7 vragen aan… Athena Farrokhzad

Schrijven, vechten en overleven

Dichter Athena Farrokhzad kan zich niet herinneren dat het lezen van boeken haar grensverleggende levenslessen heeft opgeleverd en dineert het liefst zonder obers. Dat lijkt haar comfortabeler. Haar Zweedse bundel I rörelse verscheen in 2019.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van je nieuwe boek?
Tijdens het schrijven van mijn nieuwste boek I rörelse werd ik geregeld gevraagd om te spreken op bijeenkomsten van politieke groeperingen. I rörelse betekent ‘in beweging’. Beweging zoals fysieke beweging of zoals je emotioneel geroerd kunt worden. Maar ook in de zin van sociaal-maatschappelijke bewegingen. Ik denk dat ik het mooiste moment vooral aan die bewegingen te danken heb, ze waren een grote inspiratiebron voor me. Wanneer ik voor en over hen sprak en over de strijd die ze vertegenwoordigen, besefte ik dat mijn gedichten steeds meer vorm kregen. Die inspiratie en het gevoel van politieke verbondenheid was het mooist, dat was fantastisch om te ervaren.

Wie van jouw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Mijn antwoord moet wel zijn: zij die vandaag onterecht niet gelezen worden. Want net als alle socialisten, koester ik een sprankje hoop dat de toekomst rechtvaardig is. Zoals de zachtmoedigen de aarde beërven, zo hoop ik dat de ondergewaardeerde schrijvers de literaire canon beërven.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou je zelf geschreven willen hebben?
Dat zijn er heel veel. Tonight No Poetry will Serve van Adrienne Rich. Of Waarvan wij droomden van Julie Otsuka. En ook het Gilgamesj-epos van de oude Babyloniërs trouwens. Allemaal afzonderlijke kroonjuwelen van de taal.

Wat is het interessantste dat je onlangs van een boek geleerd hebt?
Ik weet eigenlijk niet of boeken me ooit iets geleerd hebben over het leven. Het meest interessante wat ik pas geleerd heb, is denk ik een woord dat ik voorheen niet kende. Geen idee meer welk woord dat is, mijn geheugen laat me af en toe in de steek.

Als je een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Het liefst gewoon hier en nu. Ik vind het niet zo belangrijk waar en wanneer ik schrijf. Belangrijker vind ik het dat poëzie onderdeel uitmaakt van de maatschappij waarbinnen het geschreven is. Welke maatschappij dat is, maakt dus niet uit. Het gaat erom dat een schrijver zich laat vormen en tegelijkertijd vormt. Zijn of haar werk moet een stempel drukken op het eigen tijdperk.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou je voor een diner uitnodigen?
Ik ben niet zo van de personages, ze hebben me nooit een tot een grote lezer gemaakt. Liever zou ik dineren met de taal van Marguerite Duras of met met de verhalen van Ngũgĩ wa Thiong'o. En kan het ook zonder obers? Dat lijkt me comfortabeler. Dan organiseer ik gewoon mijn eigen picnic.

b) Waar zouden jullie het over hebben?
Over hoe je tegelijkertijd kunt schrijven, vechten en overleven.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Het Communistisch manifest. Zo ontdek je waar de macht zit en wie de wereld besturen. En nee, dat zijn helaas geen meisjes zoals Beyoncé verkondigt.