Goya, Beuys, betrokkenheid en verbeeldingskracht

Schroot en oud ijzer in turquoise

Sebastiaan Verhees is meer een traditioneel schilder dan een pretentieuze, multimediale kunstenaar. Zijn engagement wortelt in een oude traditie.

Als een prop papier net zozeer kunst kan zijn als een met duizenden diamantjes bedekte schedel, of een ambachtelijk gemaakte, marmeren sculptuur, of een filmpje op YouTube, dan zal het niet voor iedere toeschouwer inzichtelijk zijn wat het kader is waarbinnen de hedendaagse beeldende kunst opereert. En of er überhaupt nog wel een kader is.
De beeldende kunst is in de afgelopen halve eeuw bijna volledig ontdaan van de door traditie opgelegde voorwaarden. Voor de kunstenaar zelf is dit niet erg, zijn creatieve vrijheid is onbegrensd, maar voor de bezoeker is het moeilijk. Wat moet hij met al die vrijheid, als hij er niets meer van snapt? Precies hierom is ‘oude kunst’ bij veel mensen meer geliefd. Oude kunst is herkenbaarder, want het heeft een verhaal te vertellen. Fragmenten uit de bijbel, mythologie, politieke gebeurtenissen, stillevens en het dagelijks leven. En over 'oude’ kunst is sindsdien veel geschreven en dus uitgelegd. Maar waar gaat de nog-niet-uitgelegde kunst anno 2010 over en hoe kun je het snappen?
Er zijn ingrediënten waardoor hedendaagse kunst toegankelijk wordt. Engagement is zo'n ingrediënt. Als een kunstenaar zich bezighoudt met hedendaagse problemen in de samenleving maakt dat de kunst makkelijker te 'lezen’. Er zit een verhaal in, dat kunnen we herkennen; het is de toegangspoort voor de kijker naar het kunstwerk. Er kleeft ook een nadeel aan. Engagement in de beeldende kunst leidt al snel tot droge en journalistieke kost, met de pretentie een hoog 'werkelijkheidsgehalte’ te bevatten, met andere woorden, gespeend van elke verbeeldingskracht. Wat blijft er over van kunst zonder fantasie? De Documenta in Kassel van 2002 gaf daarop een groots en pijnlijk antwoord. De curator van deze vijfjaarlijkse tentoonstelling was Okwui Enwezor (1963, Kalaba), van wie bekend is dat hij politieke wetenschappen heeft gestudeerd. De kunstenaars die hij een platform bood hadden zich massaal op wereldproblemen gericht, met als katalysator het recente instorten van de Twin Towers. Heel begrijpelijk, maar met goede kunst had het niets te maken. Het leek nog het meest op een gemengde bijeenkomst van slecht opgeleide onderzoeksjournalisten.
Het kan ook anders. De schilderijen van Sebastiaan Verhees (1982, Bergen op Zoom) laten zien dat engagement en poëzie elkaar niet uitsluiten. Sterker nog, dat ze elkaar kunnen aanvullen. Het engagement (onderwerp) wordt minder droog en de poëzie (handschrift en kleurgebruik) wordt minder vrijblijvend, dringender. Enkele voorbeelden van onderwerpen die Verhees heeft geschilderd: een groep vluchtelingen die zich in een vrachtwagencabine verstopt houdt. Twee rellende, goed geklede jongens zonder een vijand tegenover hen, alleen maar een blauwe kleur. Een steeg met afval dat ook de slaapplek van een zwerver zou kunnen zijn. Een houten verkiezingsbord met posters van politieke partijen, waarbij de gezichten op de posters zijn weggelaten, zodat ze willekeurig worden. Stuk voor stuk zijn deze maatschappelijke verschijnselen mooi en goed geschilderd, ambachtelijk, zonder dat de schilderijen daardoor een leugenachtig karakter krijgen. De schoonheid verbloemt de realiteit niet. Want ga maar na: waren deze schilderijen grauw en kleurloos, dan zouden ze hun uitnodigende kracht verliezen. We zouden er van wegkijken, onder het mom van: niet nog meer ellende. Het nieuws biedt daarvan elke dag al genoeg. Maar waren de schilderijen alleen maar mooi en goed geschilderd, l'art pour l'art, dan zouden ze hun urgentie verliezen. Verhees heeft het begrepen: je moet zware onderwerpen zo licht mogelijk presenteren. Het is de manier om de kijker te misleiden en het schilderij in te zuigen. Moralisme kun je het best voor het eerste oog verborgen houden. Als de toeschouwer eenmaal zijn blik langer dan vijf seconden over het werk laat dwalen, van onderdeel naar onderdeel, van hoek naar hoek, dan gaat het realisme dat erin schuilgaat vanzelf spreken.
Neem (Blight) Detention Centre, een schilderij uit 2007. Het beeld is schokkend door zijn alledaagse lichtheid en anonimiteit. Door het gebrek aan afgebeelde mensen heb je de neiging om eerst naar het schilderij als een vlak te kijken. Formele aspecten als kleur, compositie en kwaststreek. Het turkoois bijvoorbeeld, rechtsboven in de afbeelding, is met zijn verschillende kleurschakeringen erg prettig om naar te kijken. Daarna zie je wat er is afgebeeld. We zien van bovenaf een hal met een dak van golfplaten. Naast de hal liggen op de grond matrassen, stoelen, tafels en ander meubilair. Het is geen plek waar een mens graag wil zijn. Met die gedachte in het achterhoofd komt het des te harder aan als we beseffen dat we hier kijken naar het detentiecentrum op Schiphol, waar in oktober 2005 door een brand elf doden vielen. Deze spullen zijn uit de brand gered en buiten neergegooid. Meer dan aan een plek waar de overheid mensen laat verblijven, doet het denken aan een opslagplaats voor afval, oud ijzer, schroot, zoals je die langs spoorlijnen en op industrieterreinen aantreft.

