Buitenland: Afrika

‘Senegal is niet ziek, Senegal is zwanger’

DAKAR – Tijdens het zaterdagse muziekprogramma op de Senegalese televisie zingen vier jongens een lekker klinkend lied, begeleid door de korte roffels die het Mbalax-ritme kenmerken, dat dankzij Youssou N’dour ook internationaal bekend werd. Hun lichamen maken golfbewegingen, waarbij hun rechterhand steeds langs hun broekzak wrijft. Het blijkt een zakkenvulgebaar te zijn. Musicus Louis-Jean Mendy kijkt er misprijzend naar. ‘Ze zingen over de corruptie tijdens het bewind van de Socialistische Partij. Maar toen de SP nog regeerde, durfden ze dit soort nummers niet te spelen.’

Ondanks zijn ergernis over de hypocrisie is Mendy het met de boodschap van de groep eens. ‘Weinig Afrikaanse landen kregen zoveel ontwikkelingshulp als Senegal. Maar het is allemaal opgegeten, van blijvende ontwikkeling is nauwelijks sprake.’

Slechts drie presidenten kende Senegal sinds zijn onafhankelijkheid in 1960: de eind vorig jaar overleden vader des vaderlands, de intellectueel en dichter Leopold Senghor, die cultuur zo belangrijk vond dat hij dertig procent van de nationale begroting eraan besteedde, diens kroonprins Abdou Diouf, die hem in 1980 opvolgde, en sinds 2000 Abdoulaye Wade. De liberale, inmiddels 76-jarige politicus deed in 1978 voor het eerst mee met de verkiezingen, maar pas twee jaar geleden slaagde hij erin genoeg andere partijen te verenigen in een coalitie rondom zijn Senegalese Democratische Partij (PDS). De daarop volgende verkiezingen beëindigden veertig jaar alleenheerschappij van de Socialistische Partij.

Saphie Ly, chef redactie van Sud Quotidien , een van de beste kranten van het land, en Dame Babou, de correspondent in New York die even in Dakar is, worden nog altijd enthousiast als ze praten over l’Alternance , de machtswisseling. Wade dankte zijn overwinning aan de vrije pers, zeggen ze in het kantoor van Sud . Vooral de talrijke private radiozenders, die bij eerdere verkiezingen ontbraken dankzij het staatsmonopolie in de ether, waren belangrijk, aldus Ly. ‘Zij hebben de burgers ingelicht over de corruptie, het cliëntelisme en over de plannen van Wade.’

Vergeet ook de invloed van de mobiele telefoon niet, voegt Babou toe. ‘Vertegenwoordigers van de PDS konden daardoor vanuit de stembureaus de uitslagen doorbellen naar de radiozenders, zodat de autoriteiten niet met de resultaten konden knoeien.’ Ly zegt daarop: ‘De burger heeft geleerd dat verandering via verkiezingen mogelijk is. Dat is de belangrijkste verdienste van l’Alternance.’

Wade ging snel aan de slag en maakte zijn belofte waar de bevoegdheden van de president in te tomen: de nieuwe, per referendum goedgekeurde grondwet bracht de regeerperiode van een president terug tot maximaal twee termijnen van vijf jaar. Ook werd het stakingsrecht ingevoerd en kregen vrouwen voor het eerst het recht om land te bezitten, om enkele nieuwe artikelen te noemen.

Internationaal liet Wade ook van zich spreken. Hij bekritiseerde de regering van Ivoorkust, wegens de discriminatie van de Burkinabé-minderheid en heeft als geen andere Afrikaanse leider de frauduleuze verkiezingen in Zimbabwe veroordeeld. Verder bemiddelde hij, aanvankelijk met succes, in het conflict over de verkiezingsuitslag in Mada g askar. Met de presidenten van Nigeria, Algerije en Zuid-Afrika behoort hij verder tot de actiefste pleitbezorgers van Nieuwe Economische Partnerschap voor de Ontwikkeling van Afrika (Nepad), een soort Marshallplan voor Afrika, dat de nadruk legt op goed bestuur en respect voor mensenrechten. In april was daarover een conferentie in Dakar.

Wades regeerstijl is geheel anders dan die van zijn voorgangers. ‘Hij is al verschillende keren live op televisie geweest, waar hij vragen van het publiek beantwoordde. Je kunt hem ook e-mailen’, vertelt een jonge bar bediende. ‘Hij is dankzij ons, de jongeren, gekozen.’ ‘President Diouf zag je nooit in het openbaar. Wade daarentegen spreekt elke dag wel met het volk, bij allerlei gelegenheden, in duidelijke taal’, beaamt Ly. ‘Maar hij spreekt beter dan hij luistert.’

