Repliek

Schrijvers zullen nooit verdwijnen

Je zou de geschiedenis van het boek kunnen beschrijven aan de hand van de verschuiving van de macht binnen de bedrijfskolom. Sinds Gutenberg lag het primaat eeuwenlang bij de drukker, die vaak tevens uitgever was en meteen ook maar zijn producten bij de voordeur verkocht in een ‘boekwinkel’. Later was het de uitgever die de toon zette; hij liet de beleefd, zo niet sidderend afwachtende auteurs weten of hij het manuscript de moeite waarde vond, gaf drukkers opdrachten en legde min of meer zijn wil op aan boekwinkels (die géén 'recht van retour’ kregen). De laatste decennia kreeg de boekwinkel steeds meer macht, als kostbaarder en selectiever wordende bemiddelaar tussen auteur/uitgever en lezer. Met de opkomst van de digitale leescultuur lijkt opnieuw een machtsverschuiving op til te zijn: terug naar de auteur, die kritisch om zich heen kijkt hoe zijn geestesproduct het handigst de lezer kan bereiken. Het lijkt niet uitgesloten dat de macht ten slotte aan de lezer zal zijn, daar hij zich de kostelijkheden des schrijvers digitaal, via het wereldwijde web, kan gaan toeëigenen. Geen geruststellend perspectief, want het is, in die consumentvriendelijke omgeving van internet waar informatie en entertainment niks tot weinig kosten, nog steeds de vraag of en hoe daarvoor een prijs betaald zal worden die de betrokkenen bij dat boek voldoende inkomen bezorgen.
Auteurs en uitgevers zijn vanaf bij wijze van spreken de verkoop van de allereerste e-reader met elkaar in discussie geraakt over de opbrengstverdeling. Waar uitgevers nog worstelen met een kloppend 'verdienmodel’ bij digitale exploitatie hebben schrijvers hun kaarten gezet op verkrijging van een serieus aandeel van de opbrengst. Twintig procent van de netto-opbrengst is daarbij momenteel de auteursopbrengst; dat is verhoudingsgewijs veel hoger dan de royalty’s die zij ontvangen over de papieren evenknie. Maar er zijn ook al schrijvers die dit nog veel te weinig vinden.
Het is goed dat auteurs aan de vooravond van wat misschien een revolutie wordt zo waakzaam zijn, en ik begrijp wel dat ze kritisch kijken naar welke partij welke 'punt van de taart’ krijgt. Ik snap ook dat ze zich afvragen of boekwinkels, met inbegrip van hun serieuze aandeel in de omzet, wel de aangewezen partij zijn om de digitale exploitatie van boeken te gaan beheren. Maar schrijvers en uitgevers moeten wel oppassen dat de boekwinkel niet straks bij toenemend digitaal lezen geheel buitenspel raakt en omzetverlies gaat lijden. In het hart van mijn glazen bol zie ik nog vele decennia vele lezers die voorkeur hebben voor het aloude gedrukte boek - en voor de verspreiding daarvan is vooralsnog 'de goede boekhandel’, met zijn gepassioneerde personeel en aangename fysieke ruimte, het aangewezen kanaal. Waarmee ik niet de verwachting wil uitspreken dat die winkel op langere termijn dé plek zal zijn voor digitaal leesvoer. Voor een déél, misschien. Maar naar de boekhandel ga je vooral voor al die bijzonder vormgegeven, ambachtelijk gemaakte, prachtige boeken.
Als je de toekomst van het digitale lezen wat preciezer wilt voorspellen, zou onze blik nog dieper moeten doordringen in het hart van die glazen bol. We spreken heel makkelijk van 'de lezer’, maar daar is allereerst het in leesgedrag indrukwekkende verschil tussen man en vrouw. 'Lektüre und Geschlecht’, was de intrigerende kop boven een paginagroot artikel in de Neue Zürcher Zeitung. Net als in ons land blijken het in Zwitserland de vrouwen die voor 'gevoelsherkenning’ romans lezen, en de mannen die, op zoek naar weetjes op het gebied van geschiedenis en wetenschap, naar kranten en tijdschriften grijpen en soms, vooruit, een boek.
Wat wil de digitale lezer? Ik vermoed dat de meeste mannen hun informatie vooral solide, snel en voordelig tot zich willen nemen. Meer nog dan in e-books via e-readers lijken smartphones en iPads en 'clouding’ op internet daarvoor de aangewezen dragers. Uit eigen ervaring kan ik dit ook illustreren: terwijl van de digitale versie van de bij Podium verschenen bestseller Komt een vrouw bij de dokter slechts enkele honderden exemplaren verkocht zijn (als e-book, vooral via bol.com), is de digitale versie (app) van Nicolaas Klei’s Supermarktwijngids met jaarlijks enkele duizenden verkochte downloads een gewild artikel. Ik zie daarbij vooral de nieuwsgierige mannen voor me die, gewapend met hun iPhone, bij Albert Heijn op de wijnafdeling de beste keuze maken.
En de vrouwen, die pijlers onder de handel in fictie, gaan die hun dikke romans digitaal lezen? Juist de vrouwelijke boekenlezers zijn nu niet de voorlopers in aanschaf en bediening van gadgets. Ongetwijfeld wordt het lezen op smartphones en aanverwante dragers wel aantrekkelijker en makkelijker, waarbij je je natuurlijk ook heel goed een via Google of Apple uitgebouwde, iTunes-achtige vorm van downloaden kunt voorstellen. Dat zou ook de vrouwen dieper het digitale leestijdperk in kunnen trekken.
Uiteindelijk is de toekomst aan de jeugd. Ik heb eens 'sociaal breed’ om me heen gevraagd en stelde tot mijn verrassing vast dat er onder jongeren nauwelijks belangstelling bestaat voor digitaal lezen. Ja, informatie, op mobieltjes en internet, uiteraard. Maar hoe zou het komen dat juist de lezers van de toekomst zo weinig belangstelling aan de dag leggen voor e-books? Omdat ze niet tot nauwelijks aan het lezen van boeken toekomen.
Zo zullen we steeds dieper en verfijnder moeten turen in de glazen bol van het lezen in de toekomst. Het boek verdwijnt nooit. Lezers van literatuur en non-fictie ook niet. Maar het landschap van het lezen zal oneindig meer varianten en gradaties te zien geven. Schrijvers zullen nooit verdwijnen, wel op andere, nu nog niet helemaal voorziene manieren hun brood verdienen. Ik denk dat ze daarbij een verbond zullen moeten blijven sluiten met uitgevers, die ze nodig hebben voor redactie en marketing, maar ook juist voor verkenning en uitwerking van alternatieve exploitatievormen, niet alleen op het digitale vlak maar ook voor exploitaties die misschien wel meer geld gaan opbrengen dan digitale boeken, zoals lezingen, bewerking voor film, games, et cetera.
'E-books: we slijpen de dolk die in onze rug zal belanden’, schreef een verontruste uitgever onlangs in het vakblad Boekblad. Zolang we de toekomst van het digitale lezen niet eerst tot in al z'n varianten en consequenties verkend hebben, komt me dat toch te apocalyptisch voor.


Joost Nijsen is uitgever van Podium