Seks moet verboden worden

Peter Donkersloot, De zonen van Onan. Uitg. Arbeiderspers, 150 blz., 326,50; Peter van der Ploeg, Volle maan. Uitg. Contact, 181 blz., 336,90 (gebonden); Nachoem Wijnberg, Landschapsseks. Uitg. Bezige Bij, 184 blz., 328,50
‘WAAR BEN JE?’
‘Ik lig op bed.’
‘O. En wat doe je?’
‘Niks. Ik lig een erectie te krijgen.’
‘O. Hoezo?’
‘Nou gewoon. Corinne staat naakt voor de spiegel, namelijk.’
‘O.’

In de slaapkamer, kijkend naar haar ontklede lichaam in de spiegel, constateert Corinne echter dat ze te dik is. ‘Straks is het zomer en dan kan ik geen leuke kleren aan. Laat staan een bikini’, verzucht ze - en besluit daadkrachtig haar uitdijende molligheid een halt toe te roepen. Corinne gaat op dieet.
Dit tot grote schrik van haar vriendje. Vanachter zijn erectie mijmert hij over slappe thee zonder suiker en flauwe crackers zonder kaas. Hij krijgt bange visioenen van dunne armpjes, holle wangen, magere dijtjes en platte billen. Hij hoopt dat Corinnes bevlieging snel weer overgaat. Want zijn grootste angst is natuurlijk dat zijn libido zal lijden onder de magerzucht van zijn gade, dat hij geen erecties meer kan liggen krijgen op bed. Want Corinne is de vrouw die zijn lichamelijke verlangens bevredigt. En ze is prima zoals ze is.
Volgens het achterplat schrijft Peter van der Ploeg 'over uiteenlopende onderwerpen’.
Jammer genoeg loopt er nogal weinig uiteen in zijn debuut Volle maan, afgezien van Corinne. De uitgever noteert: 'Taal en gedachten van zijn personages zijn uiterst karig, maar altijd doeltreffend.’
Juist. Karige taal, karige gedachten, karige levens van karige mensen. En ze hebben karige seks, Corinne en haar vetlievende vriendje tenminste wel:
’“Wat woon je hier leuk”, zei ik, toen de deur openging. Ze was blij me te zien, kuste me driemaal op mijn wangen. Ze had twee parkieten die Bram en Saar heetten. We dronken thee en wisselden beleefdheden uit. Zo zei ik bijvoorbeeld dat ik haar mooi vond, en zij zei dat ze mij ook wel een stuk vond.
“Wil je met me naar bed?” vroeg ze, nadat het even stil was geweest.
“Ja”, zei ik, en we gingen met elkaar naar bed. Daarna dronken we rode wijn.’
Corinne wordt dronken, dronken en geil (mompelt het miezermannetje in zichzelf). Ze laat een harde boer. Haar lebberige lover: 'Ik kwam overeind, krabde kruis en kruin, haalde mijn neus op en zei: “Zullen we dan maar weer?”
“Ja, maar ik ben dronken”, schaterde Corinne. “Als ik dronken ben, ben ik vreselijk in bed.”
“Des te beter”, zei ik, en sleurde haar achter me aan naar de slaapkamer. Mooie billen had ze. Prachtige vollemaansbillen.’
Corinne pist, vloekt, boert en bralt als een bezopen bouwvakker. Kortom, een vrouw met stijl. Net als haar kleffe knulletje. Ze vinden elkaar in een zorgeloze liefdesachtige verhouding. Boerend verklaren ze elkaar hun genegenheid, vloekend geven ze cadeautjes en alles wijst erop dat ze een relatie hebben. Totdat - totdat Corinne gaat lijnen. Rauwkost, wortelsap en plaspillen doen haar volume krimpen. 'Weg dijen. Weg kussenbuikje. Weg verrukkelijke billen. Het was in die tijd dat ik, hoe freudiaans, haar naam met één n begon te spellen. Als ze zo doorging, zat ik straks met Cor opgescheept.’
Ranzige Roeland trekt het niet meer. Dat is toch geen vrouwelijkheid meer? 'Bah. Een vrouw moet billen hebben en ’s ochtends zwarte koffie drinken. Zeuren over te dik zijn maar er niks aan doen. Menstruatiepijnen lijden. Geil worden van te veel wijn. Vet moet van die gulzige kinnen druipen, diepe liesplooien moeten zachtjes zweten. Niet dit slanke reclameleven. Cellulitis wil ik zien en flink wat!’
