Liefde in tijden van verandering: Oeganda

Seks, God en suikerooms

De nieuwe vrouwelijke stadsbewoners van Oeganda stuiten in hun zoektocht naar liefde en geld op de loodzware verwachtingen van de Afrikaanse traditie van God, gezin en gemeenschap. Het gevolg: een innerlijke strijd die zich uit in heimelijk gedrag.

Medium 42 29766511egypte web

Kampala – Patience (21) speelt de hoer in de vochtige streken van Kampala. Het is vrijdag twee uur ’s nachts als ze nog een sigaret opsteekt in Capital Pub, een broeierige, half verduisterde nachtclub in het uitgaansgebied Kabalagala. Glitterhemden en zweetdruppels weerkaatsen in het flakkerlicht van de zwiepende stroboscoop. Ze blaast haar sigarettenrook uitdagend de lucht in die verder wordt gevuld door stampende hiphop en r uit Jamaica. Haar gele, nauwsluitende jurkje laat haar slanke armen en benen bloot – haar stevige zwarte borsten barsten bijna uit haar bh. ‘Hallo sweetheart, mag ik met je mee?’ pruilt Patience nadat ze de blik van de blanke heeft gevangen en op hem af is gestapt. Haar borsten schuren tegen zijn buik terwijl zij, om boven de muziek uit te komen, haar felrode lippen tegen zijn oor drukt.

Meegaan? Sorry, dat zit er niet in, het is al laat, tijd om te gaan – maar hier is mijn nummer, bel morgen vooral.

Twee dagen later blijkt de inschatting juist: Patience is helemaal geen hoer. Tenminste, het zit een stuk ingewikkelder.

Patience studeert rechten aan Uganda Christian University, een door de Anglicaanse kerk gerunde instelling in Mukono, een voorstad van Kampala. ‘Kijk, hier is mijn inschrijfbewijs. Ik wil advocaat worden. Waarom ik vroeg of ik met je mee mocht? Omdat ik je aantrekkelijk vind. En ik moet mijn mastersopleiding nog betalen. Genoeg gehoord zo? Weet je zeker dan dat ik je niet nog weer eens zie?’

Vrouwen zoals Patience zijn in Oeganda net zo overvloedig als de zon. Jonge vrouwen die hun lijf en de belofte van liefde gebruiken om de studie betaald te krijgen. Om een voldoende te krijgen van de professor. Om gewoon eens naar een écht restaurant te kunnen. Seks en ‘liefde’ als ruilwaar.

De vrouwen zijn te vinden in bars en disco’s in Kampala, de heuvelachtige hoofdstad die beroemd en berucht is om zijn eindeloze nachtleven, in Entebbe met zijn internationale luchthaven en in hotels aan het Victoriameer. Parkeer in het weekend naast de terreinwagens van VN-personeel, ngo-medewerkers, bedrijfsconsulenten en toeristen en zoek ook een stretcher bij het zwembad van het door Kadhafi neergezette Hotel Lake Victoria. Succes verzekerd.

De lokale meisjes zijn vooral blij met de Amerikaanse militairen die in Entebbe bijkomen van hun jacht op Joseph Kony en zijn Verzetsleger van de Heer in de Centraal-Afrikaanse Republiek. De stoere soldaten zijn de hoofdprijs in de paringsdans rond de pool.

De vrouwen zijn ook te vinden op internet, dat in Afrika een opmars doormaakt. En in de krant. ‘Blanke man (35-45) gezocht die aantrekkelijke jonge vrouw wil onderhouden’, luidde een typische oproep onlangs van ‘Sharon (25)’ in boulevardblad Red Pepper.

Beverley Nambozo (37) snapt wel dat jonge vrouwen in Oeganda seks en ‘liefde’ inzetten voor materiële doeleinden. Nambozo is schrijfster en dichteres, haar werk draait om de zoektocht van hedendaagse Oegandese vrouwen naar een eigen stem en positie in een door mannen gedomineerde, behoudzuchtige samenleving. ‘Sommige vrouwen volgen dan wel een studie of hebben een baan’, zegt Nambozo in een koffiebar in Kampala, ‘maar dat vormt nog geen garantie voor financiële zekerheid.’

De toegang tot hoger onderwijs mag dan sterk zijn toegenomen, Oeganda kent geen systeem van studiefinanciering. Geld lenen bij banken is bovendien onbetaalbaar. De economie mag dan – zoals de meeste economieën in Afrika – fors groeien, het aantal Oegandezen met een kredietwaardige baan blijft klein en de aflossingsrente hoog.

