Martin Koolhoven en de foute film

See you in hell

Terwijl de goede smaak terrein wint houdt Martin Koolhoven, regisseur van Oorlogswinter, de subversieve film met Cinema Egzotik in Nederland levend. Een gesprek over artisticiteit, emotie en de glorie van het schandaal.

Medium afbeelding 9

Net als Asterix en de rest vechten Martin Koolhoven en enkele zielsverwanten dapper voort in het hol van de leeuw – EYE Film Instituut Nederland, gevestigd in het prachtige gebouw aan het IJ – door één keer per maand films te vertonen die de grenzen van betamelijkheid en intellectueel engagement tarten. Het clubje heet Cinema Egzotik, en gezien de films die de aartsrebellen er draaien is het een wonder dat ze vrij spel krijgen: spaghettiwesterns met communistische boodschappen, reactionaire politiethrillers die de onderbuik van links én rechts aanspreken, horrorverhalen verfilmd in pornografische beeldtaal. Waar velen schande spreken van zoveel slechte smaak, daar zien Koolhoven en zijn volgelingen cinematografische werken van grote artistieke waarde.

Bij dat laatste kun je vraagtekens zetten. Maar toch, ook ik werd een Egzotik-ganger, maar pas toen Koolhoven en kornuiten de foute films op 35mm in De Balie in hartje Amsterdam gingen vertonen. Een mooi voorbeeld van de clash tussen goede smaak, die plaatselijk terrein wint dankzij literair verantwoorde programma’s in centra als De Balie en een soort cultuur gericht op het ondermijnen van dat wereldje. Dit conflict tussen kunst en pulp werd zichtbaar op de Egzotik-avonden, juist in De Balie. De typische bezoekers van de avondjes-Koolhoven waren namelijk zo uit het Balie-publiek in de foyer te pikken. Wie bijvoorbeeld elders in het debatcentrum naar een bijeenkomst van pak ’m beet Arnon Grunberg ging, straalde eenvormigheid uit. Dat kon niet worden gezegd van de Egzotik-gangers. Je kon je vinger er moeilijk op leggen, maar ze zagen er gewoon ‘anders’ uit: inderdaad buitenissig als Gallische rebellen omringd door Romeinse legioenen, vaak eenlingen die niet konden wachten tot de deuren van het zaaltje opengingen, zodat ze naar binnen konden glippen, waar het al snel donker werd.

De subversieve cinema verdraagt het daglicht niet. Soms letterlijk, zoals in slecht belichte policiers en horrorfilms, maar meer nog figuurlijk, zoals in het geval van de morele verwarring in de spaghettiwestern of van de dubieuze sekse­politiek in giallo’s, thrillers van Italiaanse makelij. Naar dat laatste verwijst Koolhoven als ik hem tijdens de lunch tref om over zijn obsessies te praten, over motieven en stijlen uit de subversieve cinema die neerslag vinden in zijn werk, óók in zijn nieuwe, veelbesproken filmproject waarover hij een tipje van de sluier oplicht.

Koolhoven, zoals altijd volledig in het zwart gekleed, vertelt dat hij begin jaren negentig een ontmoeting had met Paul Verhoeven. Dat was midden in de controverse rond diens film noir Basic Instinct waarin hij het geslachtsdeel van hoofdrolspeelster Sharon Stone in close-up toont. Koolhoven: ‘Verhoeven, misschien de meest schandalige Nederlandse regisseur ooit, heeft altijd gezeik gehad. Dat komt doordat hij een vrije moraal had in een tijd waarin de linkse kerk in Nederland domineerde, de tijd van Turks fruit en Spetters. Maar toen hij naar Amerika ging gebeurde precies het tegenovergestelde: hij kreeg problemen met conservatief rechts. Starship Troopers werd bekritiseerd als een “rechts, fascistisch sprookje” terwijl Showgirls weer exemplarisch zou zijn voor “linkse” viezigheid. Punt is dat hij die films maakt omdat hij het leuk vindt om te provoceren. Toen hem in 1992 gevraagd werd waarom er zoveel seks in zijn films voorkomt, antwoordde hij dat dat kwam doordat hij zoveel geneukt had.’

Is provocerend zijn atypisch in Nederland?

