Commentaar: Asielbeleid

Scily’s monument

Meer nog dan in Nederland puilen bij onze oosterburen de asielzoekerscentra uit van mensen die vanwege economische redenen huis en haard hebben verlaten. Dit arbeidspotentieel wordt niet aangeboord, aan het eind van de bureaucratische rit wacht meestal een uitwijzing. Een realiteit die haaks staat op de economische prognoses van de gastlanden. De vergrijzing hangt als een zwaard van Damocles boven het Westen.
In Duitsland zien ze de discrepantie inmiddels in. Want, zo stelde minister Schily van Bin nenlandse Zaken vorige week, om onze welvaart op peil te houden en onze internationale concurrentiepositie veilig te stellen, hebben we immigranten nodig. Hij lanceerde het plan tot een radicale herziening van de Duitse immigratiepolitiek. Uitgangspunt is dat met het toelaten van immigratie-naar-behoefte lacunes op de arbeidsmarkt worden ingevuld. Nu, en zeker straks, als het bejaarde waterhoofd moet worden gedragen door een bevolking die te klein blijft door gebrek aan natuurlijke aanwas. Schily wil de zaken omdraaien door een tweede loket te openen. Voor echte politiek verdrevenen blijft zijn land een veilige haven, voor economische vluchtelingen zal onmiddellijk plaats zijn mits het belang van Duitsland wordt gediend. Omgekeerd zijn mensen aan wie geen economische behoefte is niet welkom. De migratie moet zo met de conjunctuur meedeinen. De selectie vindt plaats via een puntensys teem: hoe jonger, hoe getalenteerder, hoe hoger opgeleid en hoe meer geld wordt meegebracht, des te lager de drempel.
Schily’s plan wordt in de Duitse pers de hemel in geprezen als «een historisch keerpunt». En vooruitlopend op de parlementaire behandeling zelfs als «Schily’s monument». Nieuw is het plan binnen de westerse wereld niet. In immigratieland Canada wordt al sinds mensenheugenis gewerkt met een soortgelijk puntensysteem. Met succes: geen oeverloze asielprocedures met als gevolg overvolle centra waarin mensen gefrust reerd raken omdat ze wel willen maar niet mogen. Eenieder die is binnengekomen mag zich bewijzen, en doet dat ook. De Canadezen hebben geen moeite om van binnenkomers te eisen dat ze het Engels (of Frans) beheersen.
Voor Fort Europa geldt Schily’s plan wél als nieuw, ook al klinken in Nederland al enige tijd vergelijkbare geluiden. Maar net als in de rest van Europa breekt iedereen hier zich het hoofd over hoe de dichtgeslibde asielprocedures, de uitwassen van illegaliteit en mensenhandel tegengegaan moeten worden. In Duitsland kunnen ze echter anders dan in Nederland goed knopen doorhakken. De Duitsers nemen met hun initiatief wellicht het voortouw binnen Europa. Met grensoverschrijdende afspraken kan een betere verdeling van de vluchtelingenstroom over de landen plaatsvinden, verdeeld naar marktbehoefte. Deze immigratiepolitiek stimuleert wél de braindrain in de arme landen. De hoger opgeleiden nemen als eerste een enkeltje Westen.