Seks in de Nederlandse literatuur

Hoe doen ze het in boeken? Ik herinner me nog goed dat ik vroeger in de boeken van mijn ouders de seksscènes opzocht, natuurlijk alleen uit puur literaire belangstelling, ik was er nu eenmaal vroeg bij. Erg veel expliciets was er niet te vinden, al stonden er goede scènes in de boeken van Vicky Baum en Graham Greene, suggestieve scènes heette dat, zie bijvoorbeeld uit Greene’s The Quiet American: ‘To take an Annamite to bed with you is like taking a bird: they twitter and sing on your pillow.’ Wat stelde ik me daarbij precies voor? Gingen meisjes zingen als je met ze naar bed ging? Dat leek me niet de bedoeling, ik nam me voor me dan met heel andere dingen bezig te houden.
De doktersromannetjes en kioskboekjes die ik bij honderden las waren krankzinnig kuis op het gebied van seks. 'Zij kusten elkaar lang’, 'hij klemde haar in zijn armen’, dat was ongeveer het meest prikkelende. Piet Calis besteedt in zijn boek over seks in de literatuur na 1945 jammer genoeg geen aandacht aan de veranderingen die sinds de jaren zestig in dit populaire genre zijn doorgevoerd, hij geeft alleen citaten uit de 'hogere’ literatuur. Terwijl de veranderende seksuele mores juist hier zo mooi zichtbaar zijn. Je hebt in het kioskgenre nog steeds de gewone dokters-, kasteel- en moederboekjes, zonder seks dus, maar tegenwoordig zijn er ook boekjes met halfblote mannen en vrouwen op de kaft. De 'Passiereeks’ van Harlequin/Bouquet heeft per boekje meestal twee, hoogstens drie dampende hetero-seksscènes met alles erop en eraan.
In Gekust door de sjeik van Annie West lezen we op pagina 132: 'Heel geconcentreerd bewoog hij zijn heupen in een perfect ritme. De vlammen in haar binnenste vloeiden samen tot een poel van hete lava, die elke vezel in haar lichaam leek te doordringen.’ Een beetje raar als je het precies leest, maar we weten ongeveer wat ze bedoelt. En verderop komt het hoogtepunt, deze keer in ruimtereisjargon: 'Toen het gebeurde, was het toch nog onverwacht. Het was of ze samen meters hoog het oneindige in schoten en daar in extatische vrijheid ronddraaiden. Na wat een eeuwigheid leek, belandden ze in een innige omhelzing weer op aarde.’ Dit zijn de metaforen waarmee we niet alleen in deze boekjes maar ook in de hogere genres het rijk van de seks betreden: vulkaanuitbarsting, ruimtereis, aardbeving, genotvolle marteling, droom, ontdekkingsreis, vuurwerk, storm op zee, ontploffing, invasieleger. De dagelijkse termen voor de geslachtsdrift ontbreken doelbewust in de kioskliteratuur, wel begrippen als 'harde mannenlijf’, 'erectie’, 'intiemste plekje’, 'vochtig innerlijk’, 'hete vrouwelijkheid’, 'bezitname’ et cetera. In de hogere literatuur zie je overigens vaak genoeg schrijvers ernstig worstelen met de expliciteit van hun beschrijvingen. Hoe ga je het allemaal noemen? Piemel? Lul? Doosje? Kut? 'Hij/zij duwde zijn piemel/haar kut in/tegen haar/zijn kut/lul?’ Problemen te over, ook ik heb er heel wat over getobd.
