Een heel jaar lang had ik de namen van Thierry Baudet en zijn partij aangemerkt als ‘te negeren woorden’. Ze stonden in een kort rijtje dat werd gecompleteerd door ‘Maarten van der Weijden’ en het onsmakelijke woord ‘poeprits’ dat tijdens diens laatste aandachtsrecordpoging opeens overal opdook. Maar toen de implosie van FvD een feit was, ging ik voor de bijl. Ik kon twee weken lang bijna nergens anders aandacht voor opbrengen en keek voor één keer compleet schaamteloos naar iets wat nog het meeste weg had van een verschrikkelijk auto-ongeluk. Om mezelf van deze obsessie te bevrijden keek ik in twee dagen alle negen afleveringen van The Vow, een HBO-documentaire die eerder dit najaar werd uitgezonden.

The Vow vertelt de geschiedenis van NXIVM (spreek uit: nexium), een bedrijfje dat eind jaren negentig begon met het aanbieden van seminars voor persoonlijke en professionele groei en dat twintig jaar later eindigde als dekmantel voor een sex cult. Dat er negen afleveringen van bijna een uur te vullen zijn is mede te danken aan Mark Vicente, een succesvolle filmregisseur die begin deze eeuw in de ban raakte van Keith Raniere, de geestelijk vader van NXIVM. Hij werkte zich op binnen het bedrijf en filmde onderweg alles wat los en vast zat. Pas toen zijn vrouw min of meer letterlijk op de vlucht was geslagen begon hij heel langzaam te begrijpen voor hoeveel zaken die het daglicht niet konden verdragen hij al die jaren zijn ogen had gesloten.

Aanvankelijk lijkt NXIVM vooral op de meest Amerikaans denkbare variant op een piramidespel. Mensen die te horen krijgen dat ze de wereld kunnen verbeteren door aan zichzelf te werken. En dat gaat natuurlijk sneller naarmate ze meer geld aan cursussen uitgeven, en wie binnen het bedrijf wil stijgen op de ladder moet anderen overhalen ook mee te doen. Maar het is de figuur van Keith Raniere die het duistere hart vormt van het verhaal. Een man die ergens halverwege een transformatie van John Lennon naar Charles Manson lijkt te zijn blijven steken. Een man die op elke vraag het antwoord weet en die de mensen om hem heen met speels gemak doet geloven dat hij een van de allerintelligentste wezens op aarde is. Een man die niet zomaar vol bullshit zit en daarmee wegkomt, zoals je aan het begin even geneigd bent te denken, maar een man die op een huiveringwekkende schaal mensen weet te manipuleren. Een man die met mensen speelt alsof hij ze via een joystick bestuurt. Een man die ‘Vanguard’ genoemd wil worden, naar een oud arcadespelletje.

Hoe dun is het ijs waarop ook geprivilegieerde en slimme mensen soms lopen

‘Wie gaat er vrijwillig bij een sekte?!’ roept Mark Vicente op enig moment tegen zijn geliefde en de moeder van een jonge vrouw die ze proberen los te weken uit de armen van Raniere. Het antwoord geeft hij zelf: niemand. En dat is het schokkendste aan het hele verhaal. Dat de mensen die in de ban raken van Raniere stuk voor stuk intelligente en prima functionerende mensen lijken te zijn. Mensen die zoals iedereen op zoek zijn naar geborgenheid en een betekenisvol leven, maar geen mensen die op het punt van breken staan. Het schokkendste is hoe dun het ijs is waarop ook zulke geprivilegieerde en slimme mensen soms lopen, hoe hun natuurlijke beschermingsmechanismen hen in de steek kunnen laten. Ze hoeven alleen maar iemand tegen te komen die weet hoe zulke dingen vakkundig worden ontmanteld: iemand die weet hoe je een persoonlijkheid afbreekt en weer opbouwt, hoe je vrouwen zo ver krijgt dat ze elkaar brandmerken met jouw initialen.

De aangrijpendste scènes zijn die waarin de mensen die zich hebben weten los te wringen in het reine proberen te komen met hun eigen rol. Ze moeten niet zozeer verwerken wat hun is aangedaan, de werkelijke uitdaging is het verwerken van dat waartoe ze zelf in staat bleken: dat wat zij anderen aandeden. De totale ontreddering van iemand die niets dan goed wilde doen en die terugkijkend ziet niets dan kwaad te hebben berokkend, iemand die zichzelf nog niets kan vergeven.

Misschien is dat ook waarnaar ik nog verlang in de golf van reflectie die is losgebarsten na het ineenstorten van de façade die Thierry Baudet zorgvuldig had opgetrokken. GeenStijl publiceerde een lang verhaal over Baudets vrijage met jodenhaat, maar het indrukwekkendste eraan was toch hoezeer het eigen straatje werd schoongeveegd. Mensen die al jaren waarschuwden voor zijn gedachtegoed werd zelfs verweten dat ze het doen van systematisch onderzoek hadden bemoeilijkt.

Dat van de talkshows op dit vlak niets hoeft te worden verwacht is duidelijk. Entertainment verdraagt geen introspectie. Maar ik hoop dat de ene krant nog eens nadenkt over de vraag waarom er destijds geen Divibokaal voor nodig was om de lat voor die lekker uitgesproken rechtse jongen op de opiniepagina zichtbaar zoveel lager te leggen. En dat de andere krant nog eens achter het oor krabt voordat er weer een dubieuze politicus met glamourfoto’s in het magazine wordt gezet. Als ik een derde was zou ik wellicht een hijgerige reportage van de parlementaire redactie nog eens tegen het licht houden. En, vooruit, als ik een weekblad was zou ik misschien het verhaal over de romantische conservatief met incorrecte neigingen nog eens teruglezen en me afvragen of ik hem had moeten geloven toen hij zei: lees mijn boeken, de rest is ruis.