Dans

Seconda pratica

DANS Merg

Aan het eind van de zestiende eeuw vond in Italië een muzikale revolutie plaats. Er werd gebroken met de traditionele regels van de polyfone muziek om tot expressievere, op de tekst geïnspireerde composities te komen. Deze ‘moderne’ muziek werd de ‘seconda pratica’ genoemd, die tegenover de ‘prima pratica’, de vocale polyfonie, stond. Componisten als Claudio Monteverdi en Girolamo Frescobaldi brachten deze stijl, waarin de ‘affecten’ (emoties) bepalend waren, tot ontwikkeling. De muziek hoefde niet langer te gehoorzamen aan haar eigen regels, maar moest vooral emotioneren. Snijdende dissonanten, chromatiek en een vrijer ritmegebruik, uit den boze in de prima pratica, werden toegestane stijlmiddelen.

Het choreografenduo Leine & Roebana gebruikte deze moderne muziek uit de vroege Italiaanse barok voor hun nieuwe choreografie, met de titel Merg. Ook zij lieten in de dans hun anders zo strakke systematiek los om ruimer baan te geven aan de emotie. Dat ze dat kunnen, blijkt met name uit het eerste deel van het stuk.

Merg is een ode aan de liefde, en het eerste deel is als een mooie Italiaanse lentedag. De dansers en zangers lachen, kletsen en hebben zichtbaar plezier. Hier maakt de liefde blij en uitgelaten; danseres Heather Ware, bijvoorbeeld, kan bij het denken aan haar nieuwe vlam de vlinders in haar buik niet bedwingen, zodat ze niet anders kan dan verrukkelijk rondspringen. Ook bij de zangeressen lijken de weelderige coloratura’s uit de onderbuik te komen, wanneer ze door de mannelijke dansers gekust, gebeten en gestreeld worden. Alleen danseres Alba Barral Fernandez belichaamt de minder zonnige kant van de liefde (‘I feel nothing’), die later in het stuk nog uitgebreid aan bod zal komen.

Wat de voorstelling bijzonder maakt is allereerst de cast. De dansers, de zangeressen (de topsopraan Claron McFadden, die ook als moderne danseres niet misstaat, de sopraan Nicola Wemyss en de alt Helena Rasker) en de muzikanten van het Locke Ensemble zijn in hun element en staan voor zeer hoge kwaliteit.

Verder is de dosering van Leine & Roebana als altijd bijzonder intelligent. Hun bewegingstaal past perfect bij de grillige zanglijnen van de monodie waardoor de dans en de muziek elkaar versterken, of juist de ruimte geven. Merg houdt hierdoor het midden tussen een miniopera en een dansvoorstelling. Ook hebben ze het toneelbeeld sober gehouden, zodat de kostuums van ontwerper Aziz de nodige goud- en lakglans toe kunnen voegen.

Het is bijzonder dat Leine & Roebana, in navolging van Monteverdi en Luzzaschi, in Merg de emoties op een directere wijze toelaten in hun werk. Hun choreografie voelt hierdoor minder afstandelijk en geconstrueerd dan hun eerdere stukken. Soms is er zelfs sprake van duidelijk herkenbare ‘personages’. Dit betekent overigens allemaal niet dat de choreografen hun bekende systematische werkwijze helemaal overboord gooiden; Merg blijft onmiskenbaar Leine & Roebana; ze kiezen in hun emotionelere benadering niet voor overdreven drama of het diep graven in de psyche. Gevoelens als smart, kalverliefde, lust en jaloezie worden alleen geschetst, waardoor het stuk als geheel niet te zwaar wordt, anders dan de titel suggereert. Als ze willen, kunnen Leine & Roebana wat mij betreft nog veel verder gaan in hun seconda pratica.

Leine & Roebana, Merg. Tournee tot en met 10 mei. www.leineroebana.com