Seksenstrijd

Waarom mocht Frits Bolkestein wel Eurocommissaris worden en Winnie Sorgdrager geen Nationaal Ombudsman? Feminien Nederland likt zijn wonden na de zoveelste tegenslag in de mars door de instituties. ‘Vrouwen willen allemaal de koningin spelen, ze helpen elkaar niet.’

FORMEEL ZIJN man en vrouw natuurlijk gelijk op de politieke werkvloer. Maar in de praktijk blijken er toch wel degelijk ver schillen. Deze week viel vooral de discre pantie in het oog tussen het brede volks front dat zich achter de kandidatuur van Frits Bolkestein als Europees commissaris stelde en het ware oproer dat in de Tweede Kamer en daarbuiten uitbrak tegen de voorgenomen benoeming van Winnie Sorgdrager tot landelijk Ombudsman. Inzake Bolkestein was er sprake van een soort nationale eenheid. Traditionele te genstellingen werden even aan de kant ge zet. Zelfs de hoofdredacteur van de Volkskrant, toch geen blad dat bekend staat om zijn affiniteit met de liberale zaak, schreef een warme aanbevelingsbrief aan EC-formateur Prodi. Deze zag zich vervolgens wel gedwongen om de zo eendrachtig naar voren geschoven Hollander aan te nemen, al genoot euroscepticus Bolkestein - zoals Prodi luid en duidelijk liet weten - zeker niet de voorkeur. De benoeming van Bolkestein was uitgegroeid tot een nationale prestigekwestie. Het had maar een haar gescheeld of de gezamenlijke omroepen en commerciëlen hadden er een tv-marathon uitzending aan gewijd. Voor verdeeldheid, of zelfs maar een snufje oud-Hollandse beentjeslichterij was geen plek. De omstan digheid dat Bolkestein, als liberaal ideo loog toch vooral de tamboerier van het na tionale eigenbelang, zich in het verleden regelmatig weinig vleiend uitliet over Brus sel, werd ook door kritische sociaal-demo craten als Paul Scheffer liefdevol onder het tapijt geveegd. Het contrast met de zaak-Sorgdrager had niet groter kunnen zijn. De gewezen minister van Justitie van Paars I leek na een ambteloos jaar eindelijk toe aan een nieuwe functie. Tijdens die verplichte sabbatical schreef ze haar memoires, die onder de titel Een verantwoordelijke minister verleden week verschenen bij uitgeverij De Geus. In dat boek toont Sorgdrager zich redelijk gelouterd door haar vier turbulente jaren als minister. Ze neemt gepaste afstand, somt gedecideerd haar tekortkomingen en die van anderen op, relativeert op overtuigende wijze de greep die een gemiddelde minister op de ambtenaren heeft, filosofeert zelfs vrijelijk over het feit dat zij karakterologisch misschien helemaal niet zo ministeriabel was als ze ooit meende. Kortom, een uniek geschrift, zeker gegeven de omstandigheid dat Nederlandse minis ters - uitgezonderd Ed van Thijn, wiens dagboeken naar verluidt nu in de belang stelling staan van Hollywood - normaal gesproken met geen letter wensen terug te blikken, zeker niet op een loopbaan die à la Sorgdrager geplaveid was met crisis en tragedie. Mr. Winnifred Sorgdrager, sadder and wiser na vier jaar Den Haag, leek klaar voor een nieuw leven. Ze koerste op de functie van Nationaal Ombudsman, een vertrouwensfunctie op de achtergrond waarvoor ze inderdaad geknipt leek. Na een lange periode van wikken en wegen droeg de Tweede-Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken Sorgdrager als eerste op een lijstje van drie voor als de meest geschikte kandidaat. Haar kandidatuur werd onder steund door een zwaarwichtig driemanschap: de vice-president van de Raad van State, de president van de Hoge Raad en de voorzitter van de Algemene Rekenkamer. Zaakje geregeld, zou men dan mogen verwachten, al sputterde het CDA nog wat plichtmatig tegen. Maar wat volgde was een weinig fraai staaltje van stemmingmakerij, met een tweekoppige Judas-sterrenrol voor Paul Rosenmöller en Jan Marijnissen, uitgerekend de politici die voortdurend in de weer zijn met allerhande emancipatoir gedachtengoed. NET ALS DE rest van de oppositie sloten GroenLinks en de SP zich aan bij het door De Hoop Scheffer voorgezongen wolven koor. Sorgdrager, klonk het nu kamer breed vanuit de oppositiebankjes, was te veel ‘aangeschoten wild’ voor zo'n