Een jaar gemeentebordeel

Sekswerkers met een raad van bestuur

My Red Light in Amsterdam is het bordeel dat het anders wil doen: sekswerkers empoweren, licht opsteken in een duistere wereld. Een jaar na opening loopt het tegen de grenzen van de realiteit aan.

In het particuliere prostitutiemuseum aan de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam, Red Light Secrets, wandelt de bezoeker door een voormalig bordeel. Een berucht bordeel, want hier werd op oudejaarsdag 1956 de Chinese Annie dood in haar kamer aangetroffen, een onopgeloste zaak. De schimmigheid die het beroep van oudsher omringt drijft een constante stroom nieuwsgierige bezoekers door de schaars verlichte en benauwde ruimtes. Via de audiotour deelt een sekswerker prikkelende persoonlijke ervaringen en aan de muren worden via een reeks ‘geheime’ vragen ontnuchterende feiten over het vak verteld. Over seks en inkomsten maar ook over geweld en mensenhandel. En waarom eigenlijk rood licht? Het geeft de huid een mooie gloed, maar diende oorspronkelijk ter maskering van tekenen van seksueel overdraagbare ziekten.

Hoogtepunt van het bezoek is de ruimte aan de raamzijde van het pand. Daar kun je zelf plaatsnemen op een kruk en lonken naar de mensenmassa op de gracht. Aan de muur hangen tien tips om een succesvolle prostituee te zijn (tip 2: vrolijk zijn; mannen geven niet graag geld uit aan een humeurige dame). Aan de overkant van het water zie je ‘collega’s’ aan het werk en aan de andere kant van de brug ook een aantal ramen die toebehoren aan wat bekend staat als het ‘gemeentebordeel’. Ook daar draaien de vrouwen achter het raam, ook daar schijnt een helderrood licht, maar geheimen worden er niet verdoezeld. My Red Light staat een radicale transparantie voor. En hangt, zo nodig, de vuile was van de sector buiten.

My Red Light is opgericht als een raamexploitatiebedrijf dat gerund wordt door sekswerkers zelf, een revolutionair concept, een Europese en misschien zelfs wereldprimeur. Het initiatief kwam vanuit de gemeente Amsterdam in de periode dat die zich bezon op het prostitutiebeleid. Speerpunten daarin waren misstanden in de prostitutiebranche aanpakken en de positie van sekswerkers verbeteren, en een bordeel in handen van sekswerkers zélf ving twee vliegen in één klap. Ze zouden zelf hun werktijden en arbeidsomstandigheden kunnen bepalen en tegelijkertijd hun ondernemersvaardigheden vergroten. Geen schimmige praktijk, maar een plek waar een legaal beroep op eerlijke wijze uitgeoefend kon worden. Pooiers en andere uitbuiters stonden dan eindelijk buitenspel.

Uit gesprekken met sekswerkers bleek overigens dat zij zelfbeheer niet als oplossing voor het bestrijden van gedwongen sekswerk zagen. Dat punt werd in het onderzoek opgetekend in een rijtje met ‘onrealistische’ effecten. Wellicht dat signalen van dwang en uitbuiting eerder konden worden opgepikt, maar voorkomen zat er niet in.

In mei 2017 ging My Red Light van start met veertien ramen verdeeld over vier panden in het Wallengebied. In de volksmond was het meteen het gemeentebordeel, met burgemeester Van der Laan als kwartiermaker, maar de gemeente speelde nadrukkelijk geen rol in de exploitatie, trad alleen op als vergunningverlener, toezichthouder en handhaver. My Red Light is een stichting met een raad van bestuur, een raad van toezicht met (ervarings)deskundigen onder wie Marieke de Ridder, Lyle Muns en René Craemer, en een raad van advies, waar sekswerkers die een raam huren bij My Red Light kunnen meepraten over beleid en besteding van eventuele winst. Het verlangen werd uitgesproken om, op termijn, een echte coöperatie van sekswerkers te worden.

De loftrompet werd bij de opening gestoken over de idealen, over de luxe kamers die waren ontworpen door een architect in samenwerking met sekswerkers, over dat er was gesproken mét hen in plaats van over hun rug. Er was belangstelling vanuit de hele wereld. Tegelijkertijd was er scepsis en klonk soms kritiek, ook van belangenvereniging Proud. Het bleef gewoon een bordeel. En een jaar na de opening verscheen het bericht dat het bordeel in zwaar weer verkeerde. Ten onder dreigde te gaan aan de regelgeving in de branche, mogelijk zou moeten sluiten. Het is daarmee, zou je kunnen zeggen, als experiment in transparantie binnen een jaar al geslaagd.

