genoeg!) opgericht. Vanaf het begin is Al Aswany hierin actief, al is hij principieel geen lid van welke politieke beweging dan ook.

‘Schrijven op zich is al politiek geëngageerd genoeg. Ik schrijf voor de verschillende oppositieblaadjes van Kifaya!. Overigens is Kifaya! geen politieke partij maar een front, een oppositiebeweging die bestaat uit mensen met verschillende politieke achtergronden: liberalen, nationalisten, communisten, islamisten. Democratie is dé bindende factor. Dat is behoorlijk relevant in een land waar de democratie steeds verder te zoeken is. Ik sta niet alleen achter de ideologie van Kifaya!, ik heb ook zeer veel respect en bewondering voor de moedige mensen achter deze beweging. Er zijn jongerengroeperingen die actief opereren via kritische weblogs, ouderen die deelnemen aan (niet ongevaarlijke) demonstraties, rechters die petities ondertekenen tegen het corrupte rechtssysteem. Sommige van deze mensen zijn gemarteld, misbruikt. Desondanks blijven ze strijden voor een betere politieke situatie. Een politieke situatie waarin democratie zal zegevieren. Ik geloof erin. Ik ben optimistisch dat Egypte binnen korte tijd zal veranderen.’

De buurt waar de praktijk van Al Aswany tegenwoordig is gehuisvest, is een goed voorbeeld van vergane glorie. Net als de uit chique Britse en Franse architectuur opgetrokken wijk Zamalek was Garden City ooit een mondaine wijk, bewoond door intellectuele en artistieke figuren. Nu bepaalt de nouveau riche steeds meer het straatbeeld. Hoewel maatschappelijk niet erg betrokken, is hun (politieke) invloed groot. Wordt Al Aswany hier niet moedeloos van?

‘Egypte heeft twee gezichten. Er bestaat een zeer kleine groep van extreme rijken. De overgrote meerderheid is arm en heeft geen stem. Je hoort ze niet, je ziet ze niet. Hier ligt voor mij als schrijver een spannend gebied. Een grote groep mensen is dagelijks bezig om te overleven. Het is allesbehalve passief en decadent. Het is echt. Het is mijn taak om hierover te schrijven.’

Alaa Al Aswany

The Yacoubian Building

Uit het Arabisch vertaald door Humphrey Davies, Fourth Estate, € 25,95. In het Nederlands uitgekomen als Het Yacoubian, vertaald door Jan Jaap de Ruiter, Mouria, € 18,90