Toneel

Sectie op huichelarij

TONEEL Dogville door het Ro Theater

Toen ik drie jaar geleden uit de film Dogville (Lars von Trier, 2003) kwam, betrapte ik mezelf op moordneigingen. Die waaiden snel over, zoals alle moordneigingen. Ze maakten plaats voor het besef: ik kom uit zo’n dorp. Als de hoofdpersoon Grace in ons ‘hondendorp’ beschutting had gezocht, op de vlucht voor een ogenschijnlijk abstract gevaar (‘gangsters’), dan was haar iets vergelijkbaars overkomen. Onderduiken mocht ze zeker. Maar… voor wat hoort wat. Wil je opgevangen worden door een lokale gemeenschap, dan moet je daar ook voor werken, de handen uit de mouwen. Kinderopvang, privé-les geven, onkruid wieden. En van het een komt het ander. Want Grace is een vrouw alleen. En hormonen zijn niet te regisseren. Zeker niet in een gemeenschap waarin hormonen (in ieder geval de mannelijke) constant worden onderdrukt. Dan leidt dat adagium ‘voor wat hoort wat’ tot alleen maar ellende. Toen ik drie weken geleden uit de voorstelling Dogville (Ro Theater, 2006) kwam, betrapte ik mezelf op vergelijkbare moordneigingen als toen. Die gingen opnieuw voorbij, deze keer sneller. Ik realiseerde me dat we in ons dorp ook niet zo’n ‘filosoof’ hadden als Tom Edison jr., de opvoeder van Dogville. Die de lokale bevolking leert het opvangen van de opgejaagde Grace te zien als een vorm van ‘ontvangen’.

De pauzegesprekken buiten de Rotterdamse Schouwburg (hangplek voor rokers) werden beheerst door de vergelijking tussen de film Dogville en deze toneeluitvoering. Er werd veel gesproken over de krijtlijnen in de kale filmstudio van Lars von Trier, de geopende deuren (mime!) met bijbehorende piepgeluiden. Maar er waren in dat decor ook meubels, de regelmatig gebruikte klokkentoren hing in de lucht, er was ergens in de verte een soort rotsdecor, de dure auto met de gangsters kwam heel realistisch Elm Street binnenrijden. Regisseur Pieter Kramer en ontwerper Paul Gallis hebben voor het Ro Theater de krijtstrepen van Lars von Trier verder ingekleurd, met opgereden minidecortjes of uit de toneelkap zakkende bloementaferelen. Ze volgen het filmscript op de voet. Ook zij hebben de ambitie die Von Trier voor ogen moet hebben gehad: een anatomische les op de dubbele moraal van kleinburgers onder extreme druk, sectie op huichelarij. Wat maakt het verschil tussen toneel en film?

De vraag stellen is haar beantwoorden. Film is geprefabriceerde magie voor in het donker. Toneel wordt nú voor óns déze avond gespeeld. Misschien hebben de toneelspelers afgesproken: vanavond doen we dit en dat net even anders. Mogelijk hebben ze niks afgesproken en loopt het vanavond toch net even anders. Hoe dan ook zit het verschil tussen film en toneel – behoudens de driftig op en af gereden decors en de neergelaten en opgehesen toneelparadijzen – in de verteller. In de film was dat de stem van acteur John Hurt, als toneelspeler onzichtbaar, een verteller wiens stem ergens uit het zwerk van de studio kwam. Hier is de verteller Ton Kas, een toneelspeler die geen toneelspeler wil zijn, een verteller die is opgezadeld met een vertelling die hij helemaal niet wil doen. Hij zwerft door de handeling, met een opdracht waar hij op voorhand doodmoe van wordt. Maar ja, hij móet. Dit verhaal dient verteld te worden. In donker pak, vaak handen in de zakken en met zendmicrofoon (al zijn ontboezemingen hebben de intimiteit van een onder dwang voorgelezen dagboek) zuigt Ton Kas ons deze verschrikkelijke vertelling binnen. Zijn noodlot is: hij weet alles al, híj kent de afloop, hij probeert ons te interesseren voor het verloop. Kan het brechtiaanser? (Bertolt Brecht speelde destijds een hoofdrol in de besprekingen van de film.) Het briljante van zijn rol als verteller is: hij pelt de ui van de gruwelijkheden langzaam af. Jacqueline Blom als de getergde Grace en Frank Lammers als de zichzelf tot de grond afbrekende dorpsdenker Tom, ze zijn groots, net als het hele ensemble van het Ro Theater. Aan het eind gaan wij, kijkers, met leeggeschoten handen het pand uit. Het ultieme verschil met de film? Geen voice-over maar een voice-within. De verteller Ton Kas maakt ons medeplichtig. Daar ging en daar gaat Dogville over. Die Mörder sind unter uns. Geen oordeel. Alleen tonen. Prachtig!

Dogville, Ro Theater, tournee t/m 24 februari. www.rotheater.nl