‘Film is tamelijk conservatief. Dat heeft te maken met onze relatie met de beeldencultuur, bijvoorbeeld de afwezigheid van godsdienstige beeltenissen in protestantse kerken, terwijl dat zo anders is bij de katholieken. Ik ben Nederlands-hervormd opgevoed. Saaie, deugdelijke kerken zonder franje. In Brabant woonden we in een katholieke omgeving. Maar toen ik vier was woonde ik in het Westland, waar alle protestantse kerken uit de regio met Kerst in een enorme hal bij elkaar kwamen. Mijn moeder vertelde dat er een man zou komen, een predikant die mooie verhalen zou vertellen. In de hal dacht ik: waar blijven die mooie verhalen nou? Dus ik zei: ik vind dit maar poepverhalen! Hoe meer mijn moeder probeerde mij te sussen, hoe harder ik riep: poepverhalen!’

Had dat verleden een effect, in die zin dat er een element van het schandalige in het creatieve proces zit?

‘Ik kan me wel in het schandaal verkneukelen. Soms weet ik vooraf dat iets in mijn films problemen gaat opleveren. Dat heeft te maken met het calvinisme. Ook al ontworstel je je eraan, je blijft je verzetten, net als bij Verhoeven. Neem het boek Montyn (1982) van Dirk Ayelt Kooiman. De hoofdpersoon gaat aan de kant van de Duitsers vechten, om te ontsnappen aan die verstikkende omgeving. De Duitsers zijn voor hem een soort verlossers. Zowel Verhoeven als ik heeft geprobeerd de roman te verfilmen, maar het was te duur. Het is een geweldig avonturenverhaal, maar bevat wel een taboe: een Nederlander die aan Duitse kant vecht. Misschien zou een verfilming inmiddels wel kunnen, maar vroeger was het onmogelijk.’

In je nieuwe film Brimstone, die je beschrijft als een ‘epische gothic western’, komt die calvinistische traditie weer ter sprake.

‘Dat gaat over alle ellende die dat calvinisme, dat geloof, ons heeft gebracht. Een film over geweld. Over religie. Over de combinatie van die twee dingen. Over de gevolgen ervan. De film speelt zich af in Amerika, maar heeft wel degelijk met de Nederlandse werkelijkheid te maken. Dat komt doordat ik een purist ben. Iets heet een spaghettiwestern omdat een Italiaan het maakt. Zoals de westerns van Spanjaarden paellawesterns werden genoemd. Ik kan dus hooguit een hutspotwestern maken. Zoiets zit ook in Oorlogswinter, een film met een oer-Hollandse strengheid qua look. Aan de andere kant heb ik het idee dat die film ook “katholiek” is, gezien de operateske stijl, bijvoorbeeld de executiescène met bombastische muziek van de Italiaan Pino Donaggio. Ik houd van opera en pathos, maar strengheid blijft deel van mijn geschiedenis. Die combinatie zoek ik nog meer op in mijn huidige project.’

De spaghettiwestern is bij uitstek subversief. Kun je iets meer vertellen over jouw cinematografische inspiratiebronnen?

‘Het subversieve maakt dat soort films leuk. In de spaghettiwestern is de scheidslijn tussen goed en kwaad poreus, zodat een good guy in het midden van de film opeens foute dingen doet. In The Great Silence (1968) van Sergio Corbucci rijdt juist de bad guy de zonsondergang tegemoet. Een geweldige film. Strengheid in combinatie met lyriek. Als jongetje ben ik ooit verliefd geworden op de spaghettiwestern. Daardoor ben ik ook in aanraking gekomen met de poliziottesco en de giallo.’

Allemaal genres met verhalen waarin men tegen de gevestigde orde in gaat. En toch: rond de jaren zeventig waren deze films over de hele wereld populair.