Een huis, een auto of een universitaire opleiding: bijna alles moet uit eigen zak en contant worden betaald. Spaarzucht of de baan van je vader blijkt vaak niet genoeg – je vader heeft waarschijnlijk nog vier of vijf andere kinderen om voor te zorgen. Het bestaan blijft vaak dat van de hand in de tand. In zo’n situatie biedt een suggar daddy uitkomst.

Oeganda combineert bovendien een totaal geliberaliseerde economie met een overheid die fraude tot kunst heeft verheven. Van de volledige staatsuitgaven in 2011-2012 werd eenvijfde deel – zo’n 450 miljoen euro – gestolen, misbruikt of op onregelmatige wijze verwerkt, concludeerde Oeganda’s toezichthouder op publieke uitgaven in juni. Politicus ben je in Oeganda om je eigen zakenbelangen te behartigen. De bevolking? Die zoekt het maar uit. Het resultaat is een land waar zelfs de meest basale publieke diensten slecht functioneren en ieder vecht voor zichzelf.

Zoals de slecht betaalde verkeersagent, die ‘een weekend’ opeist – eufemisme voor een bribe. De slecht betaalde arts, die weigert vrouwen in barensnood te helpen als ze niet ter plekke geld neertellen. De slecht betaalde leraar, die niet voor de klas verschijnt omdat hij bijverdient als chauffeur of als sjouwer. Gesjacher, geritsel en geregel. In zo’n financiële overlevingsstrijd hebben vrouwen in elk geval één wapen tot hun beschikking: hun lichaam.

De behoefte in Oeganda om zo snel mogelijk een materieel veilige haven te bereiken, wordt verder gevoed door een chronische onzekerheid over de politieke stabiliteit van het land. Na de onafhankelijkheid van de Britten in 1962 volgden twee donkere decennia onder Milton Obote, Idi Amin en, opnieuw, Obote. Het waren jaren waarin ‘de parel van Afrika’ – de door Winston Churchill gemunte, met trots gedragen bijnaam van Oeganda – verwerd tot een in bloed gedrenkte parel.

Tegenwoordig mag Oeganda dan steviger ogen, het al 27 jaar durende bewind van president Yoweri Museveni blijft een typisch geval van gepersonaliseerd presidentschap, leunend op een steeds repressievere en corruptere kliek. Het leger staat voorlopig aan Museveni’s kant. Maar wie weet wat er ná hem gebeurt?

In deze brede context, zegt schrijfster Nambozo, is het simplistisch om vrouwen zoals Patience af te doen als pure prostituees. Bovendien, zegt ze, spelen er voor veel vrouwen nog andere factoren mee behalve materiële. ‘Het bespelen van mannen geeft Oegandese meisjes ook een gevoel van macht’, stelt Nambozo. ‘Ze zetten zich af tegen de Afrikaanse gewoonte waarin mannen meerdere vrouwen hadden en waarin vrouwen zich gedienstig moesten opstellen. Meisjes proberen indruk op elkaar te maken met meerdere mannen, ze moedigen elkaar zelfs aan.’ Meisjes die zich afzetten door het spel juist te kopiëren.

Openlijke polygamie in Oeganda is op haar retour, in elk geval in de stad waar veelwijverij tegenwoordig nauwelijks nog geaccepteerd wordt en waar het meetronen van meerdere vrouwen domweg te duur is geworden. Maar in plaats daarvan nemen mannen gewoon wisselende minnaressen. Ministers, generaals, muzikanten: het is een publiek geheim.

Patience lijkt te beamen dat dergelijke ‘voorbeelden’ een rol spelen bij haar eigen gedrag. ‘Ik zoek niet alleen blanke mannen omdat die rijk zijn maar ook omdat ze respectvoller met vrouwen omgaan dan onze eigen mannen doen’, zegt ze wanneer ik haar nog eens bel. ‘Van mannen die me respecteren, wil ik er best twee.’

Patience’s vader verliet haar moeder voor een ander toen ze nog een kind was. Van de ene op de andere dag, zonder een woord. Ze nam zich voor dat ze nooit zou eindigen zoals haar moeder: alleen, op het platteland, in the village. Ja, Patience zoekt geld. Maar ze zoekt ook affectie.