prestigieuze baan als Ombudsman. Ze zou nog 'te veel politica’ zijn, wat helemaal een gotspe is als men bedenkt dat Sorgdrager er drie decennia ervaring op heeft zitten als amb tenaar bij Justitie en als minister nu juist blijk gaf van een fatale a-politieke houding. Sorgdrager, hijgden De Hoop Scheffer, Rosenmöller en Marijnissen elkaar na, was als minister bovendien 'niet onomstreden’, een kwalificatie die in het parlementaire farizeeërstaaltje gelijk staat aan een fatwa. En misschien nog wel de ergste belediging: Sorgdrager was niet geschikt omdat ze als Ombudsman wel eens een dossier voorgelegd zou kunnen krijgen dat betrekking had op haar eigen ministerjaren. In die laatste verwijten zat het meeste venijn, want ze vormden indirect een beschuldiging van zowel politiek amateuris me als frauduleuze tendenzen. (Wie haar memoires gelezen heeft, weet trouwens dat Sorgdrager heel wat dossiers uit haar eigen ministertijd nooit heeft ingezien; dat was juist een deel van haar probleem.) De kritiek klonk extra wrang omdat in het recente verleden bij gelijksoortige zwaarwichtige benoemingen juist altijd wél werd uitgegaan van een soort zelfreinigend vermogen bij ex-bewindslieden. De liberaal Henk Koning werd bijvoorbeeld zonder noemenswaardige kleerscheuren benoemd tot voorzitter van de Algemene Rekenkamer, terwijl deze er als staatssecretaris van Fi nanciën geen probleem in zag om partijge noten als Wibo van der Linden een eindje tegemoet te komen in de afdracht van de inkomstenbelasting. Of neem, meer recent, de benoeming van ex-BVD-baas en ex-opper-procureur Docters van Leeuwen tot commissaris van de beurspolitie. Docters is toch minstens even 'niet onomstreden’ als Sorgdrager, zijn directe opponente in de vuile oorlog op het Openbaar Ministerie die volgde op de IRT-affaire. In een crisisstemming die deed vermoe den dat de Deltawerken het zojuist hadden begeven, vroeg SP-leider Marijnissen een spoeddebat aan over de dreigende benoeming van Sorgdrager tot Ombudsman. De laatste verkoos de zaken niet af te wachten. Nog voordat de parlementaire polemiek over haar voordracht van start kon gaan, liet ze in een kort aangebonden briefje aan kamervoorzitter Van Nieuwenhoven weten dat ze bedankte voor de eer: 'De reden daarvoor is gelegen in het feit dat, in dit stadium van de procedure, de vraag of mijn ministerschap van 1994-1998 een contra-indicatie voor benoeming is, zo indringend wordt opgeworpen’, heette het cryptisch. 'Deze discussie doet afbreuk aan het ambt van Nationaal Ombudsman.’ EXIT WINNIE Sorgdrager. De oppositie toonde zich verrukt. Het CDA sprak van 'een verstandig besluit, dat mevrouw Sorgdrager ongetwijfeld niet gemakkelijk zal zijn gevallen, maar dat goed is voor de functie van Ombudsman’. CDA-kamerlid Wim van der Camp, woordvoerder in de kwestie-Sorgdrager, geeft desgevraagd ruim baan aan een 'enorm gevoel van op luchting’, alsof Nederland zojuist is behoed voor nog een zondeval. 'Het ergste van al les vind ik wel dat Sorgdrager in haar nieuwe boek toegeeft dat ze tijdens de affaire-Van Randwijck eigenlijk had moeten aftreden’, aldus Van der Camp. 'Ik heb me voorgenomen om me in het komende zo merreces eens helemaal in te gaan lezen in die woelige periode van Sorgdragers ministerschap.’ GroenLinks toonde zich even eens verheugd. 'Zo'n positie moet toch boven alle twijfel verheven zijn’, zei Rosenmöller, ook al zo'n omzichtige trap onder de gordel die in vrijwel gelijke bewoordingen was terug te lezen in het hoofdcom mentaar over de kwestie van de Volkskrant, waar eerder de Bolkestein-lobby zo vurig werd ondersteund. Voor Sorgdrager dus niet die genereuze behandeling die Bolkestein ten deel viel in zijn race naar Brussel. Maar waarom eigenlijk niet? Bolkestein is toch ook niet be paald 'onomstreden’. Zijn schimmige activiteiten als zetbaas voor de farmaceutische industrie gingen zelfs heel wat verder dan Sorgdragers onhandige strapatsen met onwillige procureurs en politiechefs. In ieder geval mag worden vastgesteld dat Bolke stein aanzienlijk grotere problemen heeft met het omzeilen van belangenverstrengeling. Ook op personeelsgebied maakte hij minstens even grote schuivers: Sorgdrager deed een hoogst ongelukkige greep met A. Docters van Leeuwen als chef van het Openbaar Ministerie, maar Bolkestein ging daar ruimschoots overheen door de Leidse Horst Wessel-fan Hans van Baalen als campagneleider aan de borst te drukken. In meer of minder feministische kringen is het wel duidelijk waarom Bolkestein het wel en Sorgdrager het niet heeft gered. Bolkestein is een man, en Sorgdrager niet. 