Detour (1945), Ann Savage als Vera en Tom Neal als Al, regie Edgar G. Ulmer © Eye

Vera is het kwaad zelve in Detour (1945). Het boosaardige lot. Ze bespeelt niet alleen de arme sloeber Al (maar natuurlijk: ‘Al’), ze manipuleert de kijker die in dit verhaal geen houvast heeft. De ochtend na de nacht daarvoor google ik haar om de zenuwen te verdrijven. Dat brengt even soelaas: ze was ‘gewoon’ Ann Savage die Vera speelde, en er zijn foto’s van haar uit andere films. Hierop lacht ze. Of werkt ze in de tuin waar de zon schijnt. Maar die blik in zwart-wit kun je geenszins vertrouwen. Ze kijkt schuin naar beneden en naar de kant. Lange wimpers, volle lippen. Wrede lippen.

In Edgar G. Ulmers klassieker doemt ze op vanuit het niets, een lifter die Al (Tom Neal) treft tijdens een autoreis van New York naar Los Angeles. Hij is onderweg naar zijn liefje, maar het noodlot slaat toe. Al was zelf aan het liften toen hij werd opgepikt door ene Haskell. Tijdens de rit komt die te overlijden. Dat gebeurt per ongeluk, maar Al verkeert in de veronderstelling dat hij Haskell heeft vermoord. Gedreven door wanhoop neemt Al de identiteit van Haskell aan en vervolgt hij de reis naar zijn geliefde in Los Angeles. Juist dan pikt hij Vera op, die alles doorziet.

De conventies zijn clichés: de femme fatale, de antiheld, de schaduwrijke mise-en-scène. Maar de klassieke film noir – Detour is een van de beste ooit – blijft fascineren en shockeren, zelfs meer dan neo-noir, de moderne vorm van het genre dat naast de western het meest flexibele is van alle filmvormen. Onlangs publiceerde de website rogerebert.com een artikel over wat de auteur noemt cocaine noir, een subgenre van neo-noir uit de jaren tachtig, films zoals Body Heat (Kathleen Turner verleidt en vernachelt William Hurt) waarin de ‘excessen van die tijd lijnrecht indruisten tegen het vrolijke reaganisme’.

Maar ook al in de klassieke periode, van begin jaren veertig tot eind jaren vijftig, waren de noir-conventies vloeibaar, in Detour, maar bij uitstek in The Hitch-Hiker (1953), een meesterwerk geregisseerd door Ida Lupino. Net zoals in Detour zien we hierin het gevaarlijke landschap, nu nog angstwekkender in het volle zonlicht, waar twee mannen op een uitje naar Mexico een seriemoordenaar een lift geven. Lupino, die als vrouw in het mannelijke Hollywood een aantal uitstekende lowbudgetfilms maakte, focust genadeloos op destructieve, mannelijke woede. En bij haar is er geen femme fatale om de aandacht af te leiden. Zo bracht Lupino film noir terug tot de essentie: wanhopige mensen in de greep van het lot en van hun eigen obsessies. Zo probeert Al in Ulmers Detour het goede te doen. Maar des te meer is hij gedoemd. Romanschrijver James M. Cain definieerde noir midden jaren veertig: ‘Sommige van mijn personages moorden, maar het is geen mysterie waarom ze dat doen. Ze doen het om seks of geld of beide.’

Film Noir: The Dark Side of Hollywood, 1 juli tot 25 augustus, Eye Filmmuseum, Amsterdam