Sarah (25) heeft een vergelijkbaar verhaal. Ze verloor haar vader tweeënhalf jaar geleden. Hij was in de jaren zeventig minister en ambassadeur onder Amin. Zijn mooiste herinnering was hoe hij ooit mede-boksfanaat Amin vloerde tijdens een vriendschappelijk potje. Aan geld was in Sarah’s jeugd geen gebrek. Wel aan emotionele aandacht, vooral voor Sarah, de jongste van de vijftien kinderen die haar vader verwekte bij zijn drie vrouwen.

Het begin van haar studieleven aan de gerenommeerde Makerere-universiteit in Kampala werkte voor Sarah bevrijdend. Weg met het verplichte, kortgeschoren kroeshaar van de kostschool – eindelijk naar de kapsalon voor gladgekamd haar! Sarah kon, weg van huis, seks ontdekken. Haar vader had dan drie vrouwen gehad, Sarah jongleerde tegelijkertijd met drie mannen – een Britse journalist, een Duitse econoom en een gefortuneerde Zambiaanse vader die haar meenam op safari in Tanzania. Sarah steekt nu zelfs af en toe een sigaret op – revanche voor een gedicteerde jeugd.

Tegelijkertijd spelen bij Sarah, net als bij Patience, materiële overwegingen mee in haar omgang met mannen. Ja, ze had een financieel comfortabele jeugd en haar vader betaalde haar bachelorsopleiding IT. Maar in zijn laatste jaren raakte haar vader door het geld en het grondbezit heen dat hij bij elkaar had gesprokkeld als minister onder Amin. Hij kon zijn huis in Muyenga, een soort Amsterdam-Zuid van Kampala, niet meer onderhouden. Hij keek machteloos toe hoe lappen van ‘zijn’ grond aan het Victoriameer werden afgepakt. Toen kort voor zijn dood zijn rechteronderbeen moest worden afgezet door suikerziekte smeekte een van zijn vrouwen president Museveni op straat om geld voor de operatie. Verval van een familie in Afrika.

Sarah moest dus ergens anders het geld vandaan halen voor de vervolgcursussen IT die ze nodig had om kans te maken op een goede baan. Het verlies van het familiekapitaal deed haar het belang van een goede baan extra beseffen. Sarah’s lovers boden uitkomst. Zij betaalden haar cursussen. Tegenwoordig werkt Sarah bij een internationaal telecombedrijf.

Schrijfster Nambozo aarzelt om, met betrekking tot vrouwen als Sarah en Patience, te spreken van ‘emancipatie’. Ja, Sarah en Patience gingen naar de universiteit, een stap vooruit vergeleken met hun moeders die niet verder kwamen dan de middelbare school. Sarah en Patience profiteren van de speelruimte die Afrika’s verstedelijking, grotere toegang tot onderwijs en de opmars van moderne communicatiemiddelen bieden – via sms is een afspraakje snel gemaakt. Op de universiteitscampus of in je eigen appartement is er ruimte voor experiment. Ruimte die hun moeders nauwelijks hadden.

Maar, zegt Nambozo, diezelfde keuzevrijheid en prestatiedruk dwingen jonge vrouwen in feite om hun lichaam in te zetten als koopwaar. Hoe verwezenlijken ze anders de mogelijkheden die het moderne bestaan ze biedt? ‘Jonge vrouwen in Oeganda lijken meer voor zichzelf op te komen. Ze zoeken zelf mannen uit, ze worden fysiek ook bevredigd. Maar ze zoeken de mannen óók op om materiële redenen, uit noodzaak. En als je op díe grond meerdere mannen ziet, dan word je niet emotioneel bevredigd. Het is alsof je het doet met een stel machines. Ik geloof niet dat het leidt tot liefde, tot geluk.’

Nambozo ziet haar argument bevestigd door de heimelijke manier waarop vrouwen als Patience en Sarah opereren. Hun ‘vrije’ seksuele gedrag is, paradoxaal, omkleed met leugens en voorwendsels. Ze kunnen zich niet volledig uiten.

Patience vertelt haar moeder niet dat ze haar studie probeert te betalen door in smoezelige nachtclubs te hengelen naar geld. Haar moeder heeft misschien wel een vermoeden, ze weet waarschijnlijk ongeveer wat haar dochters budget is. Maar erover praten? Uitgesloten.