'Ik heb me groen en geel zitten ergeren’, zegt Jenny Molier, directrice van Toplink, een door de regering ondersteund bemiddelingsbureau in Den Haag voor vrouwelijke topbestuurders. 'Ik dacht, potverdorie, bij die benoeming van Bolkestein zet ieder een zijn beste beentje voor om te voorkomen dat die man in een spervuur van kritiek terechtkomt, en dan komt er eindelijk eens een meer dan bevredigend gekwalificeerde vrouw langs voor een toppositie, en dan gaat het bij uitgerekend haar zo gigantisch fout. Onbegrijpelijk dat al dat politieke talent bij Paars niet in staat is om zo'n kandidatuur goed te regelen.’ Voor Molier, zelf afkomstig van GroenLinks in Den Haag, staat vast dat Sorgdrager over al die kwaliteiten beschikt die haar tot een goede Ombudsman zouden maken. Politieke onwil werd haar fataal, met als onderliggend motief seksegebonden discriminatie, al zou ze die kwalificatie niet in de mond willen nemen. Molier: 'Je ziet dat mannen via de traditionele old boys networks toch beter in staat zijn om op beslissende momenten in de luwte te blijven.’ TOPLINK-MEDEOPRICHTSTER Liesbeth van den Berg, ex-voorzitter van de JOVD Flevoland, zegt het aanzienlijk minder diplomatiek. De discrepantie tussen de afwikkeling van de kandidaturen van Bolkestein enerzijds en Sorgdrager anderzijds laat bij haar 'een vieze smaak in de mond’ na. 'Sorgdrager is onevenredig hard aangepakt. Als je nagaat over hoeveel bestuurlijke en justitiële ervaring die vrouw beschikt, en dat afzet tegen die overspannen kritiek op haar persoon, dan word je niet vrolijk.’ Sorgdrager heeft haar portie aan Fikkie gegeven omdat ze gewoon geen zin had in nog zo'n rondje spitsroeden lopen, meent Van den Berg. 'Je ziet het op dit niveau te vaak dat vrouwen het toch niet redden om dat ze niet beschikken over netwerken, zo als mannen die wel hebben. Vrouwen willen allemaal de koningin spelen, komen niet voor elkaar op, en dat breekt hen in situaties als deze lelijk op.’ Het lot van de paarse (ex)-bewindsvrouwen stemt Van den Berg sowieso pessimistisch. 'Alleen Jorritsma houdt aardig stand, terwijl ze toch alleen maar een MMS-opleiding heeft en eigenlijk veel te dom is voor Economische Zaken. De rest is toch vooral aangeschoten wild, van mevrouw Borst tot Geke Faber. Ik denk dat de media daar een belangrijke rol in spelen. Vrouwen in de politiek worden gewoon veel harder aangepakt, soms op het seksistische af. Neem nu dat artikel in NRC Handelsblad van afgelopen maandag over Eveline Herfkens. Dat stuk eindigt met een citaat van een oud-leraar die zegt dat Herfkens op het gymnasium anderhalf uur in de gang stond te krijsen omdat ze niet de hoofdrol kreeg in het schooltoneel. Dat soort dingen zie je ze nou nooit over mannen schrijven, alsof die niet even ambitieus zijn. Daarom zie je onder vrouwen in de politiek ook een onevenredig hoog uitvalpercentage. Mannen die falen in de politiek, hoe flagrant soms ook, weten altijd wel iets te regelen, er is altijd wel een eervolle uitweg voor handen om weg te promoveren. Vrouwen lopen zich vaak dood. De enige vrouw in Den Haag die echt goed is in netwerken is Tineke Lodders van het CDA, maar ja, die rookt grote sigaren en houdt van dure auto’s, die is in feite one of the boys.’ Seksediscriminatie is dus blijkbaar nog altijd een factor van belang op de politieke werkvloer. In Een verantwoordelijke minis ter maakt Sorgdrager zelf daar trouwens ook geen geheim van. Een fraai staaltje over ongewenste intimiteiten op topniveau lezen we in het hoofdstuk 'Justitie in Europa’, waar Sorgdrager een bezoek van de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken aan het Spaanse eiland La Gomera in 1995 memoreert. Als Sorgdrager na een vermoeiend programma en een copieus diner tijdens een nachtelijke sessie volksdansen tegen een paal in slaap valt, schrikt zij plots wakker van 'een stem in haar nek’. Een niet bij naam genoemde Duitse collega slaat toe: ’“Das ist ja romantisch ja?”’ Schrijft de gewezen minister: 'O nee, dacht ik, dat niet. Waar is Joris? Maar mijn directeur-generaal stond een eindje verderop wat vermoeid naar beneden te kijken. Ik begon daarom maar te rug te praten. Over de vergadering van de volgende dag. Dat moest toch een behoorlijke afknapper zijn. En dat was het ook. Alleen nog een beetje tactisch manoeuvre ren in de bus, de boot en de bus. Daar was ik al bedreven in geworden in de loop der jaren. Wat dat betreft maken vrouwen wel het een en ander mee. Een ervaring van een van mijn vrouwelijke collega’s in het kabinet sloeg alles: zij was door een Griekse minister, die een onbewoond eiland bezat, ten huwelijk gevraagd.’ Die collega was naar verluidt Milieu-minister Margreet de Boer, die met een beetje fantasie inderdaad wel iets wegheeft van Melina Mercouri, hetgeen haar Griekse collega in vervoering moet hebben gebracht. ONDER DE kaasstolp van het nationale politieke toneel worden dergelijke aanmin nige instincten kennelijk gecompenseerd door een overmaat aan al te kritische beje gening van vrouwelijke bewindslieden. De afgelopen jaren was er in de nationale politiek in ieder geval sprake van bovenmatig vrouwenleed. Het speelde zich met name af in wat je de vierde dimensie van de politiek zou kunnen noemen, de twilight zone, dat niemandsland tussen realiteit en mythe, waar alles in een stroomversnelling komt, dingen spookachtig worden uitvergroot, de ratio er weinig meer toe doet, als er kortom sprake is van crisis. Wie herinnert zich niet het snerpende Berberinnen-gehuil in de Tweede Kamer, waaronder Elske ter Veld en Jeltje van Nieuwenhoven zich in elkaars armen stortten in de bloederige nasleep van de WAO-crisis? Wie staat nog wel eens stil bij de aanvallen van totale vertwijfeling van Elisabeth Schmitz, staatssecretaris van Justitie tegen wil en dank in Paars I? Of, recenter, de implosie van Hanja Maij-Weggen tijdens haar verhoor door de Bijlmer- enquêtecommissie van Theo Meijer? Zo wel Els Borst, Annemarie Jorritsma als Tineke Netelenbos hebben in meer of mindere mate te kampen gehad met de dreiging van politieke sudden death en daaraan gerelateerde aanvallen van acute stress. Maar geen vrouw die het zo zwaar te verduren kreeg als Winnie Sorgdrager, de vrouw die als geen ander pionierde in een mannenbolwerk als het Openbaar Ministerie. Tijdens een eerder bedrijf in het Haagse drama waarin zij als tragische heldin schitterde, nam de Rotterdamse historicus en mediadeskundige Henri Beunders het voor haar op. Volgens Beunders berust de perceptie van vrouwelijke bewindslieden in de pers en bij collega-politici van mannelijke kunne toch vooral op traditionele macho-instincten als het 'Maria Magdalena of Madonna-syndroom’. De pers, gevoelig voor Sorgdragers evidente charmes, hemelde haar bij haar aantreden als minister eerst hemelhoog op met kwalificaties als 'de nimf van paars’, om haar vervolgens veel dieper te laten vallen dan voor een mannelijke collega zou kunnen zijn weggelegd. Net als in de affaire-Lewinksy ging het bij de gezagscrisis op het Openbaar Ministerie, om 'seks en seksestrijd’, aldus Beunders: 'De grote vergissing van de afgelopen decennia is geweest dat deze emancipatie soepel zou verlopen, sekseneutraal als het ware. De gedachte was blijkbaar dat als je dit heftigste proces sinds het ontstaan van het patriarchaat maar net zo eufemistisch uitspreekt als budgetneutraal, de driften wel onder controle te houden zouden zijn. Maar de afgelopen weken hebben weer eens bewezen: hoe meer gelijkheid, hoe meer strijd.’ Het zijn woorden die ruim een jaar later nog niets van hun bijtende actualiteit heb ben verloren, integendeel, nog eens extra zijn versterkt. Ook in de politiek is de vrouw nog steeds 'the nigger of the world’.