Schrijvers lopen niet

Vorig jaar organiseerde De Arbeiderspers een lunch voor drie de butanten: Paul Marijnis (‘De zeermeermin’), Rudy Dek (‘Het dui zendste front’) en Jenny Sepers (‘Het feest van de mollen’). Twee van deze boeken tip ik voor een Ako-nominatie, ik zeg niet welke.

Bij de lunch was de verzamelde Nederlandse pers aanwezig. Ik wil de De Arbeiderspers bedanken voor de smakelijke lunch en deed dat in de vorm van een korte speech.
‘Jongelui. Jullie boek is uit. Hoe nu? Jullie denken, het gaat nu snel besproken worden in de krant. Dat is niet het geval. Ik zal jullie vertellen hoe het gaat, want ik praat uit ervaring.
Ik kom ’s ochtends de redactie op lopen en vraag aan de chef- kunst: “Is er nog iets leuks uitgekomen?” “Weet niet, kijk zelf maar”, zegt de chef-kunst en wijst naar drie meter boek. In razend tempo bekijk ik de voor- en achterkant. Ik ben op zoek naar iets. Altijd blijft mijn oog stilstaan bij een lekker wijf. “Is die al geinterviewd?” vraag ik. “Nee, maar ze is getrouwd”, zegt mijn chef-kunst. Ik kijk weer verder. Ik lees iets voor:
“Thelma Ouwespin is 24 jaar. Haar seksuele obsessies heeft ze verliteratuurd tot een mooie roman rond het thema: zou ik met iedereen zomaar naar bed kunnen? Ja, zegt Thelma in deze spannende roman.” Einde citaat.
“Ik denk dat ik dit boek maar ga bespreken, chef”, zeg ik vervolgens.
Overdrijf ik? Ik vrees van niet.
Mooie gedachten over boeken bestaan niet meer; er komt zoveel uit dat er niet langer dan twintig seconden naar een boek gekeken kan worden door ons, recensenten, alvorens we besluiten het te recenseren. Kortom: ik denk dat jullie niet besproken worden en dat jullie boeken het, op een enke le na, niet zullen halen.’
Zo teemde ik voort en verpest te ik het etentje. Reinjan Mulder van NRC Handelsblad zei paniekerig: 'Zo gaat het bij ons niet!’ Hij begreep niet waarover ik het had.
Maar ondertussen heb ik wel mooi gelijk gekregen. De drie de butanten zijn nauwelijks besproken en hun boeken hebben niets gedaan. Een schande. De auteurs ken ik niet en zijn geen vrienden van mij. Maar toen al kon ik bijna voor spellen wat er zou gebeuren. Ik heb het er met Ronald Dietz van De Arbeiderspers over gehad. Ik zei: 'Ronald, jij weet net zo goed als ik dat twee van deze drie debu tanten het niet redden.’
Ronald gaf daar geen antwoord op, maar deelde wel mijn mening dat de situatie zorgelijk is. Meer dan zorgelijk.
Schrijvers worden niet meer serieus genomen. En de bladen waar in ze wel serieus worden genomen zijn te klein om invloed op het koopgedrag uit te oefenen. Maar toch: Henk Kraima van de CPNB beweert altijd dat het goed gaat met het Nederlandse boek. Hij heeft ook gelijk: Boeken lopen goed, maar schrijvers niet.
Maar niemand maakt zich daar zorgen over: de uitgevers niet, de auteurs niet, de recensenten niet.
Ik wel, want het is mijn vak. Mijn advies luidt: Regering, geef meer geld aan uitgevers zodat die minder boeken hoeven uit te geven.
Maar er wordt gelachen als ik dat zeg. Al vijf jaar beweer ik op deze plek dat het slecht gaat met de Nederlandse literatuur omdat het slecht gaat met het Nederland se boek. Al vijf jaar jaar krijg ik ge lijk. Ik heb er in andere bladen dan De Groene over geschreven. Maar iedereen houdt zijn mond. Niemand vindt het erg.
Over drie tot vijf jaar verdwijnen de boekenbijlagen uit de kranten. Ze genereren namelijk te weinig advertenties. Dan komt er nog minder aandacht voor de literatuur. De talkshows voor de televisie leveren ook al niets meer op. Het enige wat nog werkt zijn prijzen die intensieve belangstelling tot gevolg hebben. Maar verder niets. De uitgevers zouden eens een paar miljoen op tafel moeten leggen om Adriaan van Dis terug te halen.
Maar nogmaals, de grootste ellende ligt bij de schrijvers. Dezen zouden meer aan het publiek moeten denken. Helderder moeten schrijven. Men moet eens minder pretenties hebben en pas de kunstenaar gaan uithangen als men daar recht op heeft.