CHRIS ADRIAN, HET KINDERZIEKENHUIS

Schrijvende engel

Chris Adrian, Het Kinderziekenhuis. Vertaald door Leen Van Den Broucke, An de Greef & Marijke Versluys, € 29,95
Chris Adrian, The Children’s Hospital, 15,40

De oudtestamentische God was vertoornd toen hij de eerste zondvloed aankondigde en Noach opdracht gaf een ark te bouwen. Wat er daarna gebeurde weet zelfs een ongelovige, inclusief de regenboog als het verbond dat God ná de zondvloed met de mens sloot: nooit meer zou Hij de aarde onder water zetten. Waarom was Hij woest? De eerste mensen waren amper uit het Paradijs verdreven toen God niet zozeer zijn weeffout inzag als wel beledigd was: ‘Alles wat (de mensen) uitdachten was steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst.’ Bijna totale verdelging was Zijn wraakzuchtige antwoord.
Deze radicale vertelling over destructie en creatie - opnieuw beginnen met een schone lei - is in de literatuur een oerverhaal waarop schrijvers vele varianten hebben bedacht. De jonge Amerikaan Chris Adrian (1970) lapte de regenboogcoalitie van God en de mensheid aan zijn laars toen hij Het kinderziekenhuis (2006) schreef, en ook nog deels vanuit een schrijvende of vertellende engel. Dit aanvankelijk duizend pagina’s tellende epos ging langs veertien weigerachtige uitgevers. Pas toen Dave Eggers’ uitgeverij McSweeney’s zich erover ontfermde kwam het tot een, stevig ingekorte, publicatie.
Het weigerachtige en het inkorten begrijp ik wel. Adrian, kinderarts en theoloog, is een literaire zendeling die graag grenzeloos is. Tegelijkertijd is hij een gedreven verteller die niet graag iets overslaat: vele kinderziektegevallen beschrijft hij nauwgezet en vol mededogen. Toch slaagt hij erin, ondanks alle overdaad, een wereld in woorden te scheppen die uniek is: een kinderziekenhuis, met bijna zevenhonderd patiëntjes, dobberend op een oneindige oceaan. Hoe dat kwam? Tijdens een nacht met zeer zware regen breekt een deel van een ziekenhuis af en drijft weg op een aanzwellende zee, die de hele aarde bedekt. Het kinderziekenhuis groeit uit tot een alternatieve leefgemeenschap in afwachting van… de duif met een olijftakje in zijn snavel. Maar binnen die bijbelse setting vertelt Adrian vanuit wisselend perspectief (de schrijfengel behoudt de regie, achter die engel heerst God) een relatief gewoon verhaal: derdejaars studente medicijnen Jemma Chaflin probeert haar leven vol verlies te compenseren door anderen beter te maken: haar vader stierf aan kanker, haar moeder verbrandde zichzelf in haar eigen huis, haar man kwam om bij een auto-ongeluk en haar broer Calvin pleegde zelfmoord. In de nacht dat het kinderziekenhuis naar zee trekt maakt haar vriend Rob Dickens haar zwanger. Negen maanden later bevalt Jemma van een 'koningsdochter’, loopt het kinderziekenhuis aan de grond, een alternatieve Ararat, en stappen de zevenhonderd kerngezonde kinderen paarsgewijs een nieuw leven tegemoet.
Wat er in die incubatietijd (Jemma’s zwangerschap) is gebeurd? Om verder navertellen te vermijden volsta ik met één omschrijving: wonderen van heelkunst en verdelging. De op realisme gerichte lezer zal moeten wennen aan de allegorie van de ziekenhuisark, aan de godsdienstige traktaatjes tussendoor over moraal, goed en kwaad en geestelijke verheffing, aan de engelen op de ark - vol van architectonische en technische snufjes -, aan de medische wonderen die Jemma verricht en aan de langzame verdelging van alle volwassenen, op de 'aangespoelde’ uitverkorene Ismaël na. Op de boot lijken de problemen van de oude wereld ver weg en vergeten. Historische analyses ontbreken dan ook geheel in Het kinderziekenhuis, bijbelse referenties zijn er des te meer. Daardoor krijgt de roman iets van een van alles en iedereen losgezongen epos, wat soms irriteert.
Jemma’s broer Calvin is het boeiendste personage, in de jeugdherinneringen met Jemma en in zijn eigen korte monologen over goed en kwaad. Hij worstelt het heftigst met wat anderen min of meer over zich heen laten komen: de wrekende God die de hele aarde voor de tweede keer bijna totaal uitroeit. Zelfmoordenaar Calvin - een naam die geen nadere uitleg behoeft - formuleert zijn probleem, gewetenloosheid en moordzucht, als het probleem van de wereld. Hoe vaak heeft hij tijdens zijn korte leven de deugd overboord gezet? Hij weet dat er iets grondig mis is met hem. Hij is ongelovig 'maar toch geloof ik’, omdat hij beseft dat hij onder hemels toezicht staat. Calvin weet dat hij gedoemd is in de wereld. Zou de wereld er iets aan hebben als hij er een eind aan maakt? Hij komt er niet uit. 'Het lastigst is begrijpen hoe zo'n gruwelijke gewelddaad tegen mezelf een einde zou kunnen maken aan alle geweld.’ Waarom hij zich opoffert weet hij niet goed.
Meer geweld dan opoffering komt eraan te pas voor de zevenhonderd kinderen gezond en wel weer aan land mogen, inclusief de koningsdochter van Jemma, om het beter te doen dan hun (voor)ouders. Dat geweld wordt, met bijbelse woordkeus, 'geweld van barmhartigheid en genade’ genoemd. Er zijn vier engelen nodig om op de Apocalyps toe te zien: de schrijvende, behoedende, aanklagende en verdelgende engel. Ze doen hun werk stipt en meedogenloos, zonder aanzien des persoons. Verweer helpt niet, alles en iedereen is voorbestemd. Vertrouw maar op de engel. Eigen initiatief? Ach, dat valt in het niet bij het Grote Plan: de tweede zondvloed. God blijft in deze roman de oudtestamentische dictator en volkerenmoordenaar ver verheven boven het menselijk geknoei. Dat irriteert.
Maar veel wordt goedgemaakt door de speelsheid waarmee Adrian de bijbelse zwaarte verlicht. Zichzelf relativeert hij in het vernederde personage Siri Chandra (een anagram van Chris Adrian), dat letterlijk uit de boot stapt voordat die aan de grond loopt in de Nieuwe Wereld. De alternatieve ziekenhuiswereld op zee - door Adrian in een interview een mengeling van Love Boat en 9/11 genoemd - die Adrian weet op te roepen en de onbaatzuchtige inzet van toegewijde medici maken ook indruk. Het kinderziekenhuis is een merkwaardige mengeling van een bijbelse hervertelling, ziekenhuisperikelen, zendingsdrang en ongebreidelde verbeelding. Om dat laatste waardeer ik Adrians roman het meest.

CHRIS ADRIAN
HET KINDERZIEKENHUIS
Vertaald door Leen Van Den Broucke, An de Greef en Marijke Versluis, Ailantus, 590 blz., € 24,50