Patience wil niet ingaan op de vraag of haar moeder er het stilzwijgen toe doet omdat ze voor alles wil dat haar kind een studie afrondt en een goede baan vindt – de wens van zoveel Afrikaanse ouders, voor wie kinderen nog altijd gelden als oudedagsvoorziening.

Sarah koos van haar drie genoemde lovers uiteindelijk Engelsman Pete om mee samen te wonen en aan haar moeder voor te stellen. Maar dat het pas geleden uit is gegaan, kan ze onmogelijk opbiechten. De schaamte voor haar familie zou te groot zijn. Want wie eenmaal samenwoont in Oeganda trouwt en krijgt kinderen. Heel simpel. Sarah’s moeder Mary informeerde er pas weer naar. Mary krijgt er op haar beurt kritische vragen over van haar zussen op het platteland bij de grens met Kenia, daar waar de familie vandaan komt en de voorvaderen begraven liggen – daar waar de geesten huizen en de familie-eer bewaakt wordt.

De waarheid vertellen is voor Sarah dus geen optie. Ze doet wat je in zulke situaties doet in Oeganda: een verhaal verzinnen. ‘Ik zal zeggen dat Pete terug moest naar Engeland’, zegt ze. Woonruimte vindt Sarah voorlopig bij een vriendin. Op Facebook heeft ze, stilletjes, haar ‘in a relationship’-status verwijderd.

Sarah en Patience illustreren zo hoe de nieuwe vrouwelijke stadsbewoners van Oeganda in hun zoektocht naar liefde, seks en suikerooms stuiten op de loodzware verwachtingen van de Afrikaanse traditie. Een traditie van God, gezin en gemeenschap waar ze flexibeler mee willen omgaan maar die onontkoombaar blijkt. Het gevolg is vaak een innerlijke strijd die zich uit in omzichtig gedrag. Indirect. Omfloerst. Heimelijk.

‘Oeganda is een natie van schijnheiligen’, constateert schrijfster Nambozo. ‘Ongehuwde seks, seks in ruil voor geld, scheidingen: het gebeurt, en steeds vaker. Maar omdat het niet past in het beeld van onszelf dat we geacht worden in stand te houden, doen we alsof. Wat wij hier doen, is keeping up appearances. Intussen maakt zulke ontkenning de problemen alleen maar groter. Seksuele en emotionele onderdrukking leiden tot list en bedrog, een toestand van iedereen-tegen-iedereen. Het is een van de ergste crises in dit land.’

Een oorzaak van Oeganda’s double speak waar vrouwen als Sarah en Patience onder gebukt gaan – en waar ze tegelijkertijd volop aan meedoen – is volgens Nambozo de koloniale erfenis van Britse vormelijkheid. En: God.

Afgezien van de circa tien procent moslims is Oeganda door en door christelijk. Kampala is ieder jaar het toneel van de grootste katholieke bedevaart van Afrika. Meer dan een miljoen pelgrims vereren bij de basiliek van Namugongo in Kampala de bekeerlingen die op 3 juni 1886 levend werden verbrand door de koning van Buganda, het historische heartland van Oeganda. De koning, de Kabaka, voorzag dat de uit Europa overgebrachte godsdienst zijn positie zou ondermijnen.

Politiek het meest invloedrijk is de Anglicaanse kerk, een erfenis van de Britse bezetting tot 1962. De Anglicaanse kerk, die de universiteit uitbaat waar Patience rechten studeert.

De laatste jaren maakt de uit Amerika overgewaaide evangelisatie een razendsnelle opmars door, met in het kielzog een nog striktere moraal. Oegandezen die de gevestigde kerken beschuldigen van zelfverrijking en plichtsverzuim vinden een nieuw onderkomen in de evangelische kerk met haar individuele band met God, nachtenlange gebedsdiensten en miraculeuze genezingen. Drukke verkeerskruispunten in Kampala zijn het toneel van predikanten die geestdriftig met de bijbel zwaaien richting passanten.

Een van de vele born agains is Mary, de moeder van Sarah. Mary zegde het ‘slappe’ katholicisme vaarwel. Nu preekt ze dag in, dag uit tegen alles en iedereen. Sarah zit daar niet op te wachten maar durft er niet openlijk tegen in te gaan. Bij haar moeder thuis bidt ze mee – voor de schijn. Ze vertelt niet dat ze al lang niet meer naar de kerk gaat. Ze besteedt haar zondagen liever om bij te komen van haar nachtelijke zwerftochten.