De symbiose van maatschappelijke betrokkenheid en poëtische verbeeldingskracht die uit het werk van Verhees spreekt, is geworteld in een eeuwenoude traditie. Verhees is dan ook meer een traditioneel schilder dan een pretentieuze, multimediale kunstenaar die de grenzen van zijn vakgebied nog verder oprekt. Bij Verhees stoort het niet. Gegronde kennis van de kunstgeschiedenis is tegenwoordig zeldzaam. En daardoor opwindend. Niet veel Nederlandse kunstenaars zullen dat doen, maar Verhees heeft gekeken naar de Spaanse schilder en graveur Goya (1746-1828). Naast de opdrachten die Goya als geliefd hofschilder uitvoerde, waaronder statige portretten van de koning, officieren en dergelijke, begon hij een privé-oeuvre. Daarin verwerkte hij zijn persoonlijke visie op het Spanje van zijn tijd. De twee omvangrijke series etsen Los Caprichos (1796-1798) en later Los desastres de la guerra (1810-1813) getuigen van een humanistische blik op het zinloze lijden van mensen in gevangenissen en tijdens de oorlog met Napoleon. We zien huizen die uitbranden en schepen die zinken. Goya legde het vast zonder religieuze of theatrale motieven. Hij poogde realistisch weer te geven wat mensen elkaar aandoen. En wat de overheid de inwoners van een land aandoet. Goya onderscheidde zich van zijn tijdgenoten met eenzelfde thematiek, door de wijze waarop hij zijn onderwerpen over het voetlicht bracht. Tijdgenoten besteedden bij het weergeven van bijvoorbeeld een gevangeniscel veel meer aandacht aan het interieur, waardoor het anno 2010 een pittoresk beeld is. En dus leugenachtig.