De seksscène blijft in literatuur een probleem. In literaire pornografie niet, daar gaat het om het effect van het tafereel, de bedoeling is dat lezers er lichamelijk op reageren. De seksscène in pornografie is meestal volstrekt autonoom, in zichzelf gekeerd zou je kunnen zeggen, behalve natuurlijk in pornografie met politieke bedoelingen, waarbij het erom gaat politieke tegenstanders te besmeuren. Zie de schandalige pornografische geschriftjes die in Parijse koffiehuizen rondom 1790 circuleerden over het seksleven van Marie Antoinette. Romanschrijvers willen altijd meer dan een sekstafereel, ze willen door zo'n scène informatie geven over hun personages: hun vervreemding, bevrijding, wanhoop, ondergesneeuwde tederheid et cetera. En daar zetten ze een passende specifieke stijl bij in. Piet Calis geeft bij de vele erotisch getinte citaten uit de Nederlandse literatuur soms aan welke bedoelingen de schrijvers ermee hadden, welke informatie ze probeerden over te dragen. Dan gaat hij, zij het zeer globaal, in op de stilistische en retorische middelen van schrijvers. Zo laat hij bij erotische scènes in het werk van Nanne Tepper zien dat zijn vermenging van een banale en een hoge literaire stijl inzicht moet geven in de gekwelde karakters van zijn personages. Maar hij doet dit helaas veel te weinig, je vindt in zijn boek vrijwel niets over de gehanteerde beeldspraak.
Ik vind dat jammer, maar je kunt Calis er niet hard om aanvallen, hij koos nu eenmaal voor een heel andere opzet. Hij schrijft niet over hoe ze erover schreven, en waarom juist zo, het gaat hem er in hoofdzaak om dat ze erover schreven. Hij wil laten zien dat de ontwikkelingen rondom erotiek en seks in de Nederlandse samenleving na 1945 hun formulering vonden in de Nederlandse literatuur. In zestien hoofdstukken komen allerlei hang-ups aan de orde: de jaren vijftig, de periode voor de pil, masturbatie, verleiding, overspel, huwelijksleven, prostitutie, incest, jonge meisjes, homoseksualiteit, sadomasochisme. Hij start ieder hoofdstuk met een wel zeer globaal overzicht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie in deze periode. Vervolgens illustreert hij die met een stortvloed aan overigens vaak treffende citaten uit de hogere literatuur. Nadeel van deze opzet is dat de maatschappelijke discussie steeds wel erg algemeen is weergegeven. Lange halen gauw thuis: het ging Calis vooral om de citaten die hij handig aan elkaar schrijft. Dus tref je bijvoorbeeld in het stukje over prostitutie de niet erg verrassende zin aan dat het oudste beroep van de wereld niet 'altijd met tegenzin of zelfs dwang uitgeoefend wordt’. En iets verderop dat er rondom prostitutie 'vaak sprake (is) van onverschilligheid, zo niet regelrechte afkeer. Maar zoals we weten: zelfs haat kan met liefde gepaard gaan.’ Allemaal waar natuurlijk, maar wat moet je er verder mee?
Calis heeft sterk de neiging de ontwikkeling van het seksuele debat en het seksuele gedrag in Nederland te zien als een succesvolle reis van het donker naar het licht. Eerst waren we benepen en geremd, maar langzamerhand brak op alle fronten de bevrijding door en wie zich nu nog steeds niet bevrijd heeft van zijn ketenen van schaamte, onderdrukking en benepenheid, zou zich toch echt eens na moeten laten kijken.
In het 'Nawoord’ staat bijvoorbeeld dat er in de periode kort na de wereldoorlog 'in maatschappelijk opzicht talloze barrières waren om vrij van het avontuur van de erotiek te genieten. Veel van die barrières zijn intussen verdwenen.’ En even verderop meent hij dat de 'angst die lange tijd de tweelingzuster van de seksualiteit geweest is’, een forse stap heeft terug gezet. Er is volgens hem grotere vrijheid ontstaan, die betekent 'dat de mensen meer mogelijkheden om te kiezen hebben’. Het valt niet mee het hiermee oneens te zijn, de seksuele bevrijding giert inderdaad met volle stormkracht door alle hoeken en gaten van de maatschappij. Vluchten kan niet meer. Maar soms, als de avond valt, de vogels eindelijk zwijgen en iedereen bevrijd op weg is naar huis en haard, denk ik wel eens dat het al met al mooi was om vroeger op dit gebied totaal onbevrijd in het duister te tasten en dat het wie weet toch beter is al mijn remmingen en schaamtes in het geheim voor eeuwig te blijven koesteren.

PIET CALIS
VENUS IN MINIROK
Meulenhoff, 362 blz., € 19,95