Media

Self-fulfilling prophecy’s

Er wordt veel gesproken over de macht van de media. Soms worden ze de vierde, soms de vijfde en ook wel eens de zesde of zevende macht genoemd. Dat klinkt spannend maar zegt weinig. Bij de eerste (wetgevende), tweede (uitvoerende) en derde (rechtsprekende) machten kun je je iets voorstellen. Zij kunnen immers beslissingen nemen die directe gevolgen hebben. Maar hoe werken ‘afgeleide’ machten als bureaucratie of media? Bestaat de macht van eerstgenoemde er niet vooral uit dat zij kan rekken en remmen, ontregelen door te regelen? En de media doen in principe toch weinig meer dan registreren wat er leeft?
Twee voorbeelden, een groot en een klein. Enkele dagen geleden las ik via een Franse nieuwsbrief (www.michelcollon.info) een artikel dat Pulitzer Prize-winnaar Henry Allen eind april in The Washington Post had gepubliceerd. In dat artikel, in het origineel getiteld 'The Death of the American Century’, wordt gesteld wat de kop al suggereert: dat het afgelopen is met de Amerikaanse dominantie.
Die dominantie was ergens rond de twee wereldoorlogen begonnen, overleefde tal van stormen (Korea, Vietnam, Golfoorlog) maar zou in Afghanistan en Irak toch bezweken zijn. Terwijl we vroeger nog konden geloven dat wij Amerikanen, aldus Allen, handelden opdat anderen er beter van werden, kunnen we tegenwoordig niet langer ontkennen dat ons handelen averechts werkt. We verkondigen onze droom nog wel - Kennedy was bereid er alles voor te geven, Reagan noemde hem 'het huis op de heuvel’, Obama brengt de massa er nog steeds mee tot hysterie - maar tegelijkertijd weten we dat die droom overal in de wereld als een nachtmerrie wordt ervaren. Vandaar dat de haat tegen ons toeneemt naarmate wij meer naar onze droom handelen. 'The dream is dying. No resuscitation, please’, eindigt het artikel dan ook. Waar, niet waar? Goed gezien, onzin? Ik weet het niet - alhoewel Niall Ferguson zojuist een vergelijkbaar verhaal in Foreign Affairs publiceerde. Eigenlijk vind ik het allemaal nogal gezwollen - zowel dat van die droom als van het wrede ontwaken, van die grootmacht en het verval. Maar waar het om gaat is dat Allen het meent en dat die mening in de afgelopen weken door tientallen kranten, nieuwsgroepen en commentatoren overal in de wereld werd overgenomen. Alleen al daardoor krijgt zij een zekere mate van waarheid en dus macht.
Iets dergelijks geldt in geheel andere zin voor het Hero Brinkman-akkefietje van vorige week. Het is vast zo dat Brinkmans pleidooi voor een democratisering van de PVV een bewuste politieke zet was en vermoedelijk ook een poging tot zelfpromotie, maar de man heeft natuurlijk wel gelijk: een partij met democratische pretenties kan niet autocratisch ingericht zijn, bovendien is één persoon als motor, zie Fortuyn, een wankele factor. Maar door de wijze waarop het bericht alom geïnterpreteerd werd, doet dat gelijk nauwelijks nog ter zake. Brinkman zou Wilders bewust en nadrukkelijk een schop onder de gordel hebben gegeven en daarmee de PVV verzwakt hebben. Aldus de interpretatie. Deze was zo eensluidend dat ze spoedig voor feit doorging.
Zelfvervullende voorspellingen, zo stelde socioloog Robert Merton in zijn bekende definitie, zijn een onjuiste omschrijving van een situatie die door die omschrijving juist wordt. Daarmee kan een interpretatie eerst een serieuze mogelijkheid, vervolgens een feit en uiteindelijk zelfs zoiets als de waarheid worden. Aldus een van de mechanismen waarmee media invloed kunnen uitoefenen. De achtergrond van een dergelijke werking is dat verreweg de meeste mensen uit zichzelf over slechts een beperkt aantal onderwerpen een mening hebben. De media vullen dat kennisgat. In dat verband belangwekkend was de bundel opstellen die Jan Willem Duyvendak en Menno Hurenkamp in 2004 onder de titel Kiezen voor de kudde publiceerden. Hierin betogen zij dat wij heel wat minder individualistisch zijn dan we veronderstellen. In vele gevallen doen en denken we zoals 'allen’. Hoe dat is, zo zou je het betoog van Duyvendak cum suis kunnen voortzetten, weten we in de eerste plaats dankzij de media.
Uit dit alles volgt de enorme betekenis binnen een democratie van het publiek debat. Het verplicht ons immers om te midden van de verschillende standpunten uiteindelijk een eigen keuze te maken. Onder druk van commercie, bezuiniging en concurrentie laten de media echter precies hier steken vallen. Zij vertellen veelal wat anderen ook vertellen, met als gevolg een koortje dat bij het een of andere akkefietje dagenlang hetzelfde 'feit’ over het voetlicht brengt. Armoe troef.