Veel werk van Verhees is geschilderd in blauwe en groene tinten, zodat er een nachtelijk waas over de voorstelling hangt. Het creëert een dreigende en grimmige sfeer, en toch hebben we hier niet te maken met een jonge kunstenaar die zwelgt in de donkere kant van de samenleving. Ook maakt hij geen autobiografische schetsen van zijn armoedige jeugd. Verhees staat met twee benen in de maatschappij van nu en heeft een visie op wat hij daar aantreft. Hij woont en werkt in Berlijn, na drie studies te hebben afgerond: de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht, de Weissensee Kunsthochschule te Berlijn en De Ateliers te Amsterdam.
Misschien voelt hij zich in Duitsland meer thuis dan in Nederland, omdat de kunstenaar daar een andere maatschappelijke positie heeft. Met meer prestige in het publieke debat is het vanzelfsprekender dat hij er actief aan deelneemt. Waar in Nederland de kunstenaar bij de praatprogramma’s veelal aanschuift als clown, goed voor een paar ongefundeerde kreten, en een amusante maar weinig realistische inbreng, wil men de kunstenaar in Duitsland nog wel eens graag horen. Een bekend voorbeeld hiervan is Joseph Beuys (1921-1986), die de schuld van de Tweede Wereldoorlog op zijn schouders wilde dragen. Geen realistische gedachte uiteraard, maar wel een belangrijk symbolisch gebaar. Hij gaf er, onder meer, mee aan dat cultuur geen vorm van escapisme is die zich door de eeuwen heen steeds meer verfijnt, ongeacht de maatschappelijke omstandigheden. Steeds opnieuw zal de kunstenaar het tijdvak waarin hij leeft en de periode die daaraan is voorafgegaan onder ogen moeten zien. In die zin is kunst op het verleden en het heden gericht, maar nooit op de toekomst. Om het voorbeeld van de Tweede Wereldoorlog aan te houden: na 65 jaar worden er in Duitsland nog altijd pogingen ondernomen om die periode collectief te behandelden, door het opsporen en bestraffen van inmiddels bejaarde oorlogsmisdadigers. Maar de politiek is niet bij machte om alles op die wijze te verwerken. Kunst, of in bredere zin cultuur, speelt daarin ook een rol. In kunst kunnen dingen worden verwerkt waar diplomatie faalt.
Een schilder met deze opvatting was de Amerikaan Leon Golub (1922-2004). Hij werkte in de jaren vijftig van de vorige eeuw, in de hoogtijdagen van het abstract expressionisme, wars van de heersende opvattingen wél figuratief en had wél oog voor de hedendaagse geschiedenis. Met zijn radicale, grote schilderijen over de oorlog in Vietnam vertaalde hij de humanistische visie van Goya naar een modern kunstenaarschap.
En nu is Sebastiaan Verhees dus aan de beurt. Wat de hedendaagse toeschouwer in dit type geëngageerde schilderkunst zal aanspreken, is dat het geen moraliserende, directe oplossing wil opleggen. Een schilderij is geen illustratie van een idee dat de toeschouwer wil beleren. Anders gezegd, er wordt niet gezocht naar volgelingen, zoals dat wel het geval was met religieuze schilderijen. De toeschouwer heeft sinds de 'oude’ kunst aan vrijheid gewonnen. Nu te weten wat ermee te doen. Mensen van deze tijd beweren individuen te willen zijn. Het is een privilege om een individu te mogen zijn. Privileges brengen ook plichten met zich mee. Eén zo'n plicht is zelf nadenken. Deze kunst biedt de mogelijkheid mee te denken en door dat proces een eigen visie te vormen. Kunst is een instrument. Een middel, niet het eindpunt. Het eindpunt is de mens zelf.

Werk van Sebastiaan Verhees is in twee groepsexposities te zien: Balans 2010, Exposorium, Vrije Universiteit Amsterdam, 1 april t/m 15 juni; Pleasure Ground, Lokaal 01, Breda, 22 april t/m 18 juni (ter plekke gemaakt werk)