Beverley Nambozo noemt het al met al ironisch. Ironisch, dat het christendom, waar tegenwoordig zo’n behoudzucht van uitgaat, zichzelf in het begin in Afrika presenteerde als ‘moderniserende’ kracht. Man-vrouwverhoudingen, seks, lichamelijkheid: in pre-koloniaal Afrika waren het zelden onderwerpen. Ze wáren gewoon. ‘En toen kwam eind negentiende eeuw de kerk uit Europa die onder het mom van “civilisatie” de traditionele Afrikaanse orde afbrak’, zegt Nambozo. ‘De kerk deed onze gewoontes af als achterlijk. De kerk vertelde hoe het moest. En zie: vandaag de dag zijn uitgerekend Afrikanen de grootste aanhangers.’

De ‘moderniserende’ kerk werd paradoxaal genoeg een conservatieve kracht. Nambozo ziet eenzelfde paradox in het debat over homoseksualiteit dat Oeganda een bedenkelijke reputatie heeft opgeleverd sinds in 2009 een wetsvoorstel werd ingediend om homoseksuele activiteiten te bestraffen met de dood. Uit pre-koloniaal Oeganda zijn voorbeelden bekend van seksuele relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Het waren pas de Britten die, door in 1904 het wettelijk huwelijk te introduceren als een zaak tussen een man en een vrouw, homoseksualiteit buiten de orde dreven. Anno nu zijn Oegandese evangelisten de meest rabiate anti-homoactivisten.

Nambozo kan zelf ook meepraten over hoe de druk van kerk en familie zorgt voor verwarring in het domein van liefde en seks. Terwijl een truck met dreunende gospelmuziek langs de koffiebar rijdt, vertelt ze: ‘Ik ging als kind naar een typische christelijke kostschool. “Liefde” bestond niet, er werd ons nooit ook maar iets over verteld. Net als thuis. Het enige wat we hoorden, was: “Do not, do not, do not.” De andere sekse werd niet voorgesteld als een potentiële vriend in het leven maar als een potentieel gevaar, als een tegenstander die er op uit was misbruik van je te maken. Do not express yourself, dát leerden we.’

Nambozo vervolgt: ‘En dan, na de middelbare school, moet je ontdekken hoe liefde en seks werken. Daarnaast heb je ook nog eens geld nodig. Wat volgt, zijn excessen. Meisjes die mannen bespelen en een verstoord gevoelsleven ontwikkelen. Meisjes die per ongeluk een kind krijgen waar niemand het over mag hebben. Meisjes die dan maar gedwongen worden te trouwen, zodat het aanzien van de familie niet wordt geschaad. Maar zo’n schijnhuwelijk werkt natuurlijk ook weer niet.’

Nambozo’s poëzie is erotisch getint. In haar gedicht The Virgin Mary suggereert ze hoe ze als de maagd Maria een kind krijgt. Een ander gedicht heet We Made Love on Mount Elgon, een verwijzing naar de regio van de Bagisu-stam die aan mannenbesnijdenis doet. ‘I tried to kiss his circumcised flesh,/ my lips caused him pain.’

‘Mijn expliciete werk is een verlate uiting van mijn emotionele en seksuele frustratie als jongvolwassene’, zegt ze. ‘Het móest er gewoon uit. Als je openlijk over je gevoelens kunt praten, kun je tot de sterren reiken.’

Inmiddels is Nambozo getrouwd, ze heeft twee kinderen. Ze is lid van Femrite, een vrouwelijk schrijverscollectief in Kampala, dat mede gesubsidieerd wordt door het Prins Claus Fonds. Het bescheiden pand van Femrite, achter een metalen poort langs een doorgaande weg, fungeert als een soort vrijdenkersruimte. Terugkerend thema in het werk van bijna alle schrijfsters is het thema van Nambozo: jonge vrouwen die liefde, seks en relaties ontdekken tegen de achtergrond van de dwingende opvoedingsidealen van kerk, kostschool en familie. De vrouwen van Femrite stippen de onderwerpen aan waar vrouwen als Patience en Sarah in hun dagelijks leven mee worstelen.

