Senegal bestrijdt homo’s met Franse wetgeving

Dakar – Geen mededelingen op de website. Een dode telefoonlijn. En stilte rondom het gebouw van de Raw Material Company, een galerie op een steenworp afstand van Thiossane, de nachtclub van superster Youssou N’Dour. Wat een contrast met een maand eerder.

Toen stonden zaal en gang volgepakt met mensen tijdens de vernissage van Precarious Imaging: Visibility Surrounding African Queerness. De tentoonstelling zette het thema homoseksualiteit en de beeldtaal eromheen stevig op de agenda van de elfde Dak’Art, de kunstbiënnale in de Senegalese hoofdstad. De portretserie Faces and Phases van de Zuid-Afrikaanse Zanele Muholi hing er, net als de opvallende fotomontages van de Keniaan Jimi Chuchu en een serie van de Nigeriaan Andrew Esiebo onder de titel Who We Are. Zo vol was het dat het feestje zich spontaan voortzette op straat waar groepen mensen stonden te discussiëren en een drankje namen. Nu was alles gesloten. Op last van de autoriteiten.

Homoseksualiteit raakt in Senegal meer open zenuwen dan welke andere kwestie dan ook. Wat vreemd is, gezien de sociale geschiedenis van het land. ‘Ik weet nog heel goed dat we met z’n allen gingen kijken naar de dansen van de goorjiggen (manvrouwen) bij ons in de buurt’, vertelt Ndèye Kébé, een voorvechtster van de gelijke rechten van lesbiennes, die ook bij de vernissage was. ‘Vrouwen die er extra mooi wilden uitzien lieten zich maquilleren door manvrouwen. Dat waren de experts.’

Het fenomeen was zo wijdverspreid dat de Franse overheersers er een einde aan probeerden te maken. Degenen die het sluiten van de Raw Material-tentoonstelling afdwongen beroepen zich op koloniale wetgeving. En op een heel benepen interpretatie van de islam.

Het is tekenend voor de tijdgeest, vindt Kébé: ‘We zijn cultureel gezien aan het achteruitgaan.’ De trend wordt versterkt door religieuze broederschappen, georganiseerd rond een aantal puissant rijke en zeer invloedrijke families. Ze drukken een steeds conservatiever stempel op de samenleving. Veelbetekenend was de rol van Jamra, een islamitische ngo die in vergleden decennia samen met de imams ervoor zorgde dat de aidsexplosie aan Senegal voorbij ging. Dit jaar huilde de groep hard mee in het koor van de censuur. ‘Ter bescherming van weerloze geesten’, schreef een journaliste. Inclusief die van haarzelf, want aan haar beschrijving van de beelden was te merken dat ze de weg naar Raw Material Company niet had weten te vinden.