Scp maakt gehakt van mythen

Nederland zou verrechtsen - mensen zijn steeds intoleranter jegens buitenlanders en het draagvlak voor de verzorgingsstaat wordt steeds smaller. Zeggen de politici, zeggen de achtereenvolgende regeringen.

Ze passen het beleid daarom maar aan, want het volk schijnt het zo te willen.
En dan verschijnt opeens een lijvig rapport waaruit precies het tegenovergestelde blijkt. Een groeiende meerderheid van de bevolking vindt dat de inkomensverschillen te groot zijn en dat de bijstand, AOW en WAO omhoog moeten. Ook vinden steeds meer mensen dat buitenlanders soepel een verblijfsvergunning moeten krijgen.
En als klap op de vuurpijl beschouwen steeds meer mensen zich als (zeer) links. Twintig jaar geleden, in de linkse jaren zeventig, noemde 32 procent van de bevolking zich links, nu is dat 37 procent geworden, terwijl het rechts precies andersom is vergaan: indertijd vond 38 procent zich rechts en nu nog maar dertig procent. Dit staat allemaal in het Sociaal en Cultureel Rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat deze week verscheen. Eens in de twee jaar maakt het SCP de balans op van Nederland: hoe denken we, wat doen we, wat zijn de ontwikkelingen in het beleid. Nou zijn cijfers natuurlijk maar cijfers en enquêtes leveren al snel sociaal wenselijke antwoorden op. Maar het is opmerkelijk dat er beweging zit in de cijfers en wel in progressieve richting.
Omdat het onderzoek iedere twee jaar wordt verricht, is er geen enkele reden om aan te nemen dat de antwoorden dit keer meer dan de afgelopen jaren gekleurd zouden zijn door political correctness. Integendeel, na alle taboedoorbrekende exercities van media en politiek zou je mogen verwachten dat meer mensen durven te roepen dat ze buitenlanders eigenlijk haten en dat uitkeringen slechts aanleiding geven tot frauduleus gedrag.
Ook inkomensnivellering en links-zijn liggen op dit moment niet bepaald goed in de sociaal-wenselijke opvattingen. Het kan daarom geen kwaad nogmaals vast te stellen dat er een forse kloof tussen burgers en politiek gaapt, zij het een heel andere dan de kloof die zo vaak in de diverse gremia van het politieke debat figureert. De politici schatten in toenemende mate de wensen en de overtuigingen van de burgers verkeerd in.
De dames en heren politici vinden zelf dat de verzorgingsstaat moet worden uitgekamd en slepen het volk er tegen wil en dank met de haren bij. Allemaal projectie, zouden we in de jaren zeventig hebben gezegd. Daarom het dringende advies: leest het SCP-rapport. Daarna staat het iedereen nog altijd vrij om te beweren dat de inkomensverschillen moeten toenemen, of de economische vluchtelingen geweerd, maar dan zonder de mening van het volk als argument te gebruiken. Het volk blijkt bijvoorbeeld helemaal niet om bezuinigingen en lastenverlichting te vragen. Niet alleen zijn vrijwel alle Nederlanders zeer tevreden met hun inkomen, ook vindt een overgrote meerderheid dat de overheid te weinig geld over heeft voor openbare voorzieningen. En wel tachtig procent vindt dat er meer geld moet worden uitgetrokken voor milieubeleid, de bouw van goedkope woningen en onderwijs.
Valt de Miljoenennota nog te herschrijven? Waar blijven de belastingverhogingen?
Het SCP peilde ook de mening van de burgers over de politiek en maakt daarbij het nuttige onderscheid tussen onverschilligheid en ongenoegen. In de veelgevoerde discussie over de verhouding tussen burger en politiek worden die twee gevoelens nogal eens door elkaar gehaald of zelfs synoniem geacht. Terwijl het toch een behoorlijk verschil is of de politiek mensen koud laat (onverschilligheid) of dat geïnteresseerde en goed geïnformeerde burgers boos zijn op de politiek (ongenoegen). In het eerste geval schort er misschien iets aan de communicatie of er schort helemaal niets aan, want onverschilligheid kan ook voortkomen uit tevredenheid), in het tweede geval moet de politiek het inhoudelijke beleid veranderen om weer bij de burger in het gevlei te komen. Politici kunnen zich niet voorstellen dat de burger het eenvoudigweg niet eens is met hun beslissingen en denken daarom altijd dat het aan de communicatie ligt. (Het was dan ook even schrikken toen de bevolking van Rotterdam en Amsterdam het referendum, dat eigenlijk alleen bedoeld was om ‘de burger weer bij de politiek te betrekken’, aangreep om tegen te stemmen.)
Het SCP maakt gehakt van de mythe van de onverschillige, ongeïnteresseerde burger. De onverschilligheid nam de afgelopen twintig jaar sterk af, maar de onvrede bleef ongeveer even groot, en de bezorgdheid over de politiek nam toe. Steeds meer mensen volgen het politieke nieuws - slechts een kwart van de Nederlanders zegt weinig of geen belangstelling voor politiek te hebben en bovendien 'doen’ steeds meer mensen aan politiek. Mensen komen vaker hun huizen uit om hun zegje op politieke bijeenkomsten te doen, ze schrijven vaker naar de krant en voeren vaker actie. Dat wisten we natuurlijk al, maar het is aardig om het eens in cijfers uitgedrukt te zien.
Wel heeft het activisme zich enigszins verlegd van (inter)nationale kwesties naar lokale kwesties. Ondertussen kunnen alle vormen van actie op steeds meer bijval rekenen. Of het nu om stakingen, demonstraties, blokkades, bezettingen of kraken gaat, steeds meer mensen, die vaak een meerderheid vormen, vinden het goed dat het gebeurt.
Het enige dat goedbeschouwd overblijft van de veelbesproken 'kloof’ is het feit dat de lidmaatschappen van politieke partijen drastisch teruglopen. Mensen hebben steeds minder zin om hun politieke aspiraties bot te vieren in een partij. Maar daarmee zijn de burgers nog geen 'staatverlaters’, ze zijn niet verworden tot egoïstische nimby’s. De democratie staat daardoor nog niet op springen.
Zolang we geen betere organisatievorm kunnen bedenken voor de democratie dan het stelsel van politieke partijen (en dat hebben we vooralsnog niet) is het slinkende partijkader zeker een probleem, een groot probleem zelfs, maar wel een overzichtelijk probleem. Het zou al heel wat zijn als de discussie over de kloof tot dezelfde proporties wordt teruggebracht.