IN EEN ANDER jongensverhaal van dezelfde schrijver zit een eenzaam verdrietig meisje achter in de joyride-Saab die stoere Willem heeft meegenomen van een feestje van een nymfomane blonde tweeling (dom, dom, dom dat ze zijn! Gelukkig wel 'lekker’ (’“Heb je zin om te neuken?” vroeg ze doodgemoedereerd. “Met mij, bedoel ik?”’ (even tussen haakjes: dacht ik ten tijde van het O.J. Simpson-proces dat mijn haat voor en afkeer van the n-word eindelijk wereldwijde erkenning zou krijgen, bleek het op iets heel anders te slaan (want ik krijg dat nooit over mijn lippen, ik vind het een naargeestig en overbodig woord))). Ze heeft moeilijke emotionele gevoelens van sensibele aard, en de jongen, weer zo'n stoere, simpele, platte jongen (dom, dom, dom dat hij is!) als die cellulitisfetisjist van Corinne, vraagt zich heel even af of hij haar moet troosten.
'Maar ze gaf me geen kans. Ze draaide zich op haar rug, greep haar knieën beet en spreidde haar opgetrokken dijen zo ver ze kon.
“Lik me”, beval ze.
Ik liet het slipje vallen, knielde voor haar neer en stak in extatische verwarring mijn tong naar haar uit.’
Gelukkig. Niks troosten. Niks strelen. Niks omarmen. Nee, gewoon, straight seks. Geen gelul, erop en erover.
In ieder geval bij Peter van der Ploeg, gezien zijn debuut nu al de masturdont van de Nederlandse literatuur. Zijn personages zijn van de 'drie l’s’-familie: lol, luieren en lekkere wijven. Maar hoewel dit boek opvalt door de ongeïnspireerde erecties die als reuzepaddestoelen uit de pagina’s schieten, staat het absoluut niet alleen. In de Nederlandse letteren van vandaag wemelt het van de boeken waarin platte seks een essentiële rol speelt. Of ligt dat nou aan mij?
Na een lange onthouding ben ik een half jaar geleden weer televisie gaan kijken. En de tijden blijken opeens danig te zijn veranderd. Als fervent Jerry Springer-fan is er een wereld voor me opengegaan. Door af en toe - en steeds vaker - te vroeg af te stemmen op de Jerry Springer-zender SBS6, heb ik een ontdekking gedaan. Ik zal wel achterlopen, maar ik begrijp nu dat de wereld stampvol, tot de rand toe vol zit met seks. Echt waar. Ik wist dat niet, seks is nooit zo mijn onderwerp geweest. Maar het is niet langer te ontlopen.
Tien minuten te vroeg gezapt en zeven stellen blote billen tuimelen van links naar rechts door het beeld, frenetiek achterna gezeten door zwiepende roedes van grijpgrage geilaards. Een vrouwentong likt aan een zweepje, een blondine kijkt scheel de camera in, scheurt haar jurk kapot, zegt dat ik haar moet bellen (haar bellen! mama, ik moet die mevrouw bellen die haar jurk kapotscheurt!), en dan wiegen er nieuwe, harige mannenbillen van boven naar beneden door het beeld, achtervolgd door ingeoliede zonnebankdellen, slechts gekleed in stompzinnig gekir.
Het lijkt wel een moderne Nederlandse roman. Daar vliegen tegenwoordig de geslachts- en andere te bedekken delen de lezer om de oren. Neem nou het hoogtepunt in de platte literatuur van het afgelopen jaar, De zonen van Onan van Peter Donkersloot, het terecht zo verguisde debuut dat 1. vijftien jaar te laat is uitgekomen, 2. nog lelijker is dan het omslag al doet vermoeden, en 3. de fantasieloosheid, stupiditeit en platte stompzinnigheid tot zulke grote hoogten voert dat het alleen met een diep schaamrood op de kaken kan worden gelezen. Als de hoofdpersoon tussen alderlei stompzinnig gebral en gezuip door een zogenaamd gevoelige brief wil schrijven aan zijn grote liefde, dan klinkt het zo:
'Voor een schilder heb ik weinig interesse in het lichamelijke. Ik kijk als een vrouw. Ik zie jouw oogjes en wil met je trouwen. Pas daarna, op de tweede plaats dus, komen je prachtige vormen, en op de derde plaats krijg ik pas een harde. Maar dan ook wel een hele harde, dat dient gezegd. Ik zou heel graag je borsten 'ns ontbloten en zoenen. Ik weet zeker dat ze prachtig zijn, mooie droge, blanke tietjes. Niet van die kleffe varkenssnuiten die je vaak hebt bij blonde meisjes, van die onnozele wiegelaars, nee, die van jou zijn, jawel, een beetje mannelijk, ruw, ze kijken je aan. Als ik eraf moet blijven, blijf ik eraf. Ik wil toch alleen maar in je oogjes kijken. Seks is voor de apen.’
