KUNST

Scrabblebord en plantenzaad

Ryan Gander

In december 2002 hield Ryan Gander een lezing met lichtbeelden tijdens de Open Ateliers van de Rijksakademie in Amsterdam. Gander (Chester, 1976) verbleef in de Rijksakademie; daarvoor had hij enige tijd aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht gestudeerd. De lezing begon aldus: ‘Hello, I’m Ryan. Erm… all these things are linked somehow, but at times the associations may be a bit loose…’ En ‘loose’ waren ze, die associaties. Sommige aanwezigen vergeleken de lezing met ‘playing ping-pong loosely’ of met ‘a conversation amongst friends around a table in a pub’.

Bijvoorbeeld: Gander toonde een foto van zo’n Londense plaquette, die op huizen wordt aangebracht waar een beroemd iemand heeft gewoond. De plaquette was gewijd aan een Servische historicus, maar omdat naderhand was vastgesteld dat die toch niet lang genoeg in Londen had gewoond om voor zo’n ding in aanmerking te komen was het opschrift verwijderd. Wat raar is, zei Gander, want in Baker Street hangt net zo’n plaquette voor Sherlock Holmes, en die heeft niet eens echt bestaan. Waarna de lezing vervolgde met Inspector Morse, Blenheim Park, radio-amateurs, graffiti in Llandudno, Cockney rhyming slang, Jeffrey Archer, de slag bij Agincourt, enzovoort. Wat het verband was, wist alleen Gander. Als het er al was.

Ondertussen is Gander uitgegroeid tot een van de meer succesvolle conceptuele kunstenaars van de wereld. In Nederland had hij tentoonstellingen in Museum Boijmans en het Stedelijk, in Amsterdam is hij de galerie van Annet Gelink, die hem als eerste steunde, trouw gebleven. Daar is nu een overzicht van recent werk te zien, dat in alle bescheidenheid een indruk geeft van de ontembare variatie van Ganders middelen en vormen. Want dat komt er nog eens bij: als kunstenaar gebruikt Gander alles wat hem leuk lijkt, schilderijen en beelden, animaties, films, interviews, fotografie, typografie, krantenknipsels, een 25-euromuntstuk (jazeker), een scrabblebord, een glazen pot met twee soorten plantenzaad.

Nu zou je die werken best een voor een kunnen gaan verklaren, of ‘contextualiseren’, al is dat lang niet eenvoudig, zelfs niet met een ingewijde van de galerie aan je zijde. In een gesprek tussen de kunstenaar en Rudi Fuchs is te horen dat de laatste er, met alle respect, ook maar weinig chocola van kan maken. Natuurlijk, het is duidelijk dat sommige van die werken een kunsthistorische context hebben.

Sommige houden zich bezig met de erfenis van het modernisme, bijvoorbeeld in een studie naar de ‘absolute’ kleuren van Mondriaan cum suis of het zuiver functionalisme van Rietveld, gedemonstreerd in een stapeling van Ikea-tafeltjes. Het is ook niet moeilijk om in die werken op de een of andere manier een relatie te zien met het soort observaties als die verwijderde inscriptie op dat Londense huis.

Maar in die gangbare volgorde, van kuyounstwerk naar context, zit hier iets ongerijmds. Die verhalen hebben het eerste belang; de vertaling naar een voorwerp of een installatie lijkt bijna een secundaire opdracht. Dat klinkt raar, misschien, want het kunstenaarschap is een nobel beroep, iets om naar te streven; soms lijkt het echter alsof er voor levendige, vrijelijk associërende geesten als die van Gander gewoon niets anders op zit dan kunstenaar te zijn. En af en toe een werk te maken, dat je kunt ophangen en verkopen. Wat zou hij anders kunnen zijn? Cabaretier? Gids op de rondvaartboot?

Ryan Gander, Now there’s not enough of it to go around. Annet Gelink Gallery, Amsterdam, t/m 14 mei, www.annetgelink.nl. Lezingen Loose Associations: www.alatento.eu