24 juni, Soest. Ceremonie bij het Militair Museum ter gelegenheid van het beëindigen van Nederlands Afghanistan-missie © Sem van der Wal / ANP

Demissionair minister Sigrid Kaag was zichtbaar aangedaan toen ze vorige week in de Tweede Kamer de val van Kabul moest toelichten. ‘In de nacht van zaterdag op zondag zijn onze uitgezonden stafleden van hun bed gelicht. Midden in de nacht. Hun is gezegd: de compound wordt binnenkort overvallen door de Taliban dus ga nu, nu!, naar de luchthaven.’

De vraag waarom in dat proces de lokale Afghanen die jarenlang als tolk, bewaker of in andere rollen voor Nederland hadden gewerkt vergeten leken – of, aldus de minister, geen deel uitmaakten van ‘het protocol’ – vormde de rode draad in het vragenvuur van een eveneens emotionele Kamer.

‘Is het inderdaad zo dat de situatie uit handen is geglipt en dat mensen nu aan de goden zijn overgeleverd?’ wilde SP-Kamerlid Renske Leijten weten. Minister Kaag antwoordde daarop dat ‘niemand meer iets kan garanderen’. Zij was net als de hele internationale gemeenschap en bijbehorende inlichtingendiensten verrast. ‘Verrast is het verkeerde woord, wij zijn overrompeld.’

Opvallend is hoe expliciet Kaag daarbij keer op keer naar de Verenigde Staten wees. Het waren de Amerikanen, zo verklaarde de minister, die Nederlandse ambassademedewerkers van hun bed hadden gelicht en daarbij de keuze hadden gemaakt om alleen internationaal personeel richting het vliegveld te sommeren. Het waren onder meer Amerikaanse inlichtingendiensten die volgens haar te kort waren geschoten. Tot slot meldde de minister dat Nederland was overvallen door de manier waarop de Amerikanen de oorlog verlieten: ‘Het Amerikaanse besluit was bekend, maar over de uitvoering is iedereen totaal ontevreden, dat zijn wij ook. Wij kampen ten dele met een verschrikkelijke onvoorziene situatie. Ik zou het graag anders zien en wie dat kan, daar is dan een Nobelprijs voor.’

Was het chaotische einde van twintig jaar westerse inmenging in Afghanistan inderdaad totaal onvoorzien? Sinds Donald Trump vorig jaar een deal sloot met de Taliban was een machtsovername door deze groep niet denkbeeldig. Joe Biden liet van meet af aan weten de terugtrekking van Amerikaanse troepen te zullen doorzetten. Vanaf halverwege juni werd er openlijk gesproken over de val van Kabul, binnenskamers ongetwijfeld nog eerder. In ieder geval was een aantal westerse landen al langer bezig met voorbereidingen. Op de dag dat de minister zei verrast te zijn, landde er in Parijs een eerste vliegtuig met Afghanen, wat het resultaat was van een gedurfd ontsnappingsplan dat de Fransen vanaf april hadden voorbereid.

Een eerste aanzet tot een antwoord op de vraag waarom Nederland zich liet overvallen is dat het kabinet er klakkeloos van uitging dat Amerika de touwtjes stevig in handen had. Kaag zei ‘lessen te willen trekken’. Een daarvan lijkt te zijn dat rekenen op de VS in een internationale crisissituatie een verkeerde strategie is. Inmiddels is duidelijk dat de America First-opstelling van Donald Trump deels wordt voortgezet onder het presidentschap van Joe Biden. Hoe dat er in de praktijk uitziet werd vorige week pijnlijk duidelijk toen Amerikanen op de luchthaven de eigen bondgenoten en Afghanen verdrongen en voorrang eisten.

Twintig jaar geleden was het voor grote delen van politiek Den Haag volstrekt vanzelfsprekend om in te gaan op de vraag van de VS om mee te doen aan een buitenlandse oorlog: navo-partnerschap en trans-Atlantische vriendschap verlangden dat. De desastreuze afwikkeling van de oorlog in Afghanistan markeert hoezeer dat bondgenootschap in twintig jaar tijd is veranderd en toont dat de verschillende leden van de oude alliantie een andere blik op de wereld hebben.

