Seks loont niet

In Genève ontmoette ik een paar jaar geleden Michel Jeanneret, literatuurhoogleraar van de oude Europese stempel. Tussen de antieke boekenkasten in zijn werkkamer, met de ramen open naar het statige Parc des Bastions, sprak ik met hem over één onderwerp: keiharde porno.
Jarenlang had deze gesoigneerde heer zich systematisch ingelezen in de goorste smerigheden die ooit van de francofone persen zijn gerold: De Sade, Rabelais, en nog veel vuigere pornografen die de encyclopedieën nooit hebben gehaald.
Zijn ontdekking, uitgewerkt in Éros rebelle luidde: ‘Seks was voor deze schrijvers alleen het vehikel om grotere vragen over de grondslagen van de moraal en het denken aan de orde te stellen.’
Niets nieuws onder de zon, dacht ik toen ik vorige week naar Nova keek. Het ging over de ophef rond het boek Vochtige streken van de Duitse schrijfster Charlotte Roche. Hamvraag: is dit hoogstaande literatuur of ordinaire porno?
Roche zelf beweert de vrouw te willen bevrijden van haar slachtofferrol waar zij sinds de tweede feministische golf in zit. Zij ziet zichzelf als ‘heterofeministe’, die afrekent met het wereldbeeld van de voormalige ‘lesbische feministen’. Een beetje een schematische voorstelling, maar helemaal onzinnig klinkt het niet. Het boek past in de opmars van ‘schaamteloze meisjes’-romans, in Frankrijk bijvoorbeeld vertegenwoordigd door Catherine Millet.
Een toekomstige professor Jeanneret zal onze achterkleinkinderen uitleggen dat deze rebelse schrijfsters seks als vehikel gebruikten voor grotere vragen over moraal en denken. Een nieuwe factor om in die studie te betrekken zijn de torenhoge verkoopcijfers, die de pornografen uit het Franse classicisme nog niet kenden.
In Duitsland zijn er al een miljoen Vochtige streken over de toonbank gegaan, waardoor de verdenking van platte commerciële motieven nooit ver weg is. Vreemd genoeg. Want uit de Nova-reportage begrijp ik dat het boek vooral handelt over aambeien, smegma, tampons en menstruatie. Niet het soort materiaal waar je je genoeglijk bij gaat klaarrukken c.q. -vingeren, of ben ik nu heel ouderwets? ‘Zolang ik kan denken heb ik aambeien’, luidt de openingszin, en deze ‘woekerende bloemkool’ in haar ‘kont’ blijkt een dragend leitmotif te zijn in deze hele roman.
Uit de ophef spreekt nog een ander misverstand, waar ik zelf ook wel eens mee geconfronteerd word. Laatst was ik op een literaire middag in Dordrecht. Verscheidene dames van middelbare leeftijd (ja, wie anders? Ik geloof dat ze gekloond worden voor dit soort evenementen) kwamen een voor een op me af met dezelfde mededeling, alsof het onderling was afgesproken: weliswaar vonden ze mijn boek goed, maar ‘het seksuele’ had ze toch gestoord. Ik reageerde met een Madonna-glimlach, totdat de zoveelste dame met ernstige zorgzaamheid verklaarde: ‘Ik zou je wel willen aanraden om er minder seks in te stoppen. Ik begrijp ook wel dat het moet, omdat het verkoopt, maar…’ Ik liep door. Er bestaan kritieke tolerantiewaarden voor de hoeveelheid adviezen die je op één borrel kunt verwerken.
Om te beginnen ‘stopt’ een auteur niets ‘in’ zijn werk. Een roman is geen kerstpakket. Maar vooruit, dat is beroepsgemopper, zoals koks ervan gruwen te horen dat iemand iets ‘kláármaakt’ in plaats van ‘bereidt’. Kwalijker is de hardnekkige mythe van het sex sells.
Diverse vrienden durfden mijn debuut niet cadeau te doen aan hun moeders en tantes, die toch allemaal tot de categorie behoren die de literatuurmarkt overeind houdt: hoogopgeleide vrouwen van boven de vijftig. Wat al die moeders en tantes wél massaal kopen zijn romans over moeder-dochterrelaties, zusters, ziektes en overige familiedrama’s. (Dat verklaart overigens ook de nogal hilarische gewoonte van uitgevers om buitenlandse titels à la La forza del passato (Sandro Veronesi) slim commercieel te verminken als In de ban van mijn vader.) Toch beschuldigt nooit iemand een schrijver ervan een moeder-dochterband ‘erin’ te hebben ‘gestopt’ om een riantere royaltyafrekening te forceren.
Sex sells? In de bestseller-top-60 van deze week staat geen enkel boek waar de seks vanaf spat. Heel begrijpelijk. In een land met een ongekend aanbod aan peepshows, escortservices, raamprostitutie, internetporno, parenclubs, sekssauna’s en -boerderijen zou het toch wel treurig zijn als je voor je bevrediging afhankelijk zou zijn van boeken. Zoals Gerard Reve, die mooi in het straatje van professor Jeanneret zou passen, ergens terloops opmerkt: ‘Voor pornografie kunt U elders uitstekend terecht.