John William Polidori, De vampier

Seks, bloed en mooie maagden

John William Polidori

De vampier

Vertaald door Zsuzsó Pennings;

ingeleid door Ivo Gay

Uitg. Voltaire, 63 blz., € 11,-

Seks, bloed en mooie maagden, dat zijn de ingrediënten van een vampierverhaal. Volgens interpretatiedeskundigen is er zelfs nog meer: angst voor seksueel overdraagbare ziekten, voor mondige vrouwen, verkapte homofilie, castratieangst, pedo filie, overspel en zo verder. Mysterieuze vampierverschijningen dateren al uit de middeleeuwse tijd, het beroemdste vampierverhaal (Dracula!) stamt uit 1897 en in 1912 erkende de katholieke kerk het bestaan van deze bloedzuigers. Het eerste echte vampierverhaal verscheen in 1819 en staat op naam van John William Polidori. Aan uitgeverij Voltaire nu de eer van een publicatie in het Nederlands. Helaas staat het verhaal wel verstopt achter in een keurig klein boekje met een inleiding die de eerste helft ervan beslaat. En dat terwijl Polidori’s verhaal in 1819 zo spectaculair verkocht. Waarom mikken de brave boekenliefhebbers uit Den Bosch niet op een groter publiek? Een vampierverhaal is geen bedeesde literatuurgeschiedenis, een vampierverhaal is mooi en spannend.

De anekdote is vaak verteld: in de regenachtige zomer van 1816 verblijft Lord Byron met in zijn gezelschap onder anderen Mary Shelley bij het Meer van Genève. Geïnspireerd door de spookverhalen die ze er lezen stelt Byron voor dat ieder een eng verhaal bedenkt. De oogst is rijk: Mary Shelley vertelt het verhaal van Frankenstein en Byron verzint het prototype van het vampierverhaal. In Byrons verhaal gaan twee vrienden op reis naar Griekenland. Een sterft er, maar de twee hebben een curieus pact gesloten: de overlevende mag de dood van zijn reisgezel aan niemand vertellen. Maar als de overlevende vervolgens terugkeert naar Londen treft hij daar tot zijn stomme verbazing de dode weer aan. Springlevend! En nog wel in amoureuze betrekking met zijn zuster.

Byron legde een gedeelte van het verhaal later vast in het korte A Fragment. Zijn lijfarts Polidori, ook aanwezig in Zwitserland, heeft het verhaal dan al afgemaakt, via-via is het in handen gekomen van een uitgever en per abuis is het niet onder Polidori’s maar onder Byrons naam gepubliceerd. Inleider Ivo Gay citeert uit de speelse brief die Byron daarop schrijft: «Als het boek goed is, zou het laaghartig zijn de echte auteur — wie dat ook moge zijn — van het hem toekomende eerbetoon te beroven, en als het slecht is, wil ik alleen verantwoordelijk zijn voor mijn eigen saaiheid, maar niet voor die van een ander. Overigens koester ik persoonlijk een antipathie tegen vampiers en het weinige dat ik met hen te maken heb, zou me er in geen enkel opzicht toe aanzetten hun geheimen prijs te geven.»

Wat maakt Polidori’s vampierverhaal zo bijzonder? Polidori, mislukt arts en auteur, aangesteld als Byrons lijfarts en reisgezel, had al snel ruzie gekregen met zijn egoma niakale baas. Ivo Gay geeft het aan: Polidori entte de vampier — een groot versierder, reiziger en aristocraat — op zijn baas. In zijn boek gebruikt Polidori als decor plekken waar hij met Byron is geweest. Gay had er ook nog op kunnen wijzen dat de naam Lord Ruthven, die Polidori in de eerste versie voor zijn vampier gebruikt, geen toevallige is. Die naam was al eens eerder gebruikt voor Byron, namelijk in de roman Glenarvon van Lady Caroline Lamb. Geïnspireerd door agitatie of obsessie met zijn baas legt Polidori vervolgens met zijn vampier wel een blauwdruk voor de vampierroman. Zijn The Vampyre is een heerlijk huiveringwekkend verhaal geworden. Niet dat Polidori een erg begaafd schrijver is; regelmatig verzanden zijn hoogromantische gevoelens in nodeloze uitweidingen. Bijvoorbeeld wanneer hij over de Griekse schone waar zijn hoofdpersoon voor valt, schrijft: «Als ze danste op het veld of huppelde door de bergen, vormde de gazelle slechts een armzalige afspiegeling van haar schoonheid, want wie zou haar ogen, haar levendige blik hebben willen ruilen voor de lome, wellustige blik van dit dier dat slechts beantwoordt aan de smaak van een genotzuchtig mens.»

Veel, heel veel, waanzinnig veel interpretatieve nonsens heeft de vampiertraditie opgeleverd. Eén motief is kraakhelder en komt ook al bij Polidori voor als hij over zijn vampier schrijft: «Kortom, alle vrouwen die hij ogenschijnlijk vanwege hun deugdzaamheid had opgezocht, hadden sinds zijn vertrek hun masker afgeworpen en waren er niet voor teruggeschrokken zich in al hun slechtheid aan de buitenwereld te tonen.»

Vampiers, dat zijn enge mannen waar onze vrouwen geil van worden.