Het is een donderdagavond in juli en op de eerste verdieping van het pand aan de Boomsteeg komt de raad van advies bijeen in de huiskamer. Op de tweede etage bevindt zich het kantoor, maar dit is de plek waar sekswerkers en leidinggevenden elkaar informeel kunnen treffen. Er staan een keukenblok, een tafel met snacks en een comfortabele bank met stoelen. Plaats nemen de drie bestuurders, van wie Justine Le Clercq en Marcel Heyman in de openbaarheid treden. Le Clercq is literair schrijfster, Heyman onder meer betrokken bij vrijwilligersinitiatief Pink Terrorists. Ze hebben een achtergrond in sekswerk. En er zijn deze avond zes sekswerkers, vijf jonge vrouwen uit Roemenië en een afkomstig uit Bulgarije. Er wordt op informele wijze nuttige informatie gedeeld, in het Engels en onderling in het Roemeens. De bestuursleden vertellen over de conferentie Sekswerk en geweld naar aanleiding van een onderzoek door Proud en Aidsfonds – Soa Aids Nederland die ze bijwoonden. De vrouwen wisselen ervaringen uit, beklagen zich over de klandizie van de afgelopen tijd. En geweld? Soms, met deze toeristen moeten ze al ruzie maken over vijftig euro. Een prijslijst aan het raam zou mogelijk uitkomst bieden. De vrouwen roken van hun vaporizers en delen vakantieplannen. Parijs, Milaan.

Er zijn naast mijzelf nog twee speciale gasten deze avond. Eerst komt een kunstenaar langs met een vlammend betoog over eigenwaarde en een potentieel lucratief idee voor gepersonaliseerde merchandise. Voor het tweede bezoek gaan we naar beneden, naar buiten, waar een man en vrouw net met een steekkar de Boomsteeg in rijden. Uit een grote doos komt een schaars geklede vrouw, een levensechte doll. Ze wordt een van de grotere peeskamers binnen getild, op het bed gezet en onder de nodige hilariteit geven haar begeleiders dan een demonstratie van haar kunnen. Na afloop gaat de pop mee met een van de sekswerkers, ze tilt haar op een kruk voor haar raam. Ze wil haar wel proberen, ze schijnt een hit te zijn in bordelen in Duitsland.

Terug in het pand komen sekswerkers af en aan de sleutel van hun kamer ophalen van kantoor. Ze wensen elkaar een goede shift. Le Clercq spreekt een vrouw aan, ze ziet bleek, vraagt haar of alles goed gaat. Alles goed, ze moet nodig naar het strand. Samen met Le Clercq en het derde bestuurslid schuif ik nog aan in de huiskamer. Er is een urgente zaak.

‘Het beleid drúipt van het moralisme. Het gaat nooit over sekswerkers als onafhankelijke zelfstandige ondernemers’

Begin van dit jaar trad My Red Light voor het eerst naar buiten met felle kritiek op de gemeente. Het project, zoals ze het bordeel structureel noemen, is ‘onuitvoerbaar’ met de huidige regelgeving, vertelde Le Clercq aan Het Parool. Vlak voor de opening, toen alles gereed was, werd het bedrijfsplan, en daarmee de vergunning, door de gemeente afgekeurd omdat er gerekend was op inkomsten van ‘thuiswerkers’: mensen die overdag een kamer huren om klanten te ontvangen die ze werven via bijvoorbeeld sociale media. Maar volgens de huidige regelgeving is dan sprake van een ‘prostitutiehotel’, en exploitatie daarvan is verboden. Absurd, aldus Le Clercq, het idee dat je alleen een klant mag werven via een raam is niet in lijn met de realiteit. Wat denk ik dat al die vrouwen zitten te doen op hun telefoon achter het raam?

Toen die inkomsten waren geschrapt werd de vergunning alsnog verleend, maar nog geen jaar na de opening moest My Red Light de ramen overdag voor een aantal maanden sluiten, omdat het bordeel deze niet voldoende verhuurd kreeg. Een trend overigens op de Wallen, waar het overdag stil is. Andere tegenslagen waren de screening van sekswerkers die in de organisatie van My Red Light wilden werken, die te streng zou zijn voor de praktijk van deze sector en waardoor sekswerkers als medewerkers geweigerd moesten worden, en een twist over het aantal keer dat de sekswerkers de politie zouden hebben gebeld. Maar nu ligt er een kwestie van alarmerender aard: een melding ‘vermoeden dwang/mensenhandel’, de derde in het korte bestaan van My Red Light.

