H.J.A. Hofland

schurk met toekomst

Een ultraconservatieve gelovige, met grote meerderheid gekozen tot president van een moslimtheocratie die binnenkort in het geheim het werk aan haar kernwapen hervat: is dat de voorstelling die we ons van Mahmoed Ahmadinejad en Iran moeten maken? Er is geen enkel bewijs voor het tegendeel. Vandaar de verrassing, onthutsing, het begin van paniek in het Westen. We hadden erop gerekend dat de min of meer «gematigde» Rafsandjani zou winnen. De nieuwe president heeft op het eerste gezicht alles wat ons niet welkom is. Kind van Khomeini’s revolutie van 1979, commandant van de Republikeinse Garde, vast van plan het programma voor kernenergie verder uit te voeren, tegenstander van de westerse democratie, sceptisch tegenover Europa en vijand van Grote Satan Amerika en Israël, niet geïmponeerd door het Westen. Het is in alle media breed uitgemeten. Het Iran van Ahmadinejad is, samengevat, de gevaarlijkste potentiële tegenstander. De praktische vraag is: wat kan daaraan worden gedaan?

Op het ogenblik niet veel. President Bush heeft laten weten dat Iran hoe dan ook «terrorisme over de wereld zal verspreiden». Minister Rice sprak over «verwerpelijke verkiezingsfraude». Ze liet weten dat de Iraanse jongeren en vrouwen, die de nieuwe president «onaanvaardbaar» zullen vinden, op Amerikaanse steun mogen rekenen. «In vergelijking met Libanon, Afghanistan en Irak heeft het land nu de verkeerde richting gekozen», zei ze. Daar kopen we niets voor.

Redelijker klinkt bondskanselier Schröder. Op bezoek in Washington verklaarde hij dat de Europeanen in ieder geval de onderhandelingen over de ontwikkeling van kernenergie moeten voortzetten. Dat zou dan in november gebeuren. Bush is het ermee eens. Maar de machtsmiddelen van Europa zijn gering en het kan lang duren voor ze het in Brussel eens zijn over het gebruik. En bovendien heeft Teheran een onuitgesproken vriendschap met Moskou. Het kan lang duren voor de nieuwe regering in Teheran nader tot de gewenste overeenkomst wordt gebracht.

Kortom, de verrassing van deze verkiezingen toont opnieuw aan dat de leiders van het Westen zich het initiatief in het Midden-Oosten verder hebben laten ontglippen. Als het zwarte scenario werkelijkheid zou worden, als Iran erin slaagde een kernwapen te maken, zou onder de huidige omstandigheden de enige optie de Israëlische zijn. Toen Saddam Hoessein bijna zo ver was, heeft de Israëlische luchtmacht zijn installaties vernietigd. Dat was 1981. De oorlog tussen Irak en Iran was een jaar bezig. Het was een volstrekt ander Mid den-Oosten dan waar we nu mee te maken hebben. De Israëlische interventie werd wel officieel veroordeeld maar de facto als begrijpelijke ingreep beschouwd.

Niet door de inval van Saddam in Koeweit, niet door de daarop volgende Golfoorlog en zelfs niet door het voortdurende Israëlisch-Palestijnse conflict, maar door de oorlog in Irak zijn de verhoudingen tussen het Westen en het Midden-Oosten in hun geheel princi pieel veranderd. Door het verloop van deze onder neming is Amerika als «de enige overgebleven supermacht» zichzelf rampzalig aan het declasseren.

De geloofwaardigheid van zowel de Amerikaanse politiek als oorlogsleiding raakt met de dag verder in verval. Het politieke leiderschap had zichzelf al in diskrediet gebracht toen het de wereld probeerde wijs te maken dat de aanval noodzakelijk was omdat Saddam massavernietigingswapens had en nauwe banden met Osama bin Laden onderhield. Die leugens zijn afdoende ontzenuwd. Maar ze zouden geen rol meer hebben gespeeld als Irak nu een geordende democratie in veelbelovende ontwikkeling was. In plaats daarvan zijn de als mijlpalen aangekondigde gebeurtenissen – de soevereiniteitsoverdracht, de verkiezingen – slechts ingewikkelde, cosmetische plechtigheden gebleken.

De werkelijkheid is dat de oorlog zich heeft uitgebreid, dusdanig dat ten eerste de «wederopbouw» van het land een voortgaande afbraak is, ten tweede de soennitische minderheid zich in toenemende mate organiseert tot een partij in een burgeroorlog, ten derde het frontgebied van de guerrilla, dat het hele land omvat, zich heeft ontwikkeld tot een slagveld annex oefenterrein voor buitenlandse terroristen. Het door Paul Wolfowitz, de architect van Irak, aangekondigde democratische voorbeeld voor het Midden-Oosten is een afschrikwekkend schouwspel geworden.

De Amerikaanse regering blijft optimistisch, hoewel minder dan twee jaar geleden. De opstand kan wel twaalf jaar duren, zegt de onverwoestbare Rumsfeld. Maar dat moeten ze zelf uitzoeken, want dan zijn wij al weg. Rice blijft geloven dat het de goede kant op gaat. Maar in alle ernst: welk volk zou ernaar verlangen zich op deze manier te laten democratiseren?

Als Irak een geïsoleerd probleem was, had het Amerikaanse leiderschap misschien enig recht van spreken. Dan zou je zeggen: het heeft de problemen onderschat, maar de grondslag voor de oplossing is gelegd. Het tegendeel is het geval. De oorlog wekt met iedere volgende Amerikaanse gesneuvelde meer weerstand. De geopolitieke gevolgen worden onbeheersbaar. Verreweg het grootste deel van de Amerikaanse strijdmacht is gebonden aan Irak, en herinvoering van de dienstplicht in de VS is uitgesloten. De reputatie en het gezag van Amerika, niet alleen in het Midden-Oosten maar mondiaal, worden iedere dag verder aangetast.

Onder deze omstandigheden verschijnt in Teheran de nieuwe mogelijke vijand. Iran hoorde al tot de grote drie van de schurkenstaten. Wil de nieuwe president een kernwapen hebben? Zou Bush een nieuwe oorlog riskeren om hem dit te beletten? Hoe moet hij zo’n oorlog voeren? Met welke bondgenoten? Hebben de Amerikaanse kiezers er zin in? Welke volgende afbreuk van de Amerikaanse macht heeft hij ervoor over? Tegen welke kosten? Het initiatief is aan Ahmadinejad. Voorlopig zit hij op rozen.