Seks en de cinema

Film: ‹The Dreamers› van Bernardo Bertolucci (vanaf 1 april)

In één beeld kristalliseert de relatie tussen seks en de cinema: een Parijse jongen masturbeert op zijn knieën voor een foto van Greta Garbo. De jongen is Theo (Louis Garrel), tweelingbroer van Isabelle (Eva Green), die hem tot deze seksdaad had uitgedaagd. Ook een toeschouwer is Matthew (Michael Pitt), een Amerikaanse student.

Isabelle beveelt Theo «het» te doen op dezelfde manier als wanneer hij denkt dat niemand hem ziet. Dat is precies wat er in de bioscoop gebeurt: alleen in het donker kijken en begeren en in vervoering raken. Dat lukt bij The Dreamers, de nieuwe film van Bernardo Bertolucci.

Als achtergrond dient het romantische, gevaarlijke Parijs van 1968: het gedwongen ontslag van Henri Langlois, directeur van de legendarische Cinematheque Français, gevolgd door brandbommen, barricades en gewelddadige politieacties om de vrede te herstellen. De studenten Theo, Isabelle en Matthew snuiven de creativiteit in de lucht op. Dit is de glorietijd van de filmgoden: Jean-Luc Godard, François Truffaut, Jacques Rivette. En hun helden: Fred Astaire, Greta Garbo, Marlene Dietrich, Nicholas Ray (over wie Godard schreef: «Hij is cinema») en Samuel Fuller, de geniale regisseur van Shock Corridor en Naked Kiss.

Bertolucci vult zijn film met citaten, en de intertekstualiteit is bepalend. In een wonderschoon moment transformeert Isabelle tot Jean Seberg die in Godards A bout de souffle (1959) kranten verkoopt. Het mooie is dat Bertolucci de scène uit Godards film ook laat zien. Zo vervaagt de grens tussen zijn film en Godards klassieker. Sterker, A bout de souffle is er opeens weer, het hele scherm vol. En Jean Seberg leeft! Het meisje, in zwart-wit, op de boulevard. Kortgeknipt, blond haar, lachend, lyrisch roepend, alsof ze het zingt, zo mooi en zo onschuldig: «New York Herald Tribune! New York Herald Tribune!»

Deze referentie laat zien dat The Dreamers vooral niet handelt over het politieke engagement van de babyboomers. Eerder is het, als Bertolucci’s meesterwerk Last Tango in Paris (1972), een allegorie van de cinematografie als revolutionaire kunstvorm. Is Maria Schneider in Last Tango een actrice in zowel Bertolucci’s film als in de film die haar verloofde maakt, in The Dreamers gedragen de personages zich als acteurs in hun favoriete films. Dat is een hoogst modern idee: de mens als filmster in een leven dat als een film is geworden. In dit proces worden Theo, Isabelle en Matthew efemeer en doorschijnend, letterlijk én figuurlijk. Ze zijn vaak naakt; hun mooie lichamen lijken gesculptuurd, onaangetast door de tijd. Ze zijn «dromers» die denken de werkelijkheid naar hun hand te kunnen zetten. Hiertoe creëren ze een eigen «filmset», een romantische tent in het appartement van de ouders van Theo en Isabelle.

Als de ouders onverwacht arriveren, treffen ze het drietal in de tent aan, naakt en slapend. Zonder een woord schrijft de vader een cheque uit, plaatst deze op een stoel bij de tentopening en maakt zich uit de voeten. Als intellectueel staat hij machteloos tegenover de seksuele kracht van de jongeren. En dat is de kern van de film: politiek en engagement zijn zinloos zonder de potente relatie tussen seks, kunst en de verbeelding. Maar er is een keerzijde: wie alleen maar toevlucht zoekt in de droom wereld leeft in een gekkenparadijs. Uit eindelijk ontdekken ook Theo, Isabelle en Matthew dit.