De bestuursleden moeten ervan zuchten, van het vooruitzicht van de procedure en de mogelijke consequenties voor hun bedrijfsvoering. Na de eerste keer kregen ze van de gemeente een voorlopige dwangsom van 25.000 euro opgelegd omdat de melding niet correct was uitgevoerd, er niet gehandeld was volgens de Prostitutiebepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening (apv). Dat is de belangrijkste set regels waar de gemeente het verlenen van een vergunning aan een exploitant op baseert, regels die in de visie van het bestuur ook op dit punt onuitvoerbaar zijn. De regel is dat een exploitant moet bellen wanneer deze iets waarneemt, maar wanneer is dat? In dit geval waren ze ‘te laat’. Le Clercq: ‘Als wij nu zeggen: dat meisje ziet bleek, dan moet ik nu de politie bellen.’ En dan kunnen ze de hele dag wel gaan bellen. Zij doen pas een melding als er gerede vermoedens zijn vanuit hun expertise en op basis van verschillende signalen waarvan je kunt zeggen: dat is een reden. ‘Vergis je niet, een melding achter de naam van een meisje is voor het leven.’

Een schaars geklede vrouw, een levensechte doll, wordt op het bed gezet en onder hilariteit geven haar begeleiders een demonstratie van haar kunnen

De tweede melding werd wel correct uitgevoerd. Ze belden de politie, informeerden prostitutie- en gezondheidscentrum P&G292, de raad van toezicht. De politie ging op onderzoek en deed een ronde langs andere exploitanten, met wie My Red Light op goede voet staat, informeerde naar de vrouw in kwestie en polste het vermoeden van dwang. En toen zouden die exploitanten hebben gezegd: wat een onzin, er is niets aan de hand met haar. Le Clercq: ‘Logisch: meestal heeft zo’n meisje ook al bij hen gewerkt, want die meisjes shoppen. Je moet weten dat andere exploitanten liever niet melden, want melden is een bedrijfsrisico.’

De vrouw in kwestie werd zelf ook benaderd, op zich een correcte handeling volgens de bestuursleden, maar het resultaat was dat ze meteen bij een raam verderop werkte. En toen helemaal van het toneel verdween. En My Red Light zelf ‘op het matje’ moest komen bij de gemeente, afdeling vergunningverlening. En het gesprek volgens hen opnieuw ging over de correctheid van hun handelen.

De nieuwe zaak is een grote, een die betrekking heeft op drie vrouwen van My Red Light, een vrouw van de overkant en twee die om hen heen hangen. Een ‘heel vervelende’ melding, die ze zo correct mogelijk hebben uitgevoerd.

Buiten gaat een scooteralarm af, een luidruchtige groep Engelsen maakt problemen. Le Clercq stormt de trap af en jaagt ze de steeg uit. ‘Get off my property!’

Het was een rumoerige zomer op de Wallen. De ombudsman luidde de noodklok over wetteloosheid en geldstromen in de onderwereld. De Amsterdamse rekenkamer bracht een rapport uit over Project 1012, het grote plan van de gemeente om het Wallengebied op te schonen, en concludeerde dat criminele activiteiten niet zijn verdwenen maar ‘heimelijker’ zijn geworden. Meer dan honderd prostitutieramen werden gesloten en dat heeft volgens de rekenkamer niet alleen een negatief effect gehad op de positie van sekswerkers, ‘het meer overzichtelijk maken van de raamprostitutie [heeft] er niet toe geleid dat er ook daadwerkelijk meer zicht is gekomen op mensenhandel’. De rekenkamer heeft de indruk dat mensenhandel nog regelmatig voorkomt, baseert zich daarvoor op recente Amsterdamse strafzaken, maar weet het fijne er niet van. Het vermoeden is bovendien ‘dat de raamexploitanten geen actieve rol spelen bij mensenhandel, maar niemand weet dit echt zeker’. Tot op zekere hoogte vindt de rekenkamer het gebrekkige zicht op raamprostitutie begrijpelijk, maar de overheid handelt daardoor ‘met een blinddoek voor’. Er wordt gewezen op de onnodige stigmatisering van sekswerkers die met al die onduidelijkheid gepaard gaat.

