Sebastian is opgeveegd

Reeds bij het lezen van de eerste alinea was het duidelijk dat het boek Johann Sebastian Bach een marteling voor de ogen ging worden. Ik citeer: ‘Bach. Een wereld in vier letters - en volgens Ludwig Van Beethovens rake woordspeling mochten het er best vier andere zijn: “Nicht Bach: Meer soll er heissen!” Johann Sebastian Meer dus. Een kwart eeuw vroeger stond men nog niet zo ver.’

Slappe kost dus, rond een woordspeling die niet zozeer raak als flauw is, vervat in proza van iemand die absoluut niet schrijven kan.
Op elke bladzijde staat wel een formulering waarvan ik denk: de auteur is of gek, of het is een ingezetene uit het zuiden der voormalige verenigde Nederlanden.
Bach was ‘een verdoken aanhanger van de Verlichting’. De a-capella-stukken van Schutz en Palestrina zijn gecomponeerd op 'roeterige teksten’. De 'gemarterde und sterbende Jesus’ heeft veel tijdgenoten tot Passies geinspireerd, 'maar de schreierige titel laat al vermoeden dat Sebastian zijn ontleningen duchtig dooreenschudde’. Of Bach zich gekleineerd voelde - rabarberrabarberrabarber - 'is niet geweten’. Mevrouw Bach heeft 'dertien zwangerschappen (en hoeveel misvallen?) doorstaan’.
Verdoken aanhangers. Roeterige teksten. Schreierige titels. Doorstane misvallen. Maar dat is Vlaams! zegt een kenner en liefhebber verdedigend. Welnee, het is helemaal geen Vlaams, het is slecht Nederlands, stilistische schimmel op een 'cultuurhistorisch portret’, waarop dus Gods zegen niet kan rusten, een materie waarin de Thomascantor van Leipzig was gespecialiseerd.
Het probleem van de auteur is niet alleen dat hij niet schrijven kan, maar bovendien dat hij geen smaak heeft. Hij spreekt consequent over 'Sebastian’, alsof hij met de componist op school is geweest, vergelijkbaar met de halve zolen die het in Mozarts jubeljaar opeens over 'Amadeus’ hadden. Zoals er geen normaal mens is die over Van Beethoven spreekt.
Of is het toch Vlaams? En plotseling herinner ik mijn eerste opera-ervaringen, op zondagmiddag, via de Belgische radio. Die zond op dat moment 'ons wekelijks opera- en belcan to-concert’ uit, 'voor u samengesteld door Etienne Van Esten’, waarin de diverse fragmenten werden aangekondigd in vermakelijk proza als: 'En dan kunt ge thans luisteren naar het gekende Jachtkoor uit de opera De Vrijschutter van Karel Maria Van Weber.’
Kan een goed boek slecht geschreven zijn? Ja. Geldt dit ook voor dit 'cultuurhistorisch portret’ van Johann Sebastian Bach? Nee. Bloedeloos gerangschikte feiten en feitjes, die weinig nieuws vertellen.
Nog zo'n staaltje kromspraak, dit keer afgedrukt op de achterflap: 'De auteur is een eminent kenner van de Duitse cultuur, werd van in zijn jeugd gefascineerd door de muziek van Bach en bezocht meermaals de plaatsen waar hij leefde en werkte.’ Hier wordt dus beweerd dat de auteur meerdere bezoeken heeft gebracht aan de plaatsen waar hij - de auteur - geleefd en gewerkt heeft. De auteur is trouwens Guido van Hoof, die van 1960 tot 1992 zowel de redactie Cultuur en Wetenschappen als de Standaard der Letteren heeft geleid, twee intellectuele bruggehoofden van Vlaanderens zelfuitgeroepen kwaliteitskrant.