Kunst: Hundertwasser

Seid frei!

De Oostenrijkse kunstenaar Friedrich Stowasser (1928-2000) veranderde zijn naam in Friedensreich Regentag Dunkelbunt Hundertwasser, waardoor je zou kunnen vermoeden dat er een blij steekje aan hem los zat.

Het Cobra-museum in Amstelveen biedt een overzichtstentoonstelling van zijn werk, voorzover mogelijk; Hundertwasser was behalve schilder en tekenaar ook een dilettant-architect, docent en uitvoerder van performances, en die laten zich lastig tonen. Dat laatste deel wordt in de expositie met documentatie ingevuld en met een Oostenrijkse televisiedocumentaire. De connectie met Cobra: ook Hundertwasser maakte zich na de ondergang van het fascisme sterk voor een kleurrijke, spirituele, niet-academische en vooral niet-rechtlijnige cultuur. De tentoonstelling heeft zijn fiere statement ‘Die gerade Linie führt zum Untergang’ als devies, wat best grappig is als je dat saaie gebouw van Wim Quist erbij ziet.

Hundertwasser was een echt buitenbeentje. Hij kende iedereen en hoorde nergens bij. Hij had weinig vrienden. Hij reisde veel. Zijn bases waren Parijs en Japan, maar hij bezat een huis in Venetië, en hij bracht zijn oude dag door in Nieuw-Zeeland. Wie de zaal overziet herkent in zijn vormentaal de ‘kinderlijke’ attitude van Klee en de decoratiezucht van Klimt, maar er zitten ook onmiskenbaar exotische invloeden in, Japanse, boeddhistische, Maori.

Halverwege zijn carrière ontwikkelde Hundertwasser een idee over een ‘transautomatische’ manier van werken, waardoor de deuren naar ‘de individuele bioscoop in het onderbewuste’ konden worden opengezet. Hij was gegrepen door de spiraal, als motief en als spiritueel gegeven, en hij gebruikt die vaak, in stralende kleuren, meestal in een mix van tempera en olie. Het zijn mooie schilderijen en leuke tekeningen, maar ze zijn, vind ik, niet echt wereldschokkend krachtig, zoals een Rothko of een Pollock je wél kan treffen. Ze missen ook, vind ik, de eenvoudige concentratie die Klee’s werkjes wél hebben. Als je het onderbewuste aan het woord laat, dan is alles opeens even belangrijk, nietwaar?

Hundertwassers betekenis zit meer in de strijd die hij leverde tegen ‘de rechtlijnigheid’, wat vooral te begrijpen is als de drukke naoorlogse praktijk van de modernistische architectuur en de ‘brutalistische’ uitwassen daarvan. Die is natuurlijk niet te onderschatten (waag u maar eens op de site fuckyeahbrutalism.tumblr.com, en ijs over de betonnen monsters die daar te zien zijn) en Hundertwassers pleidooi voor onregelmatigheid, voor de creativiteit van individuele burgers en voor een ‘spirituele’ impuls in de kunsten moet heel relevant hebben geklonken. Hij vervatte dat in aardige pamfletten (het ‘Beschimmelingsmanifest’ en het ‘Brandnetel-proces’), pleitend voor een ‘ethisch verbod’ op de rechte lijn, en ook in de Kanji-tekst (1961), een richtlijn voor kunstenaars (‘Seid individuell! Seid frei! Seid schöpferisch! Und vor allem, seid reich an Farben!’), met nadruk op de volstrekte en beperkingsloze autonomie van het ‘creatieve geweten’. Hundertwasser breekt erin de staf over de ‘kriminelle Erziehungsmethode’ in de kunsten; het pamflet leest als een blauwdruk voor alle disciplineloze kunstacademies die sinds de jaren zeventig in zwang zijn. Of het nu Hundertwasser was of Rudolf Steiner, dan wel Aldo van Eyck, Anton Heyboer, Huut of Viktor IV: die geest waait nog altijd door de kunsten.

Het is aandoenlijk om Hundertwasser zelf als profeet ervan aan het werk te zien, in de performance Tokyo Spaziergang (1961). Hij loopt daar over Tokio’s drukste straat, in zelfgemaakte (ongetwijfeld zeer kleurige) kleding, en houdt in de massa paneeltjes met zijn spiralen omhoog. De Japanners kijken er niet van op. Een vriendelijke profeet, ongevaarlijk.


Hundertwasser: De rechte lijn is goddeloos. Cobra-museum, Amstelveen, t/m 5 januari. cobra-museum.nl