We weten het niet. Onderzoeken geven cijfers van dwang in Amsterdam die uiteenlopen van acht tot negentig procent. De rekenkamer hoorde in haar onderzoek schattingen tussen vijf en zeventig procent. Cijfers van de ene partij worden door de andere tegengesproken, methodes betwist.

We weten het niet, maar wat we wel weten is dat de gemeente Amsterdam er bezorgd om is. In 2012 ging het vijfjarige Programma Prostitutie van start om misstanden aan te pakken, en de misstand die als eerste genoemd wordt, is mensenhandel. Het leidde in 2013 tot een aanscherping van de verordening. De minimumleeftijd voor sekswerkers ging omhoog, van 18 naar 21 (landelijk is het nog 18) en er kwamen sluitingstijden voor het bordeel, dat nu tussen zes en acht uur in de ochtend gesloten moet zijn.

Maar de belangrijkste wijziging kwam voor de raamverhuurder, die een grotere verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen binnen het vergunde bordeel kreeg, een scherper oog moest houden op de sekswerker. Hoe de exploitant zorg draagt ten aanzien van ‘de hygiëne, de gezondheid, het zelfbeschikkingsrecht, de zelfredzaamheid, de veiligheid en de arbeidsomstandigheden van de in het bedrijf werkzame prostituees, alsmede de veiligheid en de gezondheid van klanten’, moest vanaf nu blijken uit een bedrijfsplan. Als verplichting aan de exploitant wordt gesteld dat er ‘in het prostitutiebedrijf geen prostituees werkzaam zijn die slachtoffer zijn van mensenhandel of van andere vormen van uitbuiting’. Met de sekswerkers moet de exploitant een intakegesprek voeren om te bepalen dat zij ‘voldoende zelfredzaam’ zijn en ‘vermoedens van mensenhandel of andere vormen van uitbuiting’ dienen te worden gemeld bij de politie. Wat die vermoedens mogen of moeten zijn, wordt niet gespecificeerd. Er bestaat geen verplichte opleiding voor – wel kunnen misstappen op dit terrein grond zijn voor het intrekken van een vergunning.

Ook moet er meer toezicht worden gehouden. Er zijn een zevental ‘mogelijke signalen van dwang en/of uitbuiting’ in de regels te vinden. ‘Hangen er personen rond op straat wanneer bepaalde prostituees werken?’ ‘Zien de in het bedrijf werkzame prostituees er gezond uit? Zijn er tekenen van mishandeling of ziekte?’ En: ‘Vertonen de in het bedrijf werkzame prostituees tekenen van vermoeidheid, spanning of angst?’

Een maand later tref ik de bestuursleden opnieuw in de Boomsteeg tijdens hun wekelijkse bestuursvergadering. Heyman noemt de regelgeving subjectief, een systeem dat leunt op ‘vermoedens’ die, wanneer niet juist geïnterpreteerd, als een boemerang op de exploitant terugslaan. Voor de gemeente lijkt het zwaartepunt bij de procedure te liggen, in plaats van bij de eventuele slachtoffers van mensenhandel. ‘En die procedure is zo ondoorzichtig, want het gaat over “vermoedens” en een vermoeden is er nooit zomaar. Een vermoeden ontstáát, door een opeenstapeling van situaties.’

Als voorbeeld doen de bestuurders verslag van de grote melding eerder deze zomer. Een beheerder zag een van de vrouwen van My Red Light, die die dag had afgebeld wegens vermoeidheid, op de Wallen lopen met een man die bij verschillende ramen steeds kort naar binnen ging. Zeker geen klant, mogelijk iemand die geld bij de vrouwen kwam innen, ook bij dames van My Red Light. Andere incidenten kwamen door deze observatie in een ander daglicht te staan. De vrouw die op gesprek kwam, pas twee dagen in Amsterdam was en al precies wist welke kamers ze wel en niet wilde. Een vrouw bij wie de man naar binnen was gegaan die al eens in een juridische procedure van mensenhandel verzeild was geraakt. De constatering dat al deze vrouwen uit Bulgarije kwamen, en bij nazoeken in de computer uit hetzelfde dorp. Le Clercq: ‘Toen dachten we: dit is genoeg informatie om een melding te doen. Maar eigenlijk weten we dan nog niks.’

