FILM

Semiotiek tegen misdaad

Police, adjective

Waar zie je tegenwoordig nog een film waarin de personages eindeloos praten over semiotiek en dialectiek en waarin zij met dikke boeken op schoot naar zingeving en verborgen betekenissen zoeken en dat allemaal in een policier? Sterker, was er ooit zo'n film? Misschien komen Jean-Luc Godard en Quentin Tarantino nog het meest in de buurt met personages die in hun films buiten het verhaal om slimme praatjes zitten te maken die ogenschijnlijk geen enkele connectie met het verhaal hebben. Misschien. Maar zo bont als de filosoferende en woordenboek lezende rechercheurs het maken in Police, adjective, een Roemeense film van Corneliu Porumboiu, nee.
Die titel alleen al. ‘Politie’ is een zelfstandig naamwoord. Waarom zou het dan een bijvoeglijk naamwoord moeten zijn? Geen idee. Ongeveer halverwege de film volgt een gesprek tussen rechercheur Cristi (Dragos Bucur) en zijn vrouw over het feit dat Cristi een voornaamwoordelijk adjectief verkeerd heeft gebruikt in een van zijn politierapporten. Dit gesprek volgt op weer een andere discussie tussen Cristi en zijn vrouw over het verschil tussen een beeld en een symbool. De echtgenote, een mooie blondine, aanstichter van dit soort gesprekken, is hier beter te volgen: een beeld is bijvoorbeeld 'de zee’. Dat symboliseert iets, 'oneindigheid’. Oneindigheid is geen beeld. Maar een symbool. Dat klopt. Maar in een andere scène komt dan de baas van de rechercheurs in beeld. En volgt een nog meer obscure, eveneens meesterlijke discussie over semiotiek en dialectiek en de relatie tussen het menselijk geweten en de wet.

Het prachtige aan Police, adjective is dat al deze ingewikkelde gesprekken om één simpel feit draaien: de nietszeggende 'criminele’ daad van een scholier die wat hasj aan vriendjes verkoopt. Inderdaad, er is ook nog een verhaal. En dat wordt wél rechtlijnig verteld. Cristi werkt in een provinciestadje in het noordoosten van Roemenië. Tijdens een onderzoek stuit hij op de zestienjarige scholier die hasj op het schoolplein aan de man brengt. Dat is streng verboden. Maar dan slaat de twijfel bij Cristi toe: als hij de jongen arresteert verdwijnt die voor zeven jaar achter de tralies. Wat te doen?
De innerlijke strijd van Cristi fungeert ook als commentaar op de Roemeense maatschappij. Regisseur Porumboiu (1975), die twee jaar geleden opviel met 12:08 East of Bucharest, creëert een troosteloos beeld van een stadje, een land, dat op het oog zonder inspiratie of richting voortbeweegt. De textuur van het beeld is korrelig en hard, de kleuren zijn grauw en uitgewassen. Tijdens Cristi’s achtervolging van het 'criminele’ hasjverkopertje komen mensen in beeld die langzaam ergens naartoe lopen, maar hun einddoel is onduidelijk. Dezelfde lethargische houding is aanwezig bij Cristi’s collega’s, stuk voor stuk bureaucraten die nog liever in slaap lijken te vallen dan dat ze een dossier opzoeken of doorspitten.
In deze wereld, waarin de littekens van het communistische verleden nog sterk aanwezig zijn, is taal een wapen. Wat doen we? vraagt Cristi’s baas retorisch. Dit: we beoefenen dialectiek. We zoeken met andere woorden naar de waarheid. Dat is het doel van ieder politieonderzoek.
Maar wat als die waarheid indruist tegen het geweten van het individu, bijvoorbeeld dat van Cristi? Dat is de centrale vraag in Police, adjective, en in een verbijsterend effectieve scène, bewust traag gespeeld en gefilmd, treden Cristi en een collega erover in gesprek met de baas. Althans, de baas spreekt en Cristi en de collega moeten luisteren. Ze worden zelfs gesommeerd een woordenboek erbij te halen, waardoor de sequentie verandert in een absurdistische analyse van de wijze waarop betekenis in een totalitaire setting door taal kan worden gemanipuleerd. Zo blijkt dat taal niet vrij maakt, maar de gebruiker alleen maar opsluit in een gevangenis van significantie.

Te zien vanaf 27 mei