Patience en Sarah zijn geen lezers, ze kennen de schrijfsters van Femrite niet. Wel moesten ze, zoals de meeste scholieren in Oeganda, het gedicht Song of Lawino lezen, een tientallen pagina’s lange lamentatie van ‘Lawino’, een vrouw van de Acholi-stam in Noord-Oeganda, over de culturele dood van haar man Ocol. Lawino betreurt Ocols keuze voor het moderne, door de Britten geïntroduceerde stadsleven en Ocols afwijzing van de tradities van de Acholi’s. Lawino heeft er geen problemen mee dat ze schaars gekleed gaat en haar man deelt met co-wives. Het impliciete pleidooi voor herwaardering van Afrikaanse plattelandstradities door Song of Lawino sloeg bij de publicatie in 1972 stevig in. De Britten waren niet lang geleden vertrokken, nú was de tijd voor herontdekking van de eigen wortels. Het gedicht van Okot p’Bitek stimuleerde Oegandezen tot zelfreflectie.

‘Song of Lawino deed me nadenken over waar wij als Afrikanen vandaan komen’, herinnert Sarah zich. ‘We mogen trots zijn op sommige tradities. Verder heb ik er niet veel mee. Je wilt toch niet leven als zo’n Lawino, in een of ander geïsoleerd dorp waar je trouwt op je zestiende, tien kinderen krijgt waarna je man je dumpt?’

Beverley Nambozo herhaalt haar eerdere opmerking dat lichamelijkheid en seks vóór de koloniale tijd niet echt kwesties waren. Op het platteland bestaat nog steeds iets van die mentaliteit, meent ze. ‘Op het platteland in Oeganda is seks vaak vrijer en wilder. Seks begint er eerder omdat het een basaler aspect van het leven is. Het draait om reproductie.’ Toch gelooft ze niet dat de boodschap van Song of Lawino nog realistisch is: ‘Op het platteland mag seks dan relatief vanzelfsprekend zijn, maar juist omdat het gaat om reproductie wordt het emotionele aspect er niet aangemoedigd. Terwijl vrouwen daar wel naar verlangen. Ook op het platteland weten ze onderhand heus wel dat het leven meer kan bieden dan kinderen baren en akkers bewerken. Ze zijn echt niet totaal onwetend.’

Bij Rose Nankya (45) hoef je niet aan te komen met verhalen over de ongecompliceerde verhoudingen tussen mannen en vrouwen in ruraal Oeganda. Voorzover die al bestonden, zijn ze ingehaald door de tijd. Nankya leeft in Bugujju, een dorpje zo’n dertig kilometer buiten Kampala. Ze bleef berooid achter nadat haar man Julius haar vorig jaar definitief verruilde voor de andere vrouw die hij ook al een tijdje zag. Julius zocht het elders omdat Nankya drie misgeboortes had gehad. Ze bezorgde hem geen nageslacht. Tot overmaat van ramp voor Nankya schonk Julius’ andere vrouw hem meteen een tweeling, wat in de lokale Buganda-cultuur geldt als een zegening.

Nankya leende wat geld van haar broer om in Bugujju een winkeltje te openen. Nu sprokkelt ze per maand zo’n zestigduizend shilling (bijna twintig euro) bijeen. Nankya verkoopt alledaagse benodigdheden als rijst, zeep en bier. Frisdrank, plastic teilen en beltegoed. En één flatscreen-tv. Een Afrikaanse winkel van Sinkel. ‘Een man met meerdere vrouwen is niet goed’, zegt ze in de verkoelende schaduw van haar winkeltje. ‘Ja, er bestaat hier op het platteland wel affectie. Maar stabiliteit bereik je met één man en één vrouw.’

Nankya verwerpt desgevraagd het gedrag van vrouwen als Patience en Sarah: ‘Meisjes die meerdere mannen hebben? Ook niet goed. Voor je het weet, krijg je hiv. Die mannen van hen zien ook weer verschillende vrouwen.’

Terug in Kampala zegt Sarah niet bang te zijn voor hiv. ‘Ik gebruik behalve de pil ook condooms, ik ben niet gek. En als een relatie echt serieus wordt, laat ik eerst samen bloed testen.’ Zoals Sarah deed toen ze introk bij Engelsman Pete met wie het inmiddels alweer uit is.

Patience geeft haar eigen draai aan de vraag of zij veilige seks heeft. ‘Bedoel je dat je me toch nog wilt zien?’ sms’t ze terug. ‘Dat zou zo fijn zijn, ik mis je zo erg…’


beeld: Randy Olson / National Geographic Society / Corbis