Een sekswerker, benadrukken de bestuursleden, is een onafhankelijke, zelfstandige ondernemer en de rechten en plichten moeten concreet zijn. Daar mogen geen vaagheden in staan, regels die openstaan voor interpretatie. Maar zijn de signalen van dwang niet ook vaag en moeilijk als definities vast te leggen? ‘Ja, maar leg dan niet de verantwoordelijkheid bij de exploitanten.’

De telefoon gaat, Heyman heeft dienst en neemt op met: ‘Koffie?’ Dan schuift hij twee Tupperware-bakjes in de magnetron en brengt de maaltijden even later naar een raam.

‘Er zijn allerlei wereldjes: in de ene komt mensenhandel helemaal niet voor en in de andere alleen maar. En dan heb je nog de tussenwereldjes’

Ondertussen was er een vierde zaak, een vrouw van een ander kantoor die zelf bekend had gedwongen te werken, een zeldzaamheid. De politie werd gebeld door My Red Light, maar beschikte die avond niet over de juiste capaciteit en door een technisch mankement kwam de melding te laat bij het Prostitutieteam. Le Clercq verscheen met klare taal voor de camera van AT5. Maar de vrouw was al gevlogen.

De regels lijken erop gericht een probleem aan te pakken waarvan niemand de omvang kent. In het Programma Prostitutie onderschrijft de gemeente de moeilijkheid van het formuleren van een doelstelling bij gebrek aan cijfers. Daarom werd gekozen voor een ‘procesdoelstelling’, een ambitie niet in cijfers maar in aanpak, maar in de visie van My Red Light ligt die aanpak nog ver af van de werkelijkheid. Heyman gelooft dat iedereen de juiste intentie heeft, maar: ‘Er zit een enorme discrepantie tussen wat de politie wil en kan, wat de gemeente doet en wat de realiteit is van het werk.’

‘Vertonen de in het bedrijf werkzame prostituees tekenen van vermoeidheid, spanning of angst?’

Het bestuur liep zelf het afgelopen jaar ook tegen die realiteit aan. Le Clercq verkondigde in het televisieprogramma Filemon op de Wallen vorig jaar nog dat hier geen mensenhandel bestond, daar is ze nu van teruggekomen. ‘In de prostitutie waar ik in mijn leven mee te maken heb gehad, bestond het haast niet. Er was wel eens een vervelende pooier, maar dat was minimaal. Op de Wallen heb ik ontdekt dat dat naïef van me was. Dat er allerlei wereldjes zijn: in de ene komt mensenhandel helemaal niet voor en in de andere alleen maar. En dan heb je nog de tussenwereldjes.’

Waar alle bestuursleden mee kampen is de ervaring van hoogopgeleid en white-privileged zijn, maar als raamexploitanten niet langer een serieuze gesprekspartner. Le Clercq: ‘Marcel had het altijd over het “stigma” en ik deed daar een beetje laatdunkend over, maar inmiddels heb ik ervaren hoe het is als je niet serieus wordt genomen.’ Heyman vult aan: ‘Ook al zou er helemaal niets met een melding worden gedaan, dan heeft een exploitant tenminste een signaleringsfunctie die heel waardevol kan zijn voor de gemeente. Wat ze nu doen is alle exploitanten zo afschrikken dat er niet meer wordt gemeld.’

Over de vraag in hoeverre misstanden eigen zijn aan het beroep doen verschillende visies de ronde. Branche-eigen is de schimmigheid, het werken in het donker, de anonimiteit van sekswerker en klant. Er lijkt geen zicht op de omstandigheden van de vele buitenlandse vrouwen die zich in Amsterdam bij een exploitant melden. Signaleren is een optelsom van. Je bent altijd te laat.

Tel daar de moraal bij op, die werkt als een bril met vettige glazen. Je vecht niet tegen feiten, maar tegen moraal, hoor ik de bestuursleden een aantal keer zeggen. Sekswerk is, mits vergund, sinds de afschaffing van het bordeelverbod in 2000 een legaal, maar geen normaal beroep. Er bestaan tal van preventie- en uitstapprogramma’s voor. Heyman: ‘Het beleid drúipt van het moralisme. Als het over sekswerk gaat, gaat het meteen over criminaliteit, mensenhandel, uitbuiting, slachtofferschap. Het gaat nooit over sekswerkers als onafhankelijke zelfstandige ondernemers. Er zijn sinds de legalisatie eisen gesteld, maar geen voorwaarden geschapen.’ Hij noemt de aanhoudende moeilijkheid van het openen van een bankrekening, verzekering, hypotheek.

