Schuldgevoel

In de Domkerk in Utrecht hebben vorige week rond de duizend christenen collectief hun schuld bekend voor de wandaden van tweeduizend jaar christendom. Gulzig erkenden ze dat de kerk niet alleen heil heeft gebracht, maar ook mede verantwoordelijk was voor de jodenvervolging, terwijl de bijbel geen onderscheid maakt tussen ‘Jood en Griek’. ‘Wij keken weg en hielpen mee.’ De collectieve schuldbekentenis was een idee van EO-presentator Otto de Bruijne en bedoeld voor christenen van alle richtingen.

Ooit zou dit berouw moedig zijn geweest. Rome heeft tot voor kort elke relatie met pogroms en shoah ontkend. Maar nu is het een beetje laat. Toen Hitlers gewillige beulen: Gewone Duitsers en de holocaust van Daniël Goldhagen in Duitsland furore maakte, merkte Henryk Broder fijntjes op dat het verzet tegen de Führer met de dag groeide. Kieskeurig in hun berouw waren de verzamelde christenen niet. Ze verontschuldigden zich tegelijkertijd ook maar even voor de slavenhandel, de wapenwedloop, het seksisme, de heksenverbrandingen, de homohaat, het dolgedraaide consumentisme, de gebrekkige trouw in relaties en de hedendaagse zelfobsessie.
Dat hun actie zelf nogal egocentrisch is, heeft niemand bedacht. De schuldbekentenis lijdt aan wat de jurist Thomas Spijkerboer heeft genoemd ‘het wethouder Hekking-complex’: de drang van de moreel bevlogene om permanent voor zijn object van betrokkenheid te schuiven. De aanwezigen waren zich ook geen moment bewust van de megalomanie van deze ultieme bescheidenheid. Wie zich schuldig acht aan al het kwaad in de wereld schrijft zichzelf een onbegrensde macht toe. Op deze manier vindt alles uiteindelijk zijn oorsprong in het christendom. Die suggestie hebben de christenen van de Domkerk natuurlijk nooit wil len wekken. Als ze konden, zouden ze zich het liefst alsnog verontschuldigen voor deze hoogmoed. In hun almachtsfantasie lijken ze nog het meest op de idioten en contactgestoorden die in politieseries altijd in de rij staan om spraakmakende misdaden te bekennen. Mensen gaan liever door voor slecht dan voor nutteloos.
André Hazes zou in de kerk niet hebben misstaan. Ook hij is gevoelig. In Trouw zei John Appel, die een documentaire maakte over de meestervertolker van de smartlap: 'Hij lijdt aan het leven.’ Het is een soort Weltschmerz, maar, voegt de filmmaker eraan toe, hij doet er wel wat mee. Tijdens de bombardementen in Kosovo wei gerde hij bijvoorbeeld om te zingen bij Paul de Leeuw. Hazes had beelden op het journaal gezien van vluchtelingen in de regen, en zijn kinderen hadden in hun vakantiehuisje in Zeeland ook slecht weer gehad. Zijn kroost kon schuilen, die vluchtelingen hadden niet eens een 'doekkie’ om over hun hoofd te doen. Als hij er naar aanleiding van de première van zijn documentaire over geïnterviewd wordt, schiet hij opnieuw vol. Maar het heeft wel zin gehad, want al snel kwamen er twee hulpacties, troost de interviewster van de lokale kabelzender Amstv. 'Dat is dan toch mooi?’ vraagt de zanger.
Absoluut. Zeker als je bedenkt dat er zovelen zijn die niets doen, zovelen zijn die hun schouders ophalen over het wereldleed. Hardvochtigheid en cynisme zijn toch de belangrijkste maatschappelijke kwalen? Dan moeten we blij zijn dat er iemand is die iets doet! De veelbeklaagde onverschilligheid is vrees ik een mythe. We lopen over van gevoel. Maatschappelijke betrokkenheid zonder sentimentaliteit lijkt zelfs onmogelijk. Je krijgt bijna heimwee naar de tijd dat politiek een kil bedrijf was.