SEKS IS van de apen, lijkt het eerder. Het is lange halen, gauw thuis, het is hard en eendimensionaal, het is zielloos en puur fysiek. Dat kan ook Mabel van den Dungen, de Lydia Rood van mijn generatie, als geen ander: 'Ik mag naar je kijken als je je treiterend langzaam uitkleedt, jezelf klaarvingert en zonder zelfs een “welterusten” in slaap valt.’
Niemand zegt meer 'welterusten’. Het heeft er sterk de schijn van dat alle personages die seks bedrijven, strikt het eigen lichamelijke genot nastreven. Niet veel méér.
Alles kan tegenwoordig. Alles mag maar tegenwoordig. En alles moet. Vrijelijk en open praten over seks en erotiek, het lichaam 'lijf’ noemen, en alle delen van het menselijk fysiek maar aanspreken bij hun volkse benaming en nooit niet meer bij hun Latijnse aanduidingen. Alles is gewoon geworden. Help!
De ondergrondse ero-journalisten van de De Groene deden een half jaar geleden uit de doeken hoe kinky seksparty’s voor het merendeel worden bevolkt door de heffe des volks, het plebs dat tot voor kort niets moest hebben van alles wat 'raar’, 'vreemd’, 'extreem’ of onbekend was of rare make-up droeg. Maar nu op televisie mensen 'extreem gaan’ (klemtoon op het eerste woord) is de wereld gekanteld: alle uitersten zijn gedemocratiseerd.
Wat er volgens mij aan de hand is, is dat we onze fantasie aan het verliezen zijn.
De wereld is bijna af. Alles is mega, ultra en ultra plus. Niets is minder dan het beste, het droogste, het mooiste, het snelste, het veiligste, het vrolijkste, het goedkoopste, het stoerste, het uniekste, het jezelfste, dommelschste, alwaysste, omo'ste of pamperste. Binnenkort is het eindpunt bereikt, het punt waarop het niet meer verder kan.
Een ontwerper vertelde eens dat een collega na jaren werken het ultieme espresso-apparaat had gefabriceerd. De designer concludeerde: het espresso-apparaat is klaar. Beter dan dit zal het nooit worden.
Zou het nou echt zo'n rare gedachte zijn dat de wereld nagenoeg af is, net als dat koffieding? Dit is de tijd waarin fantasieën werkelijkheid kunnen worden, en dat ook daadwerkelijk worden. Op tv vertellen drie mensen over hun dolgelukkige bi- of triseksuele leven, hun vlekkeloze ménage à trois, hun glimmend-gelukkige relatie als echtgenoten (het waren twee mannen en een vrouw). Zonder met zijn ogen te knipperen vertelde man 1 - 'Ton’ - dat het heel normaal was om met man 2 - 'Jos’ - en de vrouw - 'Judith’ - tegelijk te vrijen - met kettingzagen, bondage-apparaten, erectievacuümzuigers, borstvergroters, siliconenimplantaten en alles wat de Neckermann-catalogus nog meer kon leveren, want dat was namelijk altijd een fantasie geweest. Hij verbaasde zich in het geheel niet over die transformatie van fantasie naar realiteit. Hij haalde er zijn schouders over op. Het zou juist raar zijn geweest indien zijn verbeelding verbeelding was gebleven.
We leggen ons niet meer neer bij de grenzen waar we ons vroeger overheen moesten dromen. Glimlachend nemen we hindernissen die altijd het verschil bepaalden tussen geluk en ontevredenheid, tussen droom en daad, hoera en helaas. We meten ons het lichaam aan dat we op de cover van de Cosmo zien, we voeren onze gedroomde idiote seksuele hoogstandjes uit, met anderen die in alle openheid hetzelfde doen.
