Hoofdcommentaar: Schröders Duitse weg

Schröders Duitse weg

Duitsland heeft gekozen. Zelden werd een heviger verkiezingsstrijd gevoerd aan de vooravond van de bondsdagverkiezingen. Voor het eerst in de geschiedenis zond de Duitse televisie live verkiezingsdebatten uit tussen de titanen van de twee mach tigste partijen, Gerhard Schröder (SPD) en Edmund Stoiber (cdu/csu). Voor het eerst ook regende het stemverklaringen in de Duitse pers. Zelfs bij de van oudsher zo objectieve Duitse Financial Times.

Het mediageweld was tekenend voor de sfeer waarin de verkiezingen verliepen. De rood-groene coalitie van de SPD van Schröder en Joschka Fischers Bündniss 90/Die Grünen behaalde een verkiezings resultaat waarmee verder te regeren valt. Maar het wordt krap. Rood-groen heeft slechts negen zetels meer dan de oppositie, op een totaal van 672 zetels. Het verschil tussen de SPD en de Unie van cdu/csu besloeg zelfs maar drie zetels. Iets te vroeg wierp Stoiber zondagavond triomfantelijk de armen in de lucht. De volgende ochtend kwam de desillusie: de SPD streefde de Unie voorbij.

Duitsland is verdeeld. In de voorgaande regeringsperiode is het Schröder niet gelukt uit te groeien tot Kansler aller Deutsch en. Sinds zijn aantreden is veel kritiek op hem geleverd. Niet alleen wegens zijn vaak slappe beleid, met name op het sociaal-economische vlak, ook op zijn persoonlijke bravoure. Het is nu zaak dat Schröder zich bewijst, zo valt te lezen in vrijwel alle Duitse commentaren. «It’s the economy stupid», wordt hem op clintoneske wijze toegevoegd. Als in de komende regeerperiode de macht van de vakbonden niet wordt gebroken, het sociale stelsel hervormd, flexwerk ingevoerd en de Duitse concurrentiepositie verbeterd, volgt de definitieve afrekening. Want Duitsland begint stilaan de «zieke man» van de Europese Unie te worden. Met de economie wil het maar niet vlotten, terwijl Duitsland met zijn ruim tachtig miljoen consumenten in het hart van Eu ropa van het allergrootste economische belang is voor de EU.

Ook op het vlak van de internationale politiek lijkt er voor het eerst sinds de oorlog weer sprake van een eigen Duitse weg. Koppig wees Schröder op voorhand elke Duitse militaire bijdrage aan een Amerikaanse preventieve aanval op Irak af. Tijdens zijn kanselierschap kwam bovendien een einde aan de «warme» relatie met Parijs. Waar vroeger de diplomatieke stroefheid tussen beide Europese grootmachten werd gemaskeerd, liet Schröder duidelijk blijken dat in Berlijn, niet in Parijs, de sleutel tot Europa lag. Tijdens zijn kanselierschap, en nota bene de regeringsdeelname van de ooit pacifistische Groenen, trad de Bundeswehr voor het eerst weer gewapend op buiten de Heimat.

De Amerikanen zijn flink gebelgd door de eigengereide Duitse opstelling. Ook Stoiber deed een fikse duit in het zakje, al ging hij minder ver dan Schröder. President Bush liet al op de verkiezingsavond doorschemeren dat er geen felicitatie af kon, aan wie dan ook. Tot op heden zijn Bush’ gelukwensen inderdaad uitgebleven. De directe aanleiding voor de Amerikaanse irritatie ligt in de uitspraken van minister van Justitie Däubler-Gmelin (SPD) die stelde dat Bush’ agressieve buitenlandbeleid — de preventive strike is inmiddels verheven tot militaire doctrine — slechts diende om binnenlandse problemen te verdoezelen, «een geliefde methode. Dat heeft ook Hitler al gedaan». Däubler-Gmelin keert, zo gaf ze zelf aan, niet terug in een nieuw kabinet. Bovendien zou oud-defensieminister Rudolf Scharping tijdens een spreekbeurt «de misschien te machtige joodse lobby» hebben aangewezen als drijvende kracht achter Bush’ Irak-beleid. Dinsdag liet de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld weten dat de Duits-Amerikaanse betrekkingen «vergiftigd» waren.

In alle commotie is het exacte Irak-standpunt van Schröder echter ondergesneeuwd. Natuurlijk, het was deels verkiezingsstrategie. «Een uiterst cynische politiek», noemde oud-minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen de Duitse opstelling onlangs in De Groene. Maar was het holle retoriek? En hoe cynisch is het eigenlijk, geen ondergeschikte rol accepteren in wat toch een Amerikaanse campagne wordt? Schröder deed zijn huiswerk en wist dat hij met een afwijzing van de agressieve Amerikaanse houding stemmen kon winnen. Nederlandse parlementariërs vergewisten zich nauwelijks van de stemming onder de bevolking toen ze het uiterst merkwaardige Irak-debat ingingen. De uitkomst in Den Haag: niets is uitgesloten, praten over militaire bijdragen is «voorbarig». Schröder deed en doet (hij houdt aan zijn standpunt vast) wat zijn goed recht is: hij weigert Duitse troepen in te zetten in een ook in de VS zeer omstreden militaire campagne. Hij trof een gevoelige snaar bij het Duitse electoraat, dat sinds de Tweede Wereldoorlog principes hoger in het vaandel heeft dan Realpolitik.

Of «de Duitse weg» een mo reel ijkpunt zal worden voor de EU is vooralsnog ongewis. Ook vanuit de Europese hoofdsteden klonk kritiek richting Berlijn. Maar met de Amerikaans-Duitse vriendschap komt het wel goed. Tenminste, als de Amerikanen van zins zijn (en dat zijn ze) hun resterende Amerikaanse bases op Duits grondgebied te behouden. Die zijn van het allergrootste belang in Bush’ strijd tegen het terrorisme. Zeker nu de EU het in Amerikaanse ogen met haar gehamer op volkenrecht en militaire gematigdheid laat afweten.

Maandag kwam er, zo onthulde Der Spiegel, een telefoontje uit Washington voor minister van Buitenlandse Zaken Fischer. Het was Colin Powell, zijn Amerikaanse collega. Met de hartelijke gelukwensen met de verkiezingsoverwinning. En «Grüsse» aan de rest van de Duitse regering.