Heeft Wade ook zichtbare resultaten geboekt? Wie het almaar uitdijende Dakar bezoekt, waar bijna een derde van de tien miljoen Senegalezen woont, heeft niet het gevoel in de vaart der volkeren terecht te zijn gekomen. Neem de buitenwijk Guediawaye. De straten en steegjes bestaan uit mul zand, alleen de smalle hoofdwegen zijn geasfalteerd, die dan ook meteen een permanente verkeersopstopping vormen. De fel geel-blauw beschilderde taxibusjes, die het transport commun verzorgen, staan vast, achter de door paarden getrokken calèches, wagens op twee wielen met luchtbanden, die hier net zo gewoon zijn als op het platteland. Voetgangers in lange boubou’s en kleurige jurken – veelal met het in Nederland gedrukte batik-dessin – houden het verkeer op omdat ze het asfalt verkiezen boven het zand: trottoirs zijn er niet, parkeerhavens om passagiers in en uit te laden overigens evenmin en de eerste stoplichten kom je pas in Dakar zelf tegen.

In de regentijd, die over enkele weken aanbreekt, kent Guediawaye weer andere problemen. Omdat afvoerkanalen ontbreken, komen grote delen van de voorstad onder water te staan. De poelen vormen dankbare broedplaatsen voor de malariamuskieten.

Wel zijn overal in het land borden geplaatst met de mededeling dat dankzij sponsoring van Taiwan in de betrokken dorpen ‘huizen voor de allerkleinsten’ worden gebouwd. Wade heeft dit bedacht, in de hoop dat de ouders in de dorpen hun kinderen tot vijf jaar naar deze centra brengen, waar ze medische verzorging maar ook al vroeg normen en waarden krijgen toegediend. De oma’s van de dorpen zouden voor de ethische opvoeding moeten zorgen, maar niemand heeft nagevraagd hoeveel oma’s zin hebben zich in de cases pour le touts petits nuttig te maken.

‘Op 4 april, onafhankelijkheidsdag, maakten de kranten de balans op van twee jaar l’Alternance’, vertelt Ly. ‘Ze schreven allemaal: “We zien niet genoeg resultaat om een oordeel te geven.” De regering is natuurlijk onervaren, Wade heeft zelf zijn hele leven in de oppositie gezeten. Het heet hier de periode van het tatonnement , het rondtasten. Het is begrijpelijk, maar voor een arm land is twee jaar erg lang. Overigens geldt dat rondtasten ook voor de oppositie. Noch de PS, noch de PDS had de omwenteling eigenlijk verwacht. Beiden waren niet voorbereid op hun nieuwe rol.’

De regering mag dan een economische groei hebben bewerkstelligd van vijf procent, in de landbouw heeft ze in elk geval geblunderd. Ze stimuleerde de pindateelt met subsidies op zaad en kunstmest, maar tegelijkertijd brak ze met de gewoonte van de SP-regering om de oogst op te kopen. De pinda-oogst bleef het afgelopen jaar grotendeels onverkocht.

‘Puur mismanagement’, zegt zakenman Babacar Touré, voorzitter van de Groupe Sud Communication, dat naast de krant vijftien radiozenders en een school voor journalistiek omvat. Hij heeft meer, bescheiden, kritiek op Wade. ‘Het is goed dat Wade verder kijkt dan Senegal. Nepad is waardevol, eindelijk werken we in Afrika aan onze eigen oplossingen. Maar de initiatiefnemers richten zich te veel op buitenlandse investeerders. Buitenlanders kijken altijd juist naar wat lokale investeerders doen, maar die waren niet uitgenodigd voor de Nepad-conferentie van april. Ook de Senegalezen niet die net negentig miljoen dollar in een cementfabriek hebben gestoken, en ik evenmin, terwijl ik toch mijn hele leven al in het land investeer. Ach, we houden nu eenmaal vooral van wat van ver komt. Ken je die van de gewonde Senegalees die bij zijn dokter komt? Zegt de arts: ‘Ik kan opereren, maar dan moet ik plaatselijk verdoven.’ Zegt de man: ‘Niet plaatselijk, comme La France.’ De lach van Touré schalt over zijn bureau.

Volgens Touré moeten in Senegal ‘de grote veranderingen nog komen’. Touré: ‘Heeft Wade de goede mensen om zich heen verzameld? Kan hij zijn kiezers tevreden stellen? Dat is allemaal nog niet duidelijk. Er is een potentieel gevaar dat de regering straks even vermolmd en corrupt wordt als de vorige. Om dat te voorkomen moet Wade de mentaliteit van de Senegalees zien te veranderen: hij moet ons als een vader aan de hand nemen en naar de moderne tijd leiden. Ik denk dat hij de wil daartoe heeft, maar of hij ertoe in staat is, moet nog blijken.’

Ook volgens Ly komt het er de komende maanden op aan. ‘Senegal is niet ziek, Senegal is zwanger. Laten we hopen dat ze geen lelijke baby baart.’