Economie

Seinen op rood

Zaterdag stond de ambtelijke top van het Openbaar Ministerie, rechtspraak en politie gezamenlijk met een groot interview in Trouw. De drie topambtenaren vrezen de bezuinigingen die op de pandemiesteun gaan volgen. Ze wensen deze keer buiten schot te blijven. Want, en hier gebruiken ze grote woorden: anders kunnen ze hun rol binnen de rechtsstaat niet naar behoren vervullen. Tussen de regels door lees ik: nu al eigenlijk niet meer.

Natuurlijk, de hele Tweede Kamer heeft zich bij de Algemene Beschouwingen in september uitgesproken voor een sterkere overheid. De topambtenaren vertrouwen het echter niet. Zozeer niet, dat ze hun toevlucht tot de krant nemen, en tot een gezamenlijk pleidooi – iets wat nooit eerder voorkwam. Ze weten hoe de hazen lopen. Ze kennen inmiddels het trackrecord van de kabinetten-Rutte. Mooie woorden in de Kamer en de verkiezingsprogramma’s. Dan komt het regeerakkoord en blijkt er toch weer bezuinigd te worden.

Met deze ongewone stap willen ze 850 miljoen euro afdwingen bij het kabinet. Niet voor incidentele acties, ingegeven door de actualiteit. Die zijn er genoeg. De overheid trekt dit jaar 114 miljoen euro uit voor de aanpak van ondermijning en geeft ook extra’s voor zedenzaken en mensenhandel. De ambtenaren willen structureel geld. Ze hebben het nodig voor de basis, niet voor de extra’s. De rechtspraak en Openbaar Ministerie komen beide jaarlijks vijftig miljoen euro tekort. Het gaat niet alleen om geld, ook om mensen. De rechtspraak komt tweehonderd rechters tekort, de politie krijgt de roosters nauwelijks meer rond. Ze wil duizend mensen erbij, op de langere termijn 3500. Ze lopen op hun tenen en de burger merkt het. Verdachten worden niet opgepakt, rechtszaken slepen.

Hoe kan een krimpende publieke sector de maatschappij op hetzelfde niveau blijven ondersteunen?

Dit is deel van een groter plaatje. Bij het schrijven van mijn boek Een land van kleine buffers stuitte ik op kleine financiële buffers bij veel huishoudens, bij bedrijven en bij gemeenten, en ook op zeer magere reële buffers, in mensen en middelen, in de gehele publieke sector. Tekorten aan ic-bedden en personeel, aan juffen en meesters, en dus ook aan rechters en agenten. Al ruim een decennium is deze premier bezig tekorten om te buigen. Met succes. De tekorten van 2009 en 2010 van 5,2 procent van het bruto binnenlands product daalden naar 4,4 (2011), 3,9 (2012), 2,9 (2013), 2,2 (2014), en 2 procent (2015). Toen kwam de hoogconjunctuur, maar de krimp in de netto uitgaven ging door in het huidige en vorige kabinet. Tegenover de tekorten in de publieke sector stonden toen financiële overschotten bij de rijksoverheid. Vier jaren met begrotingsoverschotten volgden. Een overschot op de rijksbegroting, dat klinkt misschien goed; maar het betekent dat de overheid meer geld uit de economie trekt dan ze spendeert in de publieke sector en als andere bestedingen. Het waren de jaren dat rechtspraak, politie en OM eerst het vet op de botten verloren en vervolgens gingen haperen. We betalen nog steeds de prijs van de bezuinigingen, zeiden ze zaterdag.

Niet alleen daar ging het mis. In 2013 al rapporteerde het CBS dat gemeenten, provincies en waterschappen met een tekort van 4,1 miljard euro worstelden. De krimp vertaalde zich in afname van menskracht. In 2008 werkten er bij het rijk 123.000 mensen, in 2018 121.000 – en dat terwijl de Nederlandse bevolking toenam van 16,4 miljoen naar 17,2 miljoen mensen en de samenleving snel complexer werd. Ook bij de gemeenten daalde het aantal medewerkers in die jaren, van 171.000 naar 147.000 mensen. Bij de provincies van dertienduizend naar elfduizend. Hoe kan een krimpende publieke sector de maatschappij op hetzelfde niveau blijven ondersteunen?

In de pandemie wordt er een extra beroep gedaan op onderwijs, zorg en politie, waar men al op het tandvlees loopt. Straks krijgen de gemeenten de kosten van de sociale ontreddering die met de stijgende werkloosheid en faillissementen gaat komen. Er is een grote, structurele inhaalslag nodig om een krachtige publieke sector in Nederland te behouden, om van de rechtsstaat nog te zwijgen. Publieke druk, zoals dit interview, is nodig, want de seinen staan op rood. De machtige Studiegroep begrotingsruimte adviseerde afgelopen zomer nog tégen ‘structurele intensiveringen’. Het gaat erom spannen.