‘In die tijd kwamen veel films uit die zich tegen de elite keerden. Films voor het volk. Neem A Bullet for the General (1986, Damiano Damiani – gk). Een van de meest subversieve westerns, bijzonder anti-Amerikaans. In Noord-Afrika mateloos populair. Het stramien: verhalen, op het communistische af, waarin Mexicanen in opstand komen tegen wrede landheren. Linkse films. Films die tot de mensen spraken. Toen kwamen de politiefilms in Italië, vigilante-achtige films gemaakt in het kielzog van de _Dirty Harry-_films. En die zijn weer rechts! De boodschap: die boeven moeten maar eens aangepakt worden. Tamelijk wat heilige huisjes worden zo omver geschopt. De makers waren allemaal opportunisten die net zo makkelijk de linkse als de rechtste onderbuik aanspraken. Zo creëerde de populaire Italiaanse cinema een niche; men durfde verder te gaan dan de Amerikanen. Niet alleen waren die Italiaanse films extremere versies van populaire Amerikaanse films, ze werden ook nog wereldwijd uitgebracht voor verschillende markten. Japan wilde nóg gewelddadigere films, dus werd er een schepje bovenop gedaan met extra close-ups, zoals Ruggero Deodato ooit vertelde.’

Aha. Deodato. Maker van Cannibal Holocaust uit 1980. De found footage kannibalenfilm. Toch wel de meest schandalige film ooit.

‘Een van de, jawel. In eerste instantie was hij ook in Italië verboden. Er was zelfs een rechtszaak tegen Deodato, omdat men dacht dat hij de acteurs in zijn film echt om het leven had gebracht. Uiteindelijk kon hij bewijzen dat de mensen nog in leven waren. Maar toen zat hij weer met de kwestie van al die dieren die wél in het echt waren gedood voor de camera.’

Soms lijkt het net of je niet artistiek én extreem schandalig kunt zijn. Deodato’s film is niet echt goed.

‘Ik vind van wel. Sergio Leone bestempelde Cannibal Holocaust als een meesterwerk. Het interessante eraan is dat je bij het kijken moreel in de war raakt. Het is pure exploitatie. Vies. Toen ik de film thuis zag was ik tot op het bot geshockeerd. Met de aftiteling kwam mijn vriendin binnen en vroeg: “Wat is er gebeurd! Je ziet helemaal grijs!” Ik kon niet meer praten. Zo erg. Het heeft mij diep geraakt. Ik was kwaad. Ook op de makers. Het is een kritiek op media, maar aan de andere kant…’

Is het een artistieke film?

‘Ja. Maar dat klinkt vaak vervelend… een besmette term…’

Is het een film met artistieke waarde?

‘Zeker. Waar film bij uitstek een emotionerende kunst is, probeert literatuur de wereld op intellectuele wijze te verklaren. Via je verstand. Met plot en personages kun je veel meer doen in de literatuur dan in de film. Wij kunnen iets laten zien, wij kunnen je raken. En de grootmeesters zijn zij die dit spel het beste kunnen spelen. Daarom is Hitchcock een grootmeester, daarom is Spielberg een geniale regisseur.’

Zijn er voorbeelden van de invloed van de exploitatiecinema op de mainstream?

‘Ook in Hollywood waren er periodes waarin meer mogelijk was. Brian de Palma werd sterk door giallo beïnvloed. Zie Dressed to Kill (1980). Eerder ook Sam Peckinpah. In zijn werk staat geweld voorop. Dat werd als bijzonder schandalig gezien. En Clint Eastwood: toen hij in 1992 Unforgiven maakte bereikte het debat over nouvelle violence een hoogtepunt. Die film representeert een eindpunt, een statement over geweld. Eastwood wachtte met het maken van de film tot hij oud genoeg was om de rol van William Munny te spelen, een doorwinterde gunslinger die er nog een keer op uit trekt. Qua moraliteit is het een rare film over de ware, slechte aard van de mens. Er is geen gangbare story arc waarin iemand leert hoe je goed kunt zijn. Het werkt juist andersom: Eastwood speelt de rol van een vader die “leert” hoe je weer een bad guy wordt. In de sleutelscène ligt Gene Hackman op de grond te pleiten voor zijn leven. Hij vindt dat hij het niet verdient te sterven. Waarop Eastwood zegt: “Deserve has nothing to do with it.” Hackman: “See you in hell.” Eastwood: “Yeah.” En dan knalt hij Hackman neer.’

Kun je vandaag de dag nog zo’n soort film maken?

‘We leven in veel politiek correctere tijden dan vroeger. Verhoeven heeft gezegd dat hij een film als Basic Instinct nu niet meer zou kunnen maken. Dat klopt.’


Beeld: Corne van der Stelt/HH