Een van de gevolgen daarvan is dat onze fantasie aan het sterven is. En we missen haar nauwelijks. We hebben niet eens in de gaten dat onze verbeelding onder het stof komt te zitten en langzaam vergruist. Als alles wat je droomt werkelijkheid wordt, zullen je dromen steeds betekenislozer zijn, misschien zelfs lachwekkend.
IN DE NEDERLANDSE literatuur is op het gebied van seks iets dergelijks te ontdekken: een schrijnend gebrek aan variatie, verbeelding, fantasie en scherpzinnigheid.
Missionarissenseks alom, even tussendoor, omdat het even 'moet’. Tepelklemmen vliegen om je oren, pijn is lekker en liefde een achterhaald en ridicuul romantisch begrip. Zo zij het. Maar zelfs lijkt de ambitie afwezig om seks te gebruiken als een middel om lezers te provoceren en op het verkeerde been te zetten. Dat kan ook niet meer, want die lezers zijn nauwelijks te schokken. Je moet wel van zeer goeden huize komen wil het nog opvallen dat je 'iets met seks doet’.
Mijn beste vriend vertelde dat hij de - toch imposante - boekenkast van zijn vader van A tot Z had doorgenomen op seks. 'Van Aafjes tot Wolkers, zeg maar, want na Wolkers kwam er eigenlijk niks meer.’ Hij vroeg zich af of de rechtdoorseks in de literatuur van vandaag misschien terug te voeren was op het lezen van die boeken. Is het vreemd dat wie de scène heeft gelezen waarin Wolkers’ hoofdpersoon een kip aan zijn geslachtsdeel rijgt (denk hier aan the n-word), als hij of zij schrijver wordt, geen erotische scène neer kan zetten waarin een man en een vrouw elkander fysiek beminnen? Als, en dat geldt voor dit land nog steeds, seks tenminste wordt gehanteerd als een middel pour épater la bourgeoisie.
Maar de burgerij is immuun geworden. Ze vindt tegenwoordig zelf de aberraties uit en brengt ze onverbloemd en blijmoedig op televisie. Seks is doodgewoon. Net als drugs, rock 'n’ roll, verre reizen en jongens met eyeliner - alles is gewoon.
Dat spiegelt zich in de literatuur van jonge en nouveau-jonge schrijvers. Daar kunnen zij niets aan doen, dat ligt aan de wereld. Het is echter ook mogelijk om wel te zoeken naar een andere betekenis van seks dan de plat-fysieke. Dat laat bijvoorbeeld Nachoem Wijnberg zien, de dichter, die in zijn eerste prozaboek Landschapsseks op fascinerende wijze een internaat beschrijft waar de leerlingen alle creatieve en erotische vrijheid wordt gelaten. Een groepje jongens en meisjes bestudeert 'pornografische’ afbeeldingen in de Chinese schilderkunst.
De verbindingen die Wijnberg legt tussen pornografie, beeldende kunst en de psychologie zijn uiterst interessant. Hij zoekt naar het wezen van de opwinding, op een bijna klinische manier: 'In pornografie in de stijl van Giotto of Masaccio is duidelijk waar de lichamen zijn, en de toeschouwer kan geen toeschouwer blijven als hij wil aanraken, maar moet in een lichaam kruipen of in een stoel of een lamp, of in het lichaam en de hand en de camera of het schetsboek van de kunstenaar.’
'De toeschouwer kan geen toeschouwer blijven’ - hoe anders is het bij Hans Sahar, Hermine Landvreugd, Ronald Giphart, Joris Moens en vele, vele anderen. En Peter van der Ploeg: 'Over sperma is nog maar weinig geschreven. Ik vind dat niet verwonderlijk. Je zult een stukje als dit tegenkomen op de eerste bladzijde van een boek. Mooi dat je zo'n boek meteen weer weglegt. Vooral als je nog niets gegeten hebt.’
Ik heb nog niets gegeten.
GOEDE SEKS zit tussen je oren, denk ik. Niet meer in boeken. Dat was vroeger, toen het eigenlijk niet mocht. Toen was het nog spannend. Ondanks alle uitbreidingen (SM, biseksualiteit, bestialiteit, necrofilie, multi-groepenseks, eco-erotiek, verenigd-Europees vrijen et cetera) is het er niet bijzonderder op geworden. Hoe meer er mag, hoe gewoner alles is, hoe saaier en voorspelbaarder het wordt. Seks moet verboden worden. Dan gaan schrijvers er misschien weer eens wat anders mee doen dan het zomaar fantasieloos op de pagina kwakken.