In het onderzoek van Proud en Aidsfonds – Soa Aids Nederland naar sekswerk en geweld in Nederland wordt onomwonden gesteld dat wetgeving en beleid nadelige gevolgen voor de veiligheid van sekswerkers hebben. Maar ook stigma heeft volgens de onderzoekers invloed op hoe sekswerkers behandeld worden, ze noemen het zelfs een vorm van ‘structureel geweld’. De positie van sekswerkers verbeteren, dat andere streven van prostitutiebeleid, bleef blijkbaar ergens achter. En de mensenhandel bleef.

Het prostitutiebeleid in Nederland is er een van steeds verder inzoomen. De opheffing van het bordeelverbod ging vanuit de gedachte: legaliseren om te reguleren. Met Project 1012 werden ramen gesloten om het Wallengebied beter beheersbaar te maken en met My Red Light werden een paar van die ramen teruggegeven. Hoe nu verder?

Al tien jaar is een Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp) in de maak, een wet die voor een uniform vergunningstelsel moet zorgen, tot die tijd is prostitutie een zaak op gemeenteniveau. De gemeente Amsterdam laat weten met de komst van de nieuwe burgemeester niet klaar te zijn voor een gesprek. De gemeente kan ook niet ingaan op lopende zaken rond My Red Light, maar zei eerder in de media dat meldingen wel degelijk in behandeling worden genomen. En op schriftelijke vragen van de fracties van d66, GroenLinks, SP en BIJ1 in april dit jaar antwoordde het college dat het teleurgesteld zou zijn mocht My Red Light het niet redden, maar dat uitzonderingen in de geldende regelgeving niet mogelijk zijn.

Een groep exploitanten stapte over de verscherpte regels naar de rechter. Ze kregen op een aantal punten gelijk. Het ‘intakegesprek’ bijvoorbeeld dat als barrièremiddel tegen misstanden door de burgemeester in de apv was opgenomen, bleek niet geschikt om dat doel te bereiken en kon hun niet langer worden verplicht. Maar onlangs draaide de hoogste rechter een aantal punten weer terug. Waaronder dat intakegesprek. Als iemand zicht heeft op de signalen, dan is het de exploitant, belast met intake en toezicht.

My Red Light heeft besloten zichzelf te zien als een bordeel dat signaleert, misstanden aan de kaak stelt en daarmee een discussie op gang brengt en in het beste geval dingen verandert. De afgelopen weken waren er vorderingen. My Red Light gaat een voorstel indienen voor wijziging van de verordening. Er was een goed gesprek met de politie met als resultaat een maandelijks overleg. Er was nadere kennismaking met pic, het Prostitutie Informatiecentrum Amsterdam.

Dat geeft goede moed. Het bestuur wil nu gaan ‘experimenteren’ met de regels voor thuiswerkers. Heyman: ‘Van alle mensen die nu onvergund thuis werken, kennen wij er die liever niet thuis zouden ontvangen. Waarom zouden wij overdag deze prachtige ruimtes, waar weet ik hoeveel geld in geïnvesteerd is, niet mogen gebruiken om hun een werkplek te bieden?’ Je haalt ze er tevens mee uit de duisternis, want om bij My Red Light te werken moeten sekswerkers aan de regels voldoen.

Zo liggen er tal van vragen waar nog een antwoord op moet komen. Ondertussen gaat het om mensen, om zelfstandige ondernemers die toch een kwetsbare groep vormen. De pop die het werk deels doet in Duitsland was hier vooralsnog geen succes.

Ergens aan een muur in het prostitutiemuseum hangt een poster van Meld Misdaad Anoniem. ‘Schijn bedriegt’, luidt de kop, met de vraag: ‘Dwangarbeid in de prostitutie, een vorm van mensenhandel, is een zeer ernstig misdrijf. Herken jij de signalen?’ Daarnaast staat een tekening, zo een waarin je de dubbele beeltenis eerst niet ziet, maar zie je hem eenmaal, dan zie je niets anders meer. Een naakte vrouw op hoge hakken verbergt in de ruimte tussen haar billen en haar haar het silhouet van een man die een pistool tegen haar hoofd gedrukt houdt. Het is de ultieme illusie. In bulletpoints staat tot slot een aantal signalen onder elkaar: angst, blauwe plekken, geen ‘plezier’ in het werk. Wie herkent ze?