De vervreemding tussen de Verenigde Staten en hun westerse bondgenoten komt scherp naar voren in de omschrijving van het doel dat de militaire aanwezigheid in Afghanistan diende. In zijn toespraken sinds de machtsovername door de Taliban blijft Biden het herhalen: de enige reden om naar Afghanistan te gaan was het indammen van het risico op terroristische aanslagen. ‘Nation-building was nooit het doel.’

Daarmee lijkt de Biden van nu een andere dan die van 2003, die als Senator voor de commissie van Buitenlandse Zaken in het Amerikaanse Congres ‘nation-building’ nog verdedigde, en juist vond dat de regering-Bush te veel op oorlogvoering focuste. ‘Voor sommigen in deze regering is “nation-building” nog steeds een vies woord’, zei Biden destijds. ‘Maar het alternatief voor nation-building is chaos, die bloeddorstige krijgsheren, drugssmokkelaars en terroristen voortbrengt.’

De America First-­opstelling van Trump wordt deels voortgezet onder president Biden

Voor Nederland lag de nadruk ook altijd op een opbouwmissie. Voortzetting van de Nederlandse bijdrage aan de strijd in Afghanistan werd in 2011 gekocht met de toezegging aan GroenLinks dat het ‘echt een civiele opbouwmissie’ werd. Voor Nederland golden steeds ‘drie D’s’: ‘defence, diplomacy en development’. En vooruitgang bleek te bestaan. Tachtig procent van de meisjes in Afghanistan kreeg tot voor kort primair onderwijs, twintig jaar geleden was dat percentage nog nul. De menigte die zich ophoudt buiten het vliegveld van Kabul en de groep evacués bestaan vooral uit leden van een nieuwe geschoolde middenklasse en publieke functionarissen, een ruggengraat die nu uit Afghanistan wordt getrokken.

Het was uiteindelijk Amerika dat desondanks het enthousiasme verloor. Trumps ‘van nu af aan is het alleen nog maar “America First”’ vertaalde zich in desinteresse in samenwerking met landen die formeel golden als Amerika’s bondgenoten. De navo was voor Trump vooral een samenwerkingsverband dat Amerika liet opdraaien voor de kosten, terwijl andere landen hun toegezegde niveau van defensie-uitgaven ontliepen. Dat er met Biden plotseling een volledig andere wind zou gaan waaien, was vooral hoop die werd geprojecteerd op een president die sprak op een andere toon en tot opluchting van velen ‘America is back’ verkondigde.

Die woorden zijn misschien van toepassing op klimaatverandering en internationaal handelsbeleid, maar niet op de grote mondiale verwikkelingen waar deze eeuw mee begon: de ‘forever wars’, zoals die in Afghanistan. In januari 2021 trad een president aan die al lang niet meer geloofde in het nut van Amerikaanse militaire aanwezigheid in Afghanistan. In de dossiers ter voorbereiding op Bidens presidentschap had de nadruk kunnen liggen op zijn verzet tegen de extra militaire inzet waarvoor Obama koos. Zijn schouderophalen over het in de steek laten van de Afghanen die niet onder een islamitisch bewind willen leven zou ook nuttige ‘intel’ zijn geweest. Alleen politici die er zonder meer van uitgingen dat Biden een terugkeer naar de oude verhoudingen zou betekenen, kunnen ‘totaal verrast’ zijn door de opstelling van het huidige Witte Huis inzake Afghanistan. Uiteindelijk was er geen breuk. ‘De navo is in de steek gelaten door zowel Trump als Biden’, sprak Lord George Robertson, oud-secretaris-generaal van het trans-Atlantisch verbond, tegenover de Financial Times.

Diezelfde krant berichtte dat Ben Wallace, de Britse minister van Defensie, samen met Jens Stoltenberg, de huidige navo-secretaris-generaal, nog een poging had ondernomen om een coalitie samen te stellen die het vertrek van Amerika uit Afghanistan kon opvangen. Hiervoor waren verschillende ‘strategische bondgenoten’ benaderd. Het Verenigd Koninkrijk kreeg nul op het rekest, aldus de FT, omdat er geen steun zou bestaan bij de verschillende nationale parlementen. Een van de onbeantwoorde vragen in Den Haag is of Nederland ook is aangeschreven, en zo ja, wie de conclusie heeft getrokken dat parlementaire steun voor een klein aantal militairen om in navo-verband Kabul veilig te houden nooit te vinden geweest zou zijn.

Hoe dan ook toonde het Verenigd Koninkrijk, net als de Fransen, iets wat in Nederland lijkt te hebben ontbroken: een gevoel van urgentie om voorbereidingen te treffen voor een Amerikaans terugtrekken in de geest van America First. Zelfs als het zo is dat de Amerikanen niet scheutig waren met het delen van informatie, dan had Den Haag kunnen weten dat Amerikaanse diplomaten in Kabul begin juli via een apart kanaal voor afwijkende meningen Washington opriepen om snel over te gaan tot evacuatie van Afghaans personeel vanwege een dreigende machtsovername door de Taliban. Deze berichten stonden gewoon in The Wall Street Journal.

Dat Nederland nog werkte aan een evacuatieplan voor Afghaanse medewerkers terwijl de Taliban voor Kabul stonden, is des te verbazender omdat er in de Tweede Kamer al tijden om actie werd gevraagd. Al in 2019 schaarde de Kamer zich achter een motie van d66-Kamerlid Salima Belhaj die opriep om een plan te maken voor tolken. In juni gaf het parlement het kabinet de opdracht een evacuatieplan te maken.

Maar als naast de onmacht van de Afghanen, de onmacht van de regering en de onmacht van het bondgenootschap vorige week íets duidelijk werd, dan was het wel hoe onmachtig de Tweede Kamer is geworden tegenover de bestuurscultuur van Rutte III. Minister van Defensie Ank Bijleveld had weliswaar wat tickets geboekt voor tolken op commerciële lijnvluchten, maar geen rampscenario ontwikkeld voor de situatie die zich uiteindelijk aandiende. ‘Tot twee weken geleden lag het leven van tolken in onze eigen handen, nu ligt het in handen van de Taliban’, vatte pvda-Kamerlid Kati Piri het resultaat samen. Omdat het parlement er inmiddels niet meer op vertrouwde dat de regering haar wensen zou uitvoeren, besloot Salima Belhaj een Kamerbrede motie die pas de volgende dag formeel in stemming kon worden gebracht alvast aan te kondigen: behalve tolken zouden ook koks, bewakers, chauffeurs en fixers kans op asiel moeten krijgen.

Door de motie een dag eerder aan te kondigen hoopten de Kamerleden dat de bewindspersonen Kaag, Bijleveld en Broekers-Knol sneller konden beginnen met het uitvoeren ervan. Een dag later leek hier opnieuw nauwelijks gehoor aan te zijn gegeven. Staatssecretaris Broekers-Knol bleef koppig haar eigen interpretatie geven aan de motie en de opdracht van de Kamer ‘een oproep’ noemen.

Dure tijd tikte weg in Den Haag terwijl wederom wanhopige Kamerleden aan de bewindspersonen uitlegden dat het parlement in Nederland toch echt de wetgevende Kamer is en de regering zijn wetten dient uit te voeren. ‘Ik zou eigenlijk gewoon willen dat u zegt: ik sta achter wat de meerderheid van de Kamer zegt en zal alles doen om dat voor elkaar te krijgen’, probeerde Belhaj. ‘Dit is geen suggestie, dit is een motie van de Tweede Kamer, het parlement. Wij functioneren als een democratie, gelukkig hier nog wel, in Afghanistan niet.’ Onder die grote druk besloot het kabinet toch de Kamer te volgen, enkele uren later stuurde het een brief naar de Kamer waarin het beloofde de motie toch ‘naar letter en geest’ te zullen uitvoeren.

Inmiddels zijn met inzet van extra militairen honderden evacués overgebracht naar Nederland en elders. Wat de precieze prijs van wachten zal zijn en vooral: wie die betaalt, dat moet nog blijken. De missie in Afghanistan, waarbij een grote coalitie onder leiding van Amerika twintig jaar vocht en hielp, eindigt in ieder voor zich. En met het bittere inzicht dat bewindspersonen zich niet langer kunnen